Gegevens:

Categorie:
Horror
Geplaatst:
24 juli 2019, om 08:17 uur
Bekeken:
133 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
67 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Gothic Horror .8"


Het was waar dat hij de vakantie grotendeels had doorgebracht met lezen. Met boeken die hij uit de bibliotheek had gehaald. Maar zoveel had hij nou ook weer niet aan zijn spreekbeurt gedaan.

   Toos keek hem van opzij aan. `Zie je er tegenop? Ben je nerveus?’

   Johannes knikte, hoewel die spreekbeurt hem niet echt veel kon schelen. Niet zoals vroeger, toen zoiets een ware nachtmerrie voor hem was.

   `Bang dat je, als je voor de klas staat, weer dichtklapt zeker. Als een vaginistische mossel.’

   Johannes en Toos schoten in de lach. Mevrouw Doornbos fronste de wenkbrouwen. Kon je zulke woorden wel gebruiken tegen een kind? Ze stond op en bracht de lege borden terug naar de keuken.

  `Heus, die spreekbeurt voor de klas, dat komt hartstikke goed,’ zei Toos toen mevrouw Doornbos binnen was. `Daar heb ik immers voor gezorgd... Het tovermiddel van tante Toos.’ Ze lachte hem toe. Hij lachte ook, een beetje schuldig. Hun ogen speelden spelletjes. `Smul, smul, neefjelief smul,’ zong ze zachtjes.

   Mevrouw Doornbos kwam terug de tuin in. Ze mocht niet te lang in de zon blijven zitten, zei ze. Roodharige mensen met een lichte huid zoals zij kregen gauw last van de warmte.

   De twee vrouwen babbelden ontspannen over koetjes en kalfjes. Johannes volgde hun gesprek niet, maar keek beurtelings naar de vrouwen. Toos had een dunne zomerjurk met korte mouwen aan, mevrouw Doornbos droeg een wijd, luchtig gewaad dat haar brede schouders en heupen en haar zware boezem enigszins verhulde. Haar oranjerode haar glansde in het zonlicht. Vroeger, toen ze een klein meisje was, noemde men haar peentje of worteltje. Dat had ze hem eens verteld toen hij jaren geleden - in de vierde - verdrietig uit school kwam omdat hij genadeloos was gepest. Mevrouw Doornbos was op het dorpsschooltje waar ze als meisje op zat ook wel eens uitgescholden, had ze verteld. Vanwege haar dikte en dat rode haar. Een jongetje had tegen haar geschreeuwd: `Jij rottige, rottige rooie!’ Waarom wist ze niet meer. Johannes had het moeilijk gevonden zich haar voor te stellen als mollig jong meisje met een rond hoofd en oranje haar. Mevrouw Doornbos had hem opgevrolijkt met een onzinverhaal over haar bolle kop en haar oranjerode haar. Dat zou ze geërfd hebben van haar grootvader die afstamde van de Oranjes, van Prins Hendrik. Adellijk blauw bloed stroomde door haar aderen. Ze liet hem de aderen zien in haar armholte en haar mollige onderarm. Ze had dus hofdame of zoiets moeten zijn in het paleis in plaats van gezinshulp bij de familie Huysmans. Eigenlijk had hij haar met Uwe Hoogheid moeten aanspreken, maar omdat hij zo’n lieve jongen was mocht hij gewoon mevrouw Doorbos zeggen, had ze gezegd. Ook had ze verteld dat ze als tienermeisje had geprobeerd met citroensap de sproeten aan weerszijden van haar neus te laten verbleken.

   Johannes keek naar haar blozende vollemaansgezicht en naar de enorme bolronde vormen van haar omvangrijke boezem die zich aftekende onder het zomerse gewaad dat als een soort tent om haar heen hing. Hij vergeleek de lichte huidkleur van haar mollige armen, bezaaid met sproeten, met de geligbruine huid van Toos. Die bronzen huidkleur had zijn moeder ook; er was geen twijfel mogelijk dat Toos en Annemarie zusters waren. Hij keek naar de kleine bollingen van haar borstjes die hij gevoeld had toen ze samen in de lijkkist lagen. En had gezien in Jaaps slaapkamer. Plotseling merkte hij dat de vrouwen ook naar hem keken. Hij voelde zich betrapt. Een vreemd lachje verscheen op het gezicht van Toos. Johannes sloeg zijn ogen neer.

   `Kom...’ zei mevrouw Doornbos. De vrouwen ruimden gezellig babbelend de tafel af en brachten alles naar de keuken. De stoelen en de tafel hoefde Johannes voorlopig niet terug te zetten in de garage - het zag er voorlopig toch niet naar uit dat het zou gaan regenen. Hij bleef zitten en keek naar de vrouwen. Toos vond hij een mooie, mysterieuze, heksachtige vrouw. Mevrouw Doornbos, die een paar jaartjes ouder was, een jaar of vijfendertig, was een lieve, moederlijke vrouw die de familie Huysmans een groot, warm hart toedroeg. Als zijn moeder, Annemarie, weer eens opgenomen was, of, zoals vroeger wel eens voorkwam, dagenlang op bed lag, dan zorgde mevrouw Doornbos overal voor. Toen het een poosje wat beter ging, had zijn moeder eens tegen hem gezegd: `Maria Doornbos is mijn steun en toeverlaat; zij is de enige die ik volledig vertrouw.’ Toch zou Johannes mevrouw Doornbos nooit in vertrouwen nemen en haar vertellen over Toos en wat er in Jaaps huis gebeurd was. Hij paste wel op. Johannes de Zwijger was hij voor haar - voor iedereen in de hele wereld. Johannes de Doper was hij bij Toos geweest toen hij zijn vingers doopte in haar roompotje...

