Gegevens:

Categorie:
Horror
Geplaatst:
24 juli 2019, om 08:13 uur
Bekeken:
121 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
58 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Gothic Horror .10"


Bij de voordeur van zijn huis stond mevrouw Doornbos met open armen en een bedrukt gezicht hem op te wachten.

   `Jongen toch... Weet je het dan al?’

   `Wat?’

   ‘Je lieve tante Toos is overleden... gisteren... gisteravond. Het spijt me zo voor je...’

   Hij keek haar verschrikt aan. `Dat kan niet...’ Hij wierp zich in haar armen. Hij huilde. Ze hield hem vast.

   `Het is verschrikkelijk voor je... Wie had zoiets gedacht. Je vader komt voorlopig niet thuis, hij moet van alles regelen. Ik blijf hier wel. Het feestje voor morgen, dat zullen we moeten afzeggen. Vanavond bellen we de kinderen wel op...’

   `Het kan niet... het kan niet...’ huilde Johannes. `Ik heb haar zonet nog gezien...’

   `Arme jongen...’ Ze nam hem mee naar de badkamer en depte zijn betraande gezicht met een washandje.

   `Het kan niet... het kan niet,’ bleef hij volhouden. Hij huilde aan een stuk door. Mevrouw Doornbos nam hem mee naar de zitkamer en ging met hem op de bank zitten.

   `Hoe kan dat nou... als ik haar zonet...’

   Mevrouw Doornbos wachtte tot hij enigszins tot bedaren was gekomen. Ze zei met kalme stem: `Ik weet niet of het wel de bedoeling is dat ik je alles vertel... of ik daar wel goed aan doe... Maar het komt hierop neer...’ Ze streek zijn haren glad en veegde met haar zakdoekje over zijn voorhoofd. `Toos heeft zich van het leven beroofd. Gisteravond. Ze is, waarschijnlijk onder de invloed van medicijnen of God weet wat voor ander spul, gisteravond laat een van die plantsoenvijvers in gelopen. Met kleren en al. Daar heeft men haar vanmorgen vroeg gevonden...’

   `Niet waar! Dat kan helemaal niet...’

   `Arme jongen. Ik weet hoe moeilijk het is te accepteren... Je weet toch hoe slecht het met haar ging de laatste tijd...’

   Johannes had nog steeds het beeld voor ogen van Toos zoals hij haar voor het laatst gezien had: een grote wassen pop die daar als versteend op het graf had gezeten met een arm naar hem opgeheven toen hij van haar wegliep. Nu werd hij echt heel bang, panisch bijna. Hij klampte zich aan mevrouw Doornbos vast. Hij wilde niet dat zij opstond van de bank. Toen ze een poos later zei dat ze naar de keuken moest om eten te koken wilde hij bij haar blijven. Ze mocht geen meter van hem wijken, hij moest per se vlak bij haar blijven, in dezelfde kamer.

   Zijn vader belde op. Mevrouw Doornbos voerde een kort gesprek. Hij begreep dat zijn vader nog niet thuiskwam. Mevrouw Doornbos zou blijven tot Johannes gegeten had en dan mocht hij met haar mee naar huis waar haar eigen man op haar wachtte. Desnoods bleef hij daar slapen, ze hadden een logeerkamertje en een extra bed. Mevrouw Doornbos zou zich voorlopig over hem ontfermen. De ouders van de kinderen die waren uitgenodigd zou ze opbellen. Ook zou ze de hoofdmeester, meneer Berghuis, vertellen dat Johannes een paar dagen niet op school zou zijn.

   Johannes lustte het eten niet dat mevrouw Doornbos voor hem had klaargemaakt; het meeste liet hij op zijn bord liggen. `Ik heb Toos vanmiddag nog gezien,’ probeerde hij weer. `Ze liep voor mij uit langs het park... naar de begraafplaats...’

