Gegevens:

Categorie:
Horror
Geplaatst:
24 juli 2019, om 08:27 uur
Bekeken:
8 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Gothic Horror .2"


`Een beetje eng, al die opgestapelde doodkisten; we kunnen er best een kijkje nemen, daar is vanmiddag toch niemand.’

   Johannes knikte. Hij wist dat ze het leuk vond hem een beetje bang te maken. Zo was ze wel, zijn eigengereide tante, zijn lievelingstante. Eentje die haar elfjarige neefje altijd wist te vermaken met haar grapjes, of die hem lekker kon laten huiveren met een van haar enge verhalen.

   Toen ze langs een fietsenwinkel liepen, moesten ze met een grote boog om een groep brallende, joelende studenten heen die een kleine opstopping veroorzaakte. De meesten van hen gingen gekleed in jasjes van een of andere vereniging. De meisjesstudenten klonken net zo overdreven luidruchtig en aanstellerig als de jongens. Toos hield even de pas in. `Eerstejaars,’ zei ze schamper. `Beloof me dat als jij later gaat studeren je nooit dat stomme kuddegedrag aanleert van die halfvolwassen, puistige pubers. Moet je ze eens zien! Alleen om er maar een beetje bij te horen.’ 

   Bij de fietsenwinkel was een ouderwetse fietspomp, waarvan men gratis gebruik kon maken, met een ketting aan de muur vastgelegd. Een van de corpsleden, een uit de kluiten gewassen jongen, was bezig de achterband van zijn fiets op te pompen, luid aangespoord door de anderen.

   `Wat een uitslover,’ zei Toos. `Moet je eens zien hoe wild hij daar staat te pompen. Alsof z’n leven ervan afhangt.’ Ze wilde net met Johannes de straat oversteken toen ze plotseling bleef staan en hem aan zijn mouw trok. `Zie je die man daar aan de overkant? Die ouwe kerel?’ Johannes keek. Toos boog zich naar hem toe en zei half fluisterend, zodat omstanders en voorbijgangers het niet zouden horen: `Die is jarenlang hoofd van de school geweest waar jij nu op zit. Een afschuwelijke, nare, despotische vent. Toen ik nog in de hoogste klas zat, zoals jij nu... Venema, zo heette die beul, nu weet ik het weer, meester Venema.’

   `Dispotisch... dispotisch... wat betekent dat eigenlijk?’

   `Despotisch? Nou, als een tiran: sadistisch en wreed. Vooral bij de jongens. Hij zocht en vond altijd wel een reden om erop los te slaan. God, wat waren we als kinderen bang voor die kerel. Maar moet je hem nu eens zien!’ Ze zweeg want de man stak de straat over en liep recht op hen af. Hij keek Toos in het gezicht, maar er was geen teken van herkenning.

   Pang! Een droge, harde knal. Iedereen schrok. Een van de studentenmeisjes slaakte een angstig gilletje. Luid gejoel van de anderen. Toos en Johannes keken om; de klap had achter hen geklonken, de fietsband was geknapt. Meester Venema keek zoekend rond en friemelde met benige vingers aan zijn gehoorapparaat.

   `Wat was dat in godsnaam... Wat was dat?’ vroeg hij aan enkele voorbijgangers, maar die haalden hun schouders op en liepen door. `Weet u wat dat was, dat geluid?’ vroeg hij aan Toos.

   `Dat? Die knal bedoelt u? O, dat was niets bijzonders,’ antwoordde Toos achteloos. `Gewoon een studente die ontmaagd werd. Pang! gaat het dan. Daarboven ergens geloof ik, daar kwam het geluid vandaan.’ Ze wees naar een gebouw aan de overzijde van de straat, naar de gevel waaraan een VVV-bord bevestigd was. `Ziet u dat bord van de Vereniging van Vaginistische Vrouwen?’ Voor een van de bovenramen stond een vrouw naar buiten te kijken. `Het is bij een van die vrouwen blijkbaar toch gelukt. Geeft soms een enorme knal ─Pang!─ als er eentje ondanks alle weerstand opengestoten wordt.’ Toos wilde al doorlopen en had Johannes bij de hand genomen. `Zo is het met mij destijds gebeurd,’ zei ze nog op nuchtere toon. `Maar goed, ik mag niet klagen, dit lieve jochie is daarvan het resultaat. Dag meneer Venema.’ Ze trok Johannes mee, de man hoofdschuddend achterlatend. Pas op tientallen meters afstand proestte ze het uit.

