Gegevens:

Categorie:
Horror
Geplaatst:
24 juli 2019, om 08:19 uur
Bekeken:
123 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
53 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Gothic Horror .7"


In Jaaps slaapkamer trok Toos het priestergewaad over haar hoofd uit en hing het terug in de kast. Johannes ging op het bed zitten waar ze de jassen hadden neergelegd toen ze uren geleden binnenkwamen.

   `Wat zou Jaap zeggen als hij wist wat we beneden hebben uitgevreten?’ vroeg Toos zich hardop af. Ze maakte een achteloos gebaar alsof wat Jaap ervan vond er helemaal niet toe deed. `Als echte Reviaanse flauwekul-katholiek zou hij er waarschijnlijk zijn nihil obstat over uitspreken. Hij zou er niks op tegen hebben en zijn goedkeuring geven aan wat we net hebben gedaan.’ Ze keek hem met pretogen aan en zei veelbetekenend: `En nog doen zullen.’ Hij werd er weer verlegen onder en keek de andere kant op. `Niet vergeten, beloofd is beloofd.’ Er was weer iets plagerigs in haar stem.

   `Gherard Reve de ghekke Ghodekontneuker,’ ging ze verder, Jaaps zachte `g’ overdreven imiterend - de zaghste ghee van heel Limburgh, had ze het eens genoemd - `de boeken van die gek heeft hij allemaal gelezen, die staan daar.’ Ze wees op een rij boeken in een kast vlak naast het bed. Ze pakte er een. `De titel van dit boek zal je wel aanspreken: Moeder en zoon. Moet je later maar eens lezen als je op het gymnasium zit.’ Ze keek hem even van opzij aan. `Denk je nog steeds dat ik misschien je echte moeder ben, en niet Annemarie? Na wat wij beneden hebben uitgespookt?’ Hij keek haar onthutst aan. `Gekkie... Daar zijn moeders toch niet voor.’ Ze zei het liefdevol, haar stem vol tederheid. Het was alsof er ook iets van spijt in haar stem doorklonk. Lachend greep ze hem beet en knuffelde hem. `Tantes wel,’ zei ze beslist. `Vooral lievelingstantes. Daar heb jij maar één van, en dat ben ik.’ Ze kietelde hem even onder zijn armen, iets waar hij nooit tegen kon.

   Ze trok haar trui en blouse uit om haar beha, die nog steeds los was en om haar middel hing, weer op zijn plaats te krijgen. Eventjes stond ze daar in haar spijkerbroek met geheel ontbloot bovenlijf. Hij keek naar haar kleine bollingen. `Die heb je nog niet gezien, alleen maar gevoeld,’ zei ze. `Ze stellen niks voor vergeleken bij die grote van je moeder bijvoorbeeld - en zeker niet vergeleken bij die kanjers van mevrouw Doornbos. Heb je die wel eens gezien?’ Johannes schudde het hoofd. `Díe heeft meloenen... Cup EE of zoiets. Misschien kan ze haar beha’s helemaal niet in een gewone winkel kopen en moeten ze speciaal voor haar besteld worden. Extra Large. XXL.’ Toos had al haar kleren weer aan en stond voor de spiegel haar lange, zwarte haar uit te kammen. `Negentien september. Het Feest van de Verheerlijking van het Heilige Kruis,’ las ze op Jaaps kalender. `Geen wonder dat ik het ineens op m’n heupen kreeg en zin had het Heilige Kruis bij mezelf te verheerlijken. En wat een feest. Als je straks thuiskomt en je vader vraagt "Waar ben jij geweest?" kun je terecht zeggen "Bij m’n tante op het feest".

