Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
3 november 2019, om 10:36 uur
Bekeken:
10 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"...vooral van een on-Nederlandse lichtvoetigheid."


Fred van der Wal ontdekte waarempel al vroeg het zestiger jaren werk van Remco Campert dat hij nog steeds op eenzame hoogte vindt staan en vooral van een on-Nederlandse lichtvoetigheid.
Jan Cremer vond hij na dat tweede boek niet echt interessant en Jack Kerouac van ‘t zelfde pathetiese laken een pak.
Bij Hermans had hij jaren later die schok van herkenning in nog sterkere mate dan bij Campert toen hij “Nooit meer slapen” las (aangeraden door de beroepswerkeloze hoofdonderwijzer Sjouke ‘kinnebak’ Stigter te Amsterdam, die van Fred de bijnaam De Habsburgse Kin kreeg) en meteen tot het Hermans kamp bekeerd was, dus automatisch in het anti-Vestdijk kamp belandde, want tussenwegen zijn er niet in luiletterlila literatuurland.
Hij erkent de stilistiese capaciteiten van het vroege werk van Gerard van het Reve, dat hij waardeert tot aan de reis brieven rond 1964.
Toch prefereert hij de romantische mentaliteit van Campert boven het uitzichtsloze nihilisme van Hermans of het ranzige sadomasochistiese exclusief homo erotiese universum van Reve.
Er valt meer te beleven tussen hemel en aarde dan uitsluitend herenbipsen te besnuffelen en als verbitterde, ranzige nicht de eigen leest tegen die van de ander gelijkslachtelijk op te schuren en te schurken.
Het verhindert hem niet een archief van inmiddels duizenden knipsels vanaf 1950 over het werk van Hermans en Re ve in bezit te hebben die nu veel geld waard zijn.
In de jaren zeventig leest hij met smaak de boeken van nihilist Charles Bukowski en romantiese realist John Fante.
Hij vertelt met smaak hoe een Amerikaanse vrijgemaakt gereformeerde mevrouw (JoAnn van S., afkomstig uit Mai ne) woonachtig in een gehucht in Groningen, die slecht Nederlands sprak en de Nederlandse taal met enige moeite las, een lezing hield voor de plattelandsvrouwenvereniging, een categorie vrouwen die behalve de Story, de Telegraaf en de Prive nooit iets lezen, over een boek van W.F. Hermans, maar niets wist van de complexe en vooral tiepies vooroorlogse, gedeeltelijk zelfs negentiende eeuwse Amsterdamse achtergrond (die parallel loopt met het milieu van Fred van der Wal in zijn Amsterdamse jaren van 1944-1957 in Amsterdam Zuid Concertgebouw/Vondel parkbuurt) van de auteur, zijn existentialistiese en Freudiaanse wortels, de invloed van Bordewijk op zijn auteurschap en hoe hij haar aan bood zijn archief uit te lenen en raad te geven, hetgeen zij, zoals te verwachten was, gedecideerd hooghartig afwimpelde, want een vrijgemaakt gereformeerde Amerikaan(se) deed alles beter, ook als hij /zij nergens iets van af wist.
En dat ervoer Fred van der Wal als de voornaamste eigenschappen van vrijgemaakt gereformeerden en ander gristelijk E.O. tuig: geborneerdheid en vooral minachting van andere geloofsrichtingen en morele opvattingen.
Niet voor niets zei hij altijd : Als ik een gereformeerde knakker een hand geef tel ik na afloop al tijd even mijn kloten na.
Een ijzersterke stelling die een dagblad zelfs op internet publiceerde.
De Nederlandse film wordt door Fred van der Wal in één moeite weg gevaagd: stelt niks voor. Allemaal aanstelleritis, amateurisme, wichtigmacherei, imitatie en vriendjesaaierij. Pim en Wim van het formaat ‘Zeven jongens en een ouwe camera’.
‘Blue Movie’ in de jaren zeventig niet om aan te zien. Burgerlijkheid troef die binnenhuiskamersmeer lapperij van partner wisselen in Bijlmerflats en neuken in een lift die naar urine stonk.

Fred van der Wal : Ik heb op de kweekschool een jaar bij ex-schoolmeester Burny Bos (kinderfilm producer) en Hans Klap (ex-directeur van de film akademie) in de klas gezeten. Toen al was Burny een over het paard getilde Haarlemmer, waar ik weinig fiducie in had.
Een jaar hoger op die kweekschool zat Boudewijn Klap, de latere directeur van de AVRO. Iedereen van die school met enig talent is iets anders dan schoolmeester geworden. Uit de parallelklas werd Ben Spieker hoogleraar aan de VU, de rest van mijn klas werd academicus, een enkeling promoveerde en mijn beste vriend K.B. kwam in het gekkenhuis.
Ik ken een Groningse, gereformeerde E.O. film- en televisieproducer (de vlegel H. v. S.) die in zijn curriculum vitae vermeldt dat hij reeds als twaalfjarige al op zondag slootje sprong in Katwijk ondanks dat hij een stijve gereformeerde hark was en om die reden een speelfilm over twee stijl gereformeerde reddingsboot manschappen met klauwen als braadpannen zou gaan maken in 2004! Klaas en Mees Toxopëus, door de televisie producer liefkozende de Toxjes genoemd.
Vervolgens vernemen we niets meer ten aanzien van de concretisering van zijn voornemens waarover hij meende te moeten brainstormen in een gite rurale te Auxerres met een vrijgemaakt gereformeerde werkeloze kunsthistoricus (drs. P. C.)! Een kutbikker die van zijn steenrijke wijf vrat en als enig boek de Bijbel las.
En Fred van der Wal moet nog steeds honend lachen om de slogan op een inmiddels verdwenen website....

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.