Gegevens:

Categorie:
Horror
Geplaatst:
24 juli 2019, om 08:22 uur
Bekeken:
134 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
72 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Gothic Horror .5"


Een tijdlang bleef Toos met een ernstig gezicht voor zich uit staren terwijl Johannes in het boek verder bladerde. Het was alsof ze extra tijd nodig had om nog eens rustig over de dingen na te denken, alsof ze even bij zichzelf te rade moest gaan. `Kom,’ zei ze met een zucht. Haar stem klonk een beetje moedeloos, alsof ze wist dat ze er toch niet uit kwam. `Kom, ik moet nog naar beneden, naar de grafkistenwerkplaats. Kijken of hun poes - ze hebben daar bij die lijkkisten ook een kat - wel genoeg water en kattenbrokken heeft. Ga je mee of blijf je liever even hier? Het is wel een beetje eng allemaal, al die opgestapelde doodkisten langs de wand.’ Ze was opgestaan. `Ik ben zo terug.’

   Maar Johannes was ook opgestaan. Hij zei dat hij mee wilde. Dat hij niet bang was. Als zij maar in de buurt bleef.

   ‘Dit priestergewaad houd ik aan. Als iemand in een van de huizen hiernaast toevallig uit het raam kijkt en me de achter trap ziet afdalen, zal hij denken een spookverschijning te zien. Wacht, deze zaklantaarn nemen we mee. Ik weet nooit waar ik beneden de lichtschakelaar moet vinden.’

   Ze ging hem voor. Vanaf een serre-achtig, ingebouwd balkon kwamen ze via een holklinkende wenteltrap van gegalvaniseerd metaal in een kleine, verwaarloosde achtertuin die geheel was ingesloten door hoge, blinde muren. De deur van de gang naast de werkplaats stond tussen twee losse bakstenen geklemd op een kier zodat de kat er in en uit kon. Veel daglicht viel er niet binnen. Toos knipte de zaklantaarn aan en liep voor Johannes uit door de lange gang die uitkwam in een soort garage waar twee begrafenisauto’s naast elkaar geparkeerd stonden. Een openstaande zijdeur leidde naar een ruime werkplaats. Het kantoortje naast de garage was wel op slot. Waarschijnlijk was daarbinnen de lichtschakelaar waarmee de tl-buizen in de werkplaats ontstoken konden worden.

   Ze nam hem bij de hand en ging voorzichtig de werkruimte binnen. Tegen de zijwand en de achterwand stonden de doodkisten opgestapeld, ervoor lagen stapels brede planken. `Pas op voor die zaagmachines in het midden,’ waarschuwde Toos. Ze draaide zich langzaam om en scheen met de lantaarn in alle hoeken van de werkplaats. De kat was nergens te bekennen. `Het is zo’n enge Siamees,’ zei Toos, `een soort mascotte van het bedrijf. Het beest doet me altijd aan de dood denken. Overdag ligt-ie meestal op het bureau in het kantoortje. In het weekend zorgt Jaap voor hem.’

   Op schragen stonden ter hoogte van Johannes’ schouders enkele kisten waaraan blijkbaar nog werd gewerkt. Voor hen op de grond stond op grote stukken dik karton een brede kist met een deksel.

   `Deze is helemaal klaar,’ zei Toos. `Daar komt morgenochtend iemand in te liggen. Speciaal gemaakt voor een wat groter iemand, zo te zien. XXL!’ Ze trok hem naar de kist. `Wees maar niet bang, er ligt heus niemand in. Nog niet.’ Ze gaf hem de zaklantaarn, zodat ze haar handen vrij had om de deksel eraf te lichten. Die zette ze tegen de zijkant van de kist. Ze nam de zaklamp weer van hem over en scheen ermee in de kist. Ze knielde neer. ‘Kijk, satijnen voering. Een speciaal hoofdkussentje van satijn. Dat ligt vast heel lekker.’ Ze pakte zijn hand en liet hem de zachte, zijdeachtige stof voelen. 

   `Ik ga er eventjes in liggen,’ zei Toos resoluut. `Dood zijn is niet leuk, daarom kun je het beste er maar alvast een beetje aan wennen.’ Ze deed haar schoenen uit, trok haar priesterkledij op tot haar middel, zodat ze weer in haar spijkerbroek stond, en stapte met enig gestommel de kist in. Ze ging er languit in liggen, haar hoofd op het kussentje dat helemaal onder haar lange, zwarte haar verdween. Met een verzaligde glimlach keek ze naar hem op, terwijl hij gehurkt naast de kist zat. Hij scheen met de zaklantaarn over haar lichaam. `Geef mij weer even...’ Ze nam de lamp en scheen het licht van onder haar kin omhoog, zodat haar oogkassen griezelig hol leken. Hij lachte erom, daar kon ze hem niet bang mee maken. Ze knipte het licht uit en gaf de lantaarn weer aan hem terug. Hij pakte de zijkant van de kist beet. Zijn ogen moesten wennen aan het donker. Een hele poos bleef ze roerloos liggen. Alsof ze speelde dat ze dood was. Maar hij hoorde haar ademhaling. Het duurde heel lang voordat ze het stilzwijgen verbrak.