   Johannes keek geschrokken naar de klok. Het was wel héél laat. Zijn vader zou zich afvragen waar ze zo lang bleven. Toos scheen zijn gedachten te raden. `Maak je maar geen zorgen, we redden ons er wel uit,’ zei ze rustig. `Desnoods vertel ik dat we na afloop van de bioscoop een oude leraar van me zijn tegengekomen - meneer Venema - met wie we nog een hele tijd hebben zitten praten en die zo aardig was om ons een hapje eten aan te bieden in een restaurant. Zo’n aardige man, daar konden we toch geen nee tegen zeggen.’ Ze keek hem lachend aan. `Je wilt me toch niet vertellen dat je na die heerlijke priesterhosties, die Wonderbare Spijziging, nog honger hebt?’ Ze bleef hem even met spottende ogen aanstaren. `Arme jongen, wat heeft je ontaarde tante je aangedaan?’ Ze schudde meewarig het hoofd. `En wat gaat ze je nog allemaal aandoen?’ grijnsde ze. Maar plotseling veranderde de uitdrukking op haar gezicht. Met zachte stem zei ze: `Ik weet echt niet wat ons bezielde, wat over ons is gekomen. Waren het de afbeeldingen van die schilderijen?’ Ze trokken de jassen aan en waren klaar om naar huis te gaan. `Misschien kan het geen kwaad, was het wel goed voor je. Het moest nou eenmaal gebeuren. Anders was het voor jou maar gewoon bij een plaatje gebleven, niet een echte vrouw van vlees en bloed.’

   Ze ging aan het voeteneinde van het bed zitten en bleef een poosje peinzend voor zich uit staren. Johannes wachtte.

   `Jaap? Jaap zou dit ongetwijfeld goedvinden. Hij zou die billenpompende volksschrijver die zo graag God in Zijn kont wilde neuken, napraten en zeggen: Als Gods zegen er maar op rust!’

   Ze keek hem plotseling verbaasd aan, alsof ze even vergeten was dat hij daar op haar stond te wachten. `Arme jongen,’ zei ze, terwijl ze opstond. `Wat heb ik je toch aangedaan? Berouw komt na de zonde! Ik weet nog steeds niet of we hier wel goed aan hebben gedaan. Of ik blij moet zijn of er juist spijt van moet hebben, wie zal het zeggen? Vond je het erg?’

   Johannes schudde van nee.

   `Vond je het fijn?’

   Hij knikte.

   `Dan is het goed. Wat wij gedaan hebben, daar rust Gods zegen op. Dat voel ik gewoon. Het was Gods wil.’    

 

`Hier komt de boze toverheks, je gekke tante Toos,’ riep ze op dreigende toon. Johannes vluchtte en zij rende hem achterna tot ze hem te pakken kreeg achterin de tuin. Mevrouw Doornbos stond met een geamuseerd lachje op haar gezicht bij de achterdeur. Ze keek naar hun stoeipartij. Net twee kleine kinderen, vond ze. Die twee waren gek met elkaar, gingen helemaal in het spel op. Johannes gierde het uit, hij kon er niet tegen als hij gekieteld werd. `Niet doen... niet doen...’ Hij was buiten adem en probeerde zich uit de greep van Toos los te rukken. Mevrouw Doornbos kreeg bijna medelijden met het joch - ze kon er zelf ook niet tegen gekieteld te worden, vroeger als kind al niet.

   Toos bleef hem met haar vingers onder zijn oksels porren. Ze fluisterde hem daarbij in het oor: `Had je niet gedacht hè, dat ik zo hard achter je aan kon rennen. Als je toen met je piempje in me was geweest, had ik nu misschien zóóó’n dikke buik gehad en had ik je niet te pakken kunnen krijgen.’ Johannes snakte naar adem. Ze bleef maar doorgaan met porren. `Weet je nog wel? In die doodkist? Dat je met je Lieve Heertje bijna in m’n Heilige Maria zat? Of ben je dat nu alweer vergeten? Heeft dat zo weinig indruk op je gemaakt?’

   Toos had er vaak op gezinspeeld, op de verboden dingen die ze toen gedaan hadden. Daar hoefde ze hem echt niet aan te herinneren; hij dacht er vaak genoeg aan. Het was niet nodig dat ze steeds toespelingen maakte op `die gedenkwaardige gebeurtenis’ - zoals ze hun grote geheim noemde. Soms onder het eten, terwijl mevrouw Doornbos erbij zat, soms als er met zijn vader erbij over heel andere dingen gesproken werd. Beloofd is beloofd, zei ze dan zomaar. Voor anderen sloeg dit nergens op.