   Toos kwam nog even de tuin in om dag te zeggen. En hem sterkte te wensen met zijn spreekbeurt. `Dat komt echt wel goed; daar hoef je je nu nooit meer zorgen over te maken.’ Ze zei het op nonchalante toon en keek hem daarbij met een veelbetekenende glimlach aan. Ja, die spreekbeurt... daar maakte hij zich geen zorgen over; daar had Toos op onvergetelijke wijze met haar honey-dew voor gezorgd.

 

Johannes liep tussen zijn rennende en stoeiende klasgenoten het schoolgebouw uit. Zonder te aarzelen liep hij het pleintje over. Vroeger, voor de Gedenkwaardige Gebeurtenis, zou hij bang geweest zijn, bang voor de pestkoppen op het schoolplein. Vooral voor Henkie, de aanvoerder van de ruwe, stoere jongens. Hij wachtte dan tot ze allemaal weg waren voordat hij naar huis liep. Nu was alles anders. Hij was immuun voor ze, hij was niet bang meer. De anderen hadden dat gemerkt. Meester Berghuis ook. Die was een paar keer woedend op hem geweest, maar had hem toch geen straf gegeven, hoewel hij dit wel verdiend had. Hij was niet meer de stille, teruggetrokken jongen die altijd probeerde vooral niet op te vallen. Die nooit iemand tot last was en altijd zijn eigen weg ging. Nu voegde hij zich vaak bij de groepjes branieschopperige jongens en mengde zich in hun stoere of schunnige gesprekken.

   De spreekbeurt was hem vandaag makkelijk afgegaan. Niet één keer was hij over zijn woorden gestruikeld; de zinnen waren moeiteloos uit zijn mond komen rollen. Vol zelfvertrouwen had hij voor de klas gestaan en zijn verhaal gehouden. Hij had ze zelfs aan het lachen gekregen met wat grapjes. Na afloop had hij een warm applaus in ontvangst genomen.

   Zodra hij thuiskwam, vertelde hij het aan mevrouw Doornbos. Zijn vader kwam net achter hem aan het huis binnen - wat hij vreemd vond; gewoonlijk kwam zijn vader veel later van kantoor. Mevrouw Doornbos was blij verrast. Ze was echt op het ergste voorbereid geweest omdat hij de vorige keer niks van zijn spreekbeurt terecht had gebracht.

   Johannes wilde Toos bellen om haar het verheugende nieuws te vertellen. Hij liep naar de telefoon, maar zijn vader hield hem tegen en gebaarde hem dat hij dat niet moest doen - niet bellen.

   `Ze is vandaag ontslagen...’

   Mevrouw Doornbos sloeg haar handen tegen haar wangen van schrik. Ze staarde hem onthutst aan.

   `Ontslagen?’

   Er viel een sombere stilte. Alle drie stonden ze daar in de gang zonder te weten wat te zeggen.

   `Ontslagen? Waarom dan wel?’ vroeg mevrouw Doornbos ongelovig.

   `Op staande voet. De reden weet ik niet. Ze belde me op kantoor... het is helemaal mis met haar.’

   Johannes ging naar zijn kamer.

   Ontslagen. Zo maar van school weggestuurd. En hij had zich er nog wel zo op verheugd om bij haar in de klas te komen. Waarom? Waarom moest ze daar ineens weg? Ze kon toch zo goed lesgeven? Ze kon adembenemend boeiend vertellen over de muziek en de tragische levens van de allergrootste componisten - Mozart, Chopin. De etudes van Chopin speelde ze prachtig voor. Haar sierlijke handen gleden dan over de toetsen, de klanken nu eens triest of weemoedig, dan weer onstuimig, opstandig. Leerlingen op haar school, vertelde ze, waren helemaal geïnteresseerd geraakt in klassieke muziek nadat ze jarenlang niets anders dan stompzinnige discodeuntjes en populaire kwijlliedjes hadden aangehoord. En nu ging Toos daar ineens weg.

   Terwijl mevrouw Doornbos in de gang haar zomerjasje aantrok om naar huis te gaan, hoorde hij zijn vader nog iets tegen haar zeggen. Ze hadden het over Toos. Johannes spitste zijn oren. Toos vertoonde bizar gedrag, hoorde hij zijn vader zeggen, in al haar doen en laten was ze heel extreem. Vooral sinds ze omgang had met die uitgetreden priester. Ook hoorde hij mevrouw Doornbos op gedempte toon zeggen dat ze Toos altijd al een eigenaardige vrouw had gevonden. Al zolang ze de familie kende. Ze was bezorgd, maar ze hoopte dat alles vanzelf weer goed zou komen. De voordeur werd dichtgetrokken en zijn vader liep terug naar de kamer. Johannes deed net of hij een tijdschrift aan het lezen was.

  

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.