Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
24 augustus 2019, om 16:47 uur
Bekeken:
16 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"...als ex-Amsterdammer op het Friese platteland niet welkom "


Sinds 1978 werd mij vanaf het begin duidelijk dat ik als ex-Amsterdammer op het Friese platteland niet welkom was bij de autochtonen en al helemaal niet in het kunstenaarsplantsoen waar  gesubidieerde doorgaans talentloze staatskunstenaars de dienst uit maakten. Wie niet van de kunstenaarssteun vrat en het salon communistje uithing hoorde er niet bij. De doorgaans uiterst linkse collegas beschouwden je bij voorbaat al als concurrent en kapitalist als je een behoorlijk huis bewoonde, in plaats van een brakke hut die op instorten stond. Het feit dat ik in een goed huis woonde was een reden tot jaloezie. In de Kultuurrad werd bij een vergadering beslist in de zeventiger jaren dat mensen van buiten die in een mooi huis woonden en een echtgenote hadden met een goede baan uitgesloten zouden worden door de Friesche Kultuurraad, in mijn ogen een nieuwe Kultuurkamer stijl WO II. De gefrustreerde tekenleraren van de NHL die voor de klas de artiest uithingen onder leiding van een langharige, zwaar bebaarde vrijetijds kunstenaar/tekenleraar met een alpinopet stijl Rembrandt zeiden er aan dat ze er alles aan zouden doen om een benoeming aan het onderwijs instituut van mij te voorkomen, want ze waren politiek links en tegen tweeverdieners. Een baantje in het onderwijs aan een hogeschool of akademie was niet iets dat ik ooit ambieerde, maar dat konden zij zich niet voorstellen. Het feit dat ik in het Westen des lands regelmatig mijn werk tentoonstelde was weer een andere reden tot jaloezie. Door een communistische Friesche kunstartiest (SIep van de Berg) werd ik bedreigd; hij zou mijn huis in brand gaan steken. Ik werd hiervoor gewaarschuwd door de kunsthandelaar van Hulsen, waar hij de grote winkelruiten van zijn galerie had ingegooid met een regen van bakstenen.De vraag is waar leidt die discriminatie van niet Friezen toe? Voor mij gold sinds 1978 afwijzing na afwijzing door de zo collegiale kunstenaars collegae van mijn aanvragen om atelier-ruimte. Opname van mijn werk in de uitleen collectie van de SBK werd categorisch afgewezen. Exposeren in een Friese galerie bleek onmogelijk. Ik kreeg brieven en mails van collegae dat ik dement zou zijn en maar gauw moest oprotten naar Frankrijkwaar ik een huis had van 2002 - 2018. De acceptatie door collegas van mijn werk in de Bourgogne was optimaal. Een heel ander slag kunstenaars dan in het vijandige Friesland. Achterstelling van niet-Fries sprekenden en politiek anders anderdenkenden in het culturele circuit was al vanf het begin dat ik daar woonde duidelijk. Kunsthistroicus drs. Huub Mous constateerde dat Friesland overtrokken was door een fijnmazige Pvda mentaliteit en wie zich daar niet aan conformeerde werd buiten gesloten Het probleem van uitsluiten van niet-Friezen wordt door de doorgaans laag ontwikkelde Friese autochtonen niet serieus genomen. Men wijt de misstanden tov kunstenaars uit het Westen des lands niet aan zichzelf, maar aan de Hollanders die een grote mond tegen de verlegen Friezen zouden opzetten. Iedere  niet-Fries wordt Hollander genoemd, tenzij het een Duitser of een allochtoon uit Afrika is, die in de Friese ogen zielig zijn en geholpen moeten worden, want zielig zijn is bij voorbaat al een heilig verklaring in de ogen van links. Ik heb Friezen wel eens moffen genoemd die melk drinken, maar geen Bierkellers hebben. De niet Fries wordt door de over het algemeen laag ontwikkelde Friezen geacht applaus te geven voor elke Friese overweging of je wordt weggejaagd door de plaatselijke Pvda hooivorken brigade met de klompen als slag en stootwapens  in de eeltige klauw. Clubjes van dorpsbelangen of buurt verenigingen vertegenwoordigen alleen het belang van de aculturele inboorlingen. Via ophitsing, smaad, laster, achterklap, leugenpolitiek drijven zij hun zinnetje door. Er zijn altijd wel hordes autochtonen die nauwelijks lezen en schrijven kunnen en het overal mee eens zijn zo lang het ten koste gaat van niet-Friezen. Wie als