   Haar hese gefluister kriebelde in zijn oor. `Jij kleine rakker... wacht maar! Lief klein geilneefje die bijna z’n bloedeigen tante een dikke buik bezorgd had... opgepompt tot een reuzenballon... met je kleine geile fietspompje...’

   `Hou op... hou op!’ kermde hij. Ze liet hem gaan.

   Het was de laatste dag van de paasvakantie, de eerste echt warme dag van het voorjaar. Ze zouden in de tuin boterhammen eten. De tuinstoelen en de opklaptafel had Johannes al uit de schuur gehaald en klaargezet.

   Toos bukte zich, pakte een stokje en tekende een vrouwenfiguur met bolle buik en een figuur van een jongetje in het harde zand. `Dit zijn wij... zouden wij zijn als we niet goed opgepast hadden.’ De initialen T.O. en J.H. schreef ze eronder. `Als we tot de echte liefdesdaad waren overgegaan met jouw...’ hier kraste ze de letters L.H. in het zand `...in mijn...’ Ze schreef de letters H.M. `Maar dat gebeurt nog wel es een keertje...’

   Haastig veegde Johannes met zijn schoen de figuren en de letters uit. Hij keek angstig naar de achterdeur, maar mevrouw Doornbos was alweer in de keuken bezig. Hij kon haar rode haar door het raam zien.

   `Zijn jullie klaar met jullie kinderspelletjes?’ vroeg ze toen ze even later met een dienblad vol borden en kopjes de tuin inkwam. `Ga je handen maar even wassen.’ Ze knikte Johannes moederlijk toe.

   `Volgende week weer naar school,’ zei Toos. Ze zaten met z’n drieën om de tafel en smeerden boterhammen. `Daar heb ik op dit moment nog helemaal geen zin in.’

   Johannes dacht aan de paar maanden die hij nog naar school moest voordat hij eraf kon. Hij zou na de grote vakantie naar het gymnasium gaan waar Toos muzieklerares was. Hij zou bij haar in de klas komen - een vreemde gedachte.

   `Laatst kreeg ik op m’n donder van meester Berghuis.’ Vol trots vertelde hij hoe het gegaan was. De leraar had een klein groepje goede leerlingen, waaronder hijzelf, een extra taak opgedragen zodat hij aandacht kon schenken aan de kinderen met taalproblemen. Johannes had geprotesteerd. Hij wilde niet even beziggehouden worden met iets zinloos, met iets wat hij al kende. Als anderen niet de moeite namen om hun huiswerk te maken... Berghuis was woedend geworden, had hem een brutale vlerk genoemd. De hele klas was ervan onder de indruk. Hij begreep zelf ook niet hoe hij daartoe gekomen was, waar hij het lef vandaan had gehaald om de leraar tegen te spreken.

   `Ik begrijp het, ik begrijp het volkomen,’ zei Toos. Ze schudde een waarschuwende vinger en mompelde: `Beware! For he on honey-dew has fed... Ik weet precies wat - en wie! - die verandering in je heeft teweeggebracht.’

   Johannes ontweek haar blik. Hij keek schaapachtig naar mevrouw Doornbos, die het gesprek duidelijk niet kon volgen.

   `Kom, kom,’ zei mevrouw Doornbos goeiig, `dat zal echt wel meevallen, van die brutale vlerk. Daar hoeven we ons niet druk over te maken - zo ben jij niet.’

   Johannes wist hoe mevrouw Doornbos over hem dacht. Eens had ze tegen een buurvrouw gezegd dat hij een heel stille jongen was ─ Johannes de Zwijger. Dat hij urenlang alleen kon zijn zonder zich te vervelen. Hij kon zich best vermaken met tekenen of boeken lezen of gewoon wat voor zich uit zitten dromen. `Je hebt geen kind aan hem,’ had ze de vrouw verteld.

   `Binnenkort moet Johannes een spreekbeurt houden - voor de klas.’ De manier waarop ze het Toos vertelde, maakte duidelijk dat ze het een zware - misschien een te zware - opgave vond. `De hele vakantie heeft hij zich voorbereid: feiten verzameld, stukken uit zijn hoofd geleerd...’

  

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.