   `Weet je...’ Haar stem klonk aarzelend uit de diepte. `Hier zou ik dat wel voor je willen doen... wat ik je boven al beloofd had... net als die vrouw op dat schilderij...’ Haar ademhaling was nu nog duidelijker hoorbaar. Hij voelde een vreemde lichtheid in zijn borstkas, alsof hij zweefde.

   `Wil je dat ik het doe?’

   Er viel een diepe stilte. Geluiden van buiten kwamen van heel ver. Toen begon ze, zonder zijn antwoord af te wachten, zich te ontdoen van haar spijkerbroek en onderbroek die ze vervolgens naar het voeteneinde van de kist schopte. Hij durfde het licht niet aan te knippen. Met haar ontblote onderlijf lag ze nu in de kist. `Voel me maar... hier.’ Ze nam zijn hand en drukte die tegen haar buik. `Twee handen op één buik,’ grinnikte ze. Ze leidde zijn vingers naar beneden en hij voelde plotseling haar krullerige schaamhaar dat onder zijn hand springerig opveerde als een mospolletje. `Hier... in mijn Heilige Maria.’ Ze duwde zijn vingers tussen haar dieperliggende plooien en in haar opening. `Voel maar, geen tandjes, echt niet. Geen Vulva Dentata, niks daarvan.’ Haar stem klonk dromerig zacht. Johannes voelde zijn borst helemaal hol worden - alsof alle lucht, alle adem uit zijn lichaam was weggezogen. `Stop je vingers maar in m’n honingpotje... de vingerdoop is dat... Johannes de Doper.’ Ze zei het stamelend, half kreunend; alsof ze moeite had de woorden uit te brengen. `Dit is wat ze bedoelen met de kinderdoop... Twee vingers... helemaal bij me naar binnen...’ Ook haar eigen vinger doopte ze in. Daarna streek ze met haar vocht over zijn voorhoofd, zijn lippen en zijn wangen.

   `Hiermee zegen ik je... hierbij zalf ik je met mijn Heilige Oliën... uit mijn Heilige Maria. Proef mijn lichaamshoning... mijn zoetvloeiende lekkernij...’ Ze zei het zacht prevelend, als een toverformule. Ze was nu inderdaad een priesteres. `Wacht...’ Haar hand zocht in de opgestikte zak van het priestergewaad tot ze enkele hosties vond. Ze doopte een ervan in haar vocht en drukte die tegen zijn lippen. `Het Heilige Sacrament,’ prevelde ze. `Je eerste communie. Hoc est enim corpus meum...’ Dankbaar slikte hij de kleverige priesterhostie in na het eerst tussen zijn tong en gehemelte te hebben laten smelten. `Want dit is uit mijn lichaam...’ Ze deden het nogmaals met een tweede hostie. En nog eens. Ook proefde zij er zelf van, nadat ze er eentje bij zichzelf had ingedoopt. Tot er geen hosties meer over waren. `De Wonderbare Spijziging,’ fluisterde ze hem toe. `Nu weet je ook hoe de stroopwafel is uitgevonden die ze tegenwoordig op de markt verkopen: door een of andere non of moeder-overste met een honinggleuf zo groot als mijn schoen.’

   `Knip het licht aan, dan mag je zien hoe ik het bij mezelf doe. Dat wilde je toch zo graag?’ Toos schoof naar onder zodat haar onderbenen over de rand bij het voeteneinde van de kist bungelden. `Beschijn me maar vanonder, in m’n Heilige Maria...’ Johannes ging gehurkt aan het voeteneinde van de kist zitten. Met een hand hield hij zich vast aan de opstaande rand, met de andere scheen hij de lichtbundel tussen haar benen. Ze had haar heupen omhoog gestoten zodat hij er met zijn neus bovenop zat en alles goed kon zien. Met duim en wijsvinger sperde ze haar schaamlippen voor hem open en hij scheen het licht van de zaklantaarn bij haar naar binnen. Het was of hij de vochtig glinsterende binnenkant van een bloemkelk zag.

  

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.