import een poltiek mening verkondigt die niet conform de wil van de dorpelingen is wordt belasterd en uitgesloten. Vrijheid van meningsuiting onder de zo tolerante kunstenaars is een fictie. In 1985 richtte ik een vereniging van beeldende kunstenaars op naar aanleiding van fraude met overheidsgeld betreffende aankopen van kunst. Ik was de enige die zijn nek durfde uit te steken, de Friese kunstenaars zwegen. Toen de plaatsen door het bestuur van de vereniging in de kunst commissies waren ingenomen en een hetze tegen mij een aanvang nam verliet ik de club, waar o.a. de Leeuwarder Courant een artikel aan wijdde. Friese bestuursleden logen daarna dat ik geroyeerd zou zijn en verspreidden jaren lang laster tav mij. Kenmerkend voor de leugenachtige Fries. In de buurt waar ik nu al tien jaar in St.-Annapa-rochie woon kan ik zelfs geen lid worden van de buurtvereniging ondanks dat ik mij aan meldde. Een dorpskunstenaar uit dit dorp begon een last campagne tegen mij. De man was invalide en verkondigde dat ik hem wilde vermoorden. Ik heb die fijne meneer nooit gesproken of gezien. Een tijd geleden hoorde ik dat hij zelfmoord heeft gepleegd. Hij had er problemen mee dat er nog een kunstenaar zich vestigde in het dorp. Lid worden van de Kulturele Kring Het Bildt werd door de voorzitster afgewezen. In vrijwel elke dorp in Friesland zijn er on- of half geschoolde jaloerse autochtone hufters onder de kunstenaars te vinden die het tot hun voornaamste taak rekenen om Nderelanders op grond van hun niet-Fries zijn te treiteren en buiten te sluiten. Normale Friezen halen daar hun schouders over op en lachen schaapachtig doorgaans. Van integratie tussen Friezen en niet-Friezen is geen sprake, behalve als het economische gelukszoekers uit Afrika zijn die behandeld worden als prinsen en prinsessen. Die houding kenmerkt de onderdanigheid en lafheid van de Friezen. Nimmer heeft een autochtone Fries mij uitgenodigd thuis, omgekeerd wel. Ik ben er mee gestopt omdat het zinloos is. Enkele keren nodigde ik collega kunstenaars uit in mijn woning. Na een uur bier hijsen kregen ze ruzie en wilden met elkaar op de vuist. In St.-Annaparochie nodigde ik kunstenaars van de kulturele kring uit en bestelde voor het gezelschap Chinees. Een paar dagen later las ik dat mijn huis niet deugde, want het was nieuwbouw en vrij staand en mijn werk was ook niets in hun ogen. Zij waren de moderne kunstenaars, de baanbrekers, dus gooiden ze wat proppen papier op de grond, want dat was modern. Uiteraard kocht geen kunstverzamelaar dergelijke rommel. Friezen willen niet weten dat ze persoonlijk contact zouden onderhouden met niet- Friezen, behalve als ze zwart zijn en al of niet illegale gelukszoekers uit verweggistan. Ook al woon ik nu meer dan veertig jaar in deze provincie, import blijf en je zal eeuwig behandeld worden als een Jodenverlinker. Import kan het beste omgaan met andere import. Heel lang heb ik geprobeerd mij positief op te stellen tov de Friezen, maar tevergeefs. In mijn kennissenkring zijn meer mensen teleurgesteld vertokken uit de provincie die een culturele woestenij is die van vriendjespolitiek aan elkaar hangt. Ik moet er niet aan denken hier mijn laatste levensjaren te moeten slijten in een sfeer van haat tegen alles wat niet-Fries is en blijft. Een zogenaamde oprechte Fries is doorgaans een aculturele hufter op grond van zijn Fries zijn. Een paar dagen geleden bezocht ik een galerie in Leeuwarden waar een echte Fries de scepter zwaait en gevoelige gedichten over de omvangrijke borsten van zijn vrouw regelmatig declameert in bejaardentehuizen en lokalen van het club- en buurthuiswerk. De ijzige ontvangst die middag dat ik in de galerie even de expositie bezocht was voor mij aanleiding het bij één bezoek te laten. De galeriehouder keek mij alsof hij een politie agent was die een proces verbaal uitschreef. Mijn werk in die galerie tentoonstellen was al langer onmogelijk, want ik had een bepaalde naam en mijn werk deugde ook al niet,  begreep ik. Het voorstel om de galeriehouder een interview af te nemen en te publiceren in mijn volgende boek heb ik laten varen. 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.