   `Arme jongen...’ Mevrouw Doornbos schudde droevig het hoofd. `Wat je zegt klopt niet. Vanmiddag... toen lag Toos al opgebaard. Je vader is daarheen geweest. Vanmorgen kreeg hij het bericht ─ jij was toen op school. De overlijdens-advertentie staat misschien vanavond al in de krant. Heus, geloof me... Ik weet hoe erg het voor je is...’ Johannes wilde het wel uitschreeuwen, toch kon hij aan geen mens vertellen hoe het werkelijk gegaan was.

   Na het eten gingen ze met de bus naar het dorpje buiten de stad waar mevrouw Doornbos woonde. Meneer Doornbos was al door zijn vrouw ingelicht. Hij legde goeiig zijn enorme werkmanshanden op Johannes’ schouders. De man zei niets; hij wist waarschijnlijk niet wat hij zeggen moest.

 

Johannes bleef laat op - veel later dan hij gewoon was. Pas toen meneer Doornbos na het late journaal geeuwend de televisie uitzette en aanstalten maakte om naar bed te gaan, zocht hij het logeerkamertje op dat voor hem in gereedheid was gebracht. Het echtpaar wenste hem welterusten.

   Urenlang lag hij in het donker terwijl beelden in zijn hoofd, en stemmen, hem uit de slaap hielden. Niet alleen van Toos, maar ook van anderen: zijn zieke moeder, meester Berghuis, de kinderen uit zijn klas. De grijnzende kop van Henkie, die vroeg: `Heb jij lekker vies gedaan? Met je tante? Met je dooie tante?’ En joelend riepen de kinderen het over het schoolplein naar elkaar. Ze kwamen om hem heen staan en vormden luidruchtige groepjes. Ze ondervroegen hem. `En heb je haar kuttevocht geproefd? Haar lijkenvocht? Ze was toch al dood? Nu ga jij vast ook dood! Heb je echt bij haar de bak uitgeslobberd? En heb je toen je pik in haar dooie lijf gestoken? Nu ga jij zelf ook dood! Ja toch? Als je het met een dooie doet, ga je zelf ook dood. Het gif, het lijkengif uit haar dooie kut heb je op je lippen geproefd; nu ga je vanzelf dood...’ Hij voelde het gruwelijke gistende slijm op zijn lippen, het droop in zijn mondholte. Giftige dampen stegen naar zijn hersenen. Hij was ten dode opgeschreven. Meester Berghuis kwam er met een kwaaie kop bij staan en riep woedend: `Hoe durf je wel... jij... een snotjongen... een elfjarig kind nog... je van onder helemaal leegspuiten... in je eigen tante nog wel... Spuit elf!’ 

   De hele nacht werd hij geplaagd door deze beelden en stemmen, hij deed geen oog dicht. Hij hoorde vreemde geluiden, alsof er iemand bij hem in de kamer was. Toos. Hij hoorde haar ademhaling. Hij durfde zich niet te bewegen, zijn hand niet onder het laken vandaan te halen, zijn hoofd niet in het kussen te draaien, bang dat hij plotseling het dode lichaam van Toos tegen zich aan zou voelen.

   Vroeg in de morgen hoorde hij meneer Doornbos opstaan en kuchen. Uit de keuken kwamen vage geluiden. Johannes had gezien hoe mevrouw Doornbos de boterhammen die haar man mee naar zijn werk nam, gisteravond al voor hem had klaargemaakt en in de koelkast gelegd. Hij hoorde de man het huis door de voordeur verlaten en buiten de bestelwagen starten. Hij stond op en ging naar de wc. De deur van de grote slaapkamer stond open en mevrouw Doornbos riep hem toen hij terugliep. Ze vroeg of hij goed geslapen had. Hij ging naar haar toe. Ze zat in haar nachtkledij op het enorme bed.

   `Heb je slecht geslapen? Helemaal niet geslapen? Waarom niet?’

   `Ik hoorde steeds geluiden.’

   `Wat voor geluiden dan?’