   `Je had z’n bescheten kop moeten zien! Net een ondersteboven hangende vleermuis die aan diarree lijdt. Hij herkende me niet, dat is wel duidelijk. Kan ook haast niet na al die jaren. Maar ik weet het nog drommels goed. Ik moet er niet aan denken dat jij die rotzak als schoolhoofd zou hebben in plaats van die aardige meneer die jullie nu hebben, die meester...’

   `Meester Berghuis.’

   `Gelukkig heb ik maar een half jaar bij hem in de klas gezeten. Toen ging hij weg en heb ik hem nooit weer gezien. Ontslagen. Overspannen of zoiets. Ik dacht dat die kerel al lang dood was.’

   Ze liepen door. Johannes grijnsde als hij weer dacht aan die nare man. Hij vond het ook leuk dat Toos dat spelletje had gespeeld: dat ze moeder en zoon waren, niet tante en neef. Zwijgend liepen ze verder tot hij ineens vroeg: `Wat waren dat voor vrouwen? Van die vereniging... wat je vertelde aan die man?’

   `O, die Vereniging van Vaginistische Vrouwen. Dat was toch maar een grapje, gekkerd. Ik had gewoon zin om die klootzak in de maling te nemen, dat begreep je toch wel? Of wil je gewoon weten of zulke vrouwen echt bestaan?’

   Hij knikte. Ze streek hem even met een vinger over zijn neus. `Jij kleine wijsneus. Wat had jij dan gedacht wat dat zouden zijn, vaginistische vrouwen? Vrouwen met een hele grote vagina zeker? Extra Extra Large. XXL. Mis poes. Niks daarvan. Juist niet. Integendeel.’

   Ze zweeg alsof ze er even over moest nadenken. Toen zei ze met een stem die hij haar uitlegstem noemde, die tante Toos gebruikte op school als ze haar leerlingen het een en ander duidelijk maakte over muziek: `Vaginistische vrouwen zijn vrouwen - heel zielig - die of helemaal niet of slechts met heel veel pijn en moeite de piem van de man d’r in kunnen krijgen. Ze zitten van onder op slot. Als je begrijpt wat ik bedoel.’

   Johannes hield zijn hoofd beschaamd gebogen terwijl hij naast haar voortliep.

   `Ze willen niet of kunnen niet. Ze zitten daar potdicht, hun opening is zo klein als een knoopsgaatje - het knoopsgat waar prins Bernhard zijn witte anjer in steekt - wat zeg ik, nog niet eens met een potloodpuntje kan je d’r bij hen inkomen. Dichtgeklapt als een oester. Geen speld tussen te krijgen. Nog voor geen millimeter kom je d’r in. Blij dat ik daar nooit last van heb gehad. Integendeel!’

   Hij keek omhoog naar haar gezicht. Alsof hij dacht dat ze hem weer eens voor de gek hield.

   `Daar wil je zeker meer over weten, hè? Hoe dat zat bij tante Toos? Vind je zeker machtig interessant?’

   Hij knikte verlegen. Ze liepen over de stenen brug en keken in de diepte naar de woonboten die aan weerszijden van de gracht lagen. Toos had hem al eens verteld over haar plan om ook zo’n boot te kopen, die naar een afgelegen plaats ver buiten de stad te laten slepen, zodat ze daar altijd piano kon spelen, ook ‘s nachts, zonder dat het anderen stoorde.    `Wat ben je ook een nieuwsgierig joch,’ zei ze vrolijk lachend. `Een rare snuiter ben je. Alles wil je altijd weten, alles wil je horen over je tante, je gekke tante Toos.’ Hij keek de andere kant op, maar ze pakte hem bij de kin en draaide zijn gezicht naar haar toe. Ze streek haar vingers door zijn haar. `Zo’n lief, onschuldig koppie heb je, zo’n vroom smoeltje -- net een kindje verwekt door de paus bij moeder Teresa. Maar ondertussen!’ Ze keek hem lachend in de ogen, ze was weer zijn plaagtante. "Je liefhebbende plaagtante" had ze eens op een verjaardagskaart geschreven.

   `Nee, ik was precies het tegenovergestelde van zo’n van onder kurkdroge en krampachtig gesloten vrouw. Helemaal open was ik, voor alles en iedereen; ik was er al vroeg bij. Zelfs op school... niet de lagere school natuurlijk, toen wist ik nog van niks. Maar op de middelbare school... Toos Naaidoos noemden ze me daar. O, als ik je alles zou vertellen...’ Ze keek hem spottend aan. `Maar daarmee zou ik te veel schade berokkenen aan je tere kinderzieltje.’

  

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.