Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
13 januari 2020, om 09:40 uur
Bekeken:
8 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Een behoedzame opportunist "


Ik heb als drugshandelaar altijd meer in grote partijen gezien om door te stoten dan in het kruimelwerk, dat is makkelijker en je verdient er veel meer mee dan aan gesubsidieerde kunstenaars en artistieke steuntrekkers door vijf of tien gram per keer te verkopen met alle risicos van dien, want je verrader slaapt nooit.

Bovendien was ik dat artiestengelul meer dan zat, die lui waren allemaal voor militaire dienst afgekeurd op S vijf, te stom om voor de duvel te dansen, labiel, doorgaans verslaafd, behalve die ene aquarellist van Arti, die was tenminste nog marine officier op een duikboot geweest, iemand met ballen en een beschaafde vrouw, maar die bemoeide zich ook niet met die artistieke mafketels, die had net als ik ook schijt aan ze.

Ik noemde hem vanwege die onderzeeboot altijd de onderwater revolutionair omdat hij zich nergens over uit liet, altijd op de achtergrond bleef en nooit op viel.

Een rustige, milde man met een stijl van aquarelleren die erg Frans, krullerig aan deed. Typisch krachteloos Rijks akademie werk. Not my cup of tea, maar dat maakt niks uit. Smaken verschillen.

Die aquarellist was iemand die door een periscoop naar de werkelijkheid keek en voorzichtig zijn kansen in schatte om daarna een torpedo af te vu- ren. Vijand in zicht.

Dat krijg je als je lang in een duikboot hebt opgesloten gezeten, dat heb je met al die lui uit het leger, die hebben allemaal een slag van de molen ge- had en weten wat ze doen om een ander de vernieling in te helpen.

Een behoedzame opportunist tot en met, die ex- officier, dus buitenge-woon populair in kunstenaarskringen. Een eigen mening hield hij er niet op na.

Ze voelden zich in de zestiger jaren op Arti stuk voor stuk miskende Pi-cassos, maar konden nog geen streep recht trekken op een doek.

Die academies leiden toch ook nog steeds op voor de bijstand, het gekken- gesticht, het buurtcentrum, de kroeg, het bordeel, de ontwenningskliniek, het ziekenhuis of de gevangenis.

Het was me een leip zootje die beeldende kunstenaars.

De akademieleraren lagen meestal net als Matthijs Rollebol stoned of la-zerus achter in de klas op een bank te pitten.

De grote mode was toen onder artiesten om het communistje uit te hang- en.

Er liep in Arti een artistieke, zwaar brillende, eeuwig grijnzende bochel rond, Willie Eikenakkermaalsonderhout, die miste een wervel in zijn nek en daardoor leek het alsof hij een bochel had. Hij wist zeker dat de Russen of de Chinezen elk moment ons land binnen konden vallen, dan zou de he-mel op aarde aanbreken en hij blokhoofd over een contingent kunst-arties-ten. Hij zou ze allemaal tegen de muur zetten of in een Fema concentratie-kamp op laten sluiten.

Hij al vast de vertaling van het rode boekje van Mao aangeschaft en uit zijn kop geleerd. Ook nog een cursus Russisch voor als de communisten Nedreland zouden binnen vallen, kon hij lid worden als apparatsjik van een staatskunstcommissie onder toezicht van de vijand. Ik had aan dat soort potentiële landverraders schijt.

Hij kocht een race fiets maar sloeg al bij de eerste bocht in het Amster damse bos over het stuur heen tegen het plaveisel omdat hij bij een scher-pe bocht slipte op een nieuw aangelegd kiezelgrindpad en brak zijn sleu-telbeen.

Jaren lang gaf hij in China les in revolutionair schilderen en tekenen en woonde als Mao communist dan ook ergens in een duur grachtenpand.

Politiek linkse lulverhalen betekende in kunstkringen een regelrecht op-stapje naar een goed gesalarieerd baantje in een kunstcommissie. Eén middag werk in de jaren zestig en twintig ruggen uitbetaald door de ge-meente Amsterdam was normaal.

Links lullen, rechts zakken vullen, liefst op kosten van de subsidiegever.

In de klas van die kunstakademie in China zaten ze de hele dag koppen van Mao en Lenin na te tekenen.

“Bochels hebben altijd iets rancuneus”, zei kunstschilder Hans Engelman tegen mij toen hij eens flink te pakken was genomen door rooie Stille Wil- lie bij een aankoop.

Hans had Stille Willie aan een prijs geholpen voor zijn aquarellen. Ver- volgens keurde Stille Willie als dank het werk categorisch af van Hans bij aankopen want het paste niet bij de grote roerganger Mao.

Die rooie rakkers in de Amsterdamse artiesten sien waren geen haar beter dan NSB -ers. Rooie fascisten en gewetenloze, gefrustreerde opportunist- en waren het.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.