   `Alsof er iemand steeds psst! deed, en andere geluiden... fluistergeluiden...’

   `Kom dan nog maar even hier liggen.’ Ze wees naar de plek naast haar die meneer Doornbos net verlaten had. `Probeer nog even een dutje te doen.’

   Ze lag met haar brede rug naar hem toe gekeerd. In de behaaglijke warmte van het ruime bed voelde hij zich suf en dromerig. Het beeld van Toos verrees. Geheel naakt stond ze rechtop in de zwarte grafkist die langzaam over het water naar hem toedreef. Open en bloot stond zij in de kist op hem te wachten. Haar handen hield ze geopend onder haar kleine stevige borstjes alsof ze hem die aanbood. `Appeltjes voor de dorst,’ prevelde ze. Hij gleed door de lucht naar haar toe, stapte bij haar in de kist en stond ineens dicht tegen haar aan. Het genot van hun samenzijn voelde hij in zijn piempje opkomen en gewillig gleed hij in haar warme uitdijende lichaam. Zachtjes, o zo zachtjes en wolkig ontplofte hij in haar. Toos sprak zacht tegen hem, haar lippen nauwelijks bewegend. Hij moest zich inspannen om haar te kunnen verstaan. `Je piempje heeft een traantje in me achter gelaten,’ hoorde hij haar zuchten.

   `Wat is er? Wat doe je?’ Mevrouw Doornbos voelde slaperig met haar hand achter haar rug. Johannes lag tegen haar aan, tegen een klein stukje van haar blote rug waar haar pyjamajasje ietsje was opgeschoven. Johannes schrok en schoof haastig opzij.

   `Wat is er, jongen?’ vroeg mevrouw Doornbos weer met haar dikke slaperige stem. `Wat is... het is hier nat... Heb je geplast? Heb je je pyjama natgemaakt... een plasje?’

   `Nee...’ Hij huilde bijna. Hij ging helemaal aan de kant van het bed liggen. Zo ver mogelijk bij haar vandaan.

   `Nee?... Iets anders?’ Ze ging op haar rug liggen. Ze voelde het al. Iets kleverigs. Een natte droom.

   `Ik kon d’r niks aan doen.’ Zijn stem klonk huilerig benauwd.

   `Geeft niks,’ zei mevrouw Doornbos goeiig. `Kan iedereen overkomen. Zulke dingen gebeuren nu eenmaal. Ga maar weer lekker slapen. Daar praten we gewoon niet meer over.’ Het plotselinge overlijden van Toos moest wel een enorme schok voor hem geweest zijn, dacht ze. Hij was gewoon zichzelf niet, nog helemaal aangedaan door haar dood. Ze draaide zich weer op haar zij. Even later stond ze op en deed haar zijden kamerjas aan. Johannes doezelde nog even weg.

   De telefoon ging in de huiskamer. Johannes hoorde vaag wat mevrouw Doornbos zei. Zijn vader. De stem van mevrouw Doornbos schoot ineens omhoog van verbijstering. `Al haar haar afgeschoren?... Ook onder haar armen en van onder?... Waarom zou ze dat in ‘s hemelsnaam gedaan hebben! Ik begrijp er helemaal niks van.’ Hij hoorde haar zeggen dat ze het goed vond dat hij nog een paar daagjes bij haar bleef. Tot de begrafenis.

   Ze bracht hem thee op bed. Zelf klom ze er ook nog even in. Haar kamerjas hield ze aan. De kussens aan zijn kant - de kant van meneer Doornbos - had ze voor hem opgeschud.

   `Dat is waar ook, je bent vandaag jarig. Van harte gefeliciteerd. Ik was het bijna vergeten.’

   Samen dronken ze rustig hun thee. Er was geen haast. Mevrouw Doornbos zou vandaag thuisblijven en Johannes hoefde niet naar school.

   `Als jij nu weer naar je eigen kamer gaat, kan ik zo meteen onder de douche en me aankleden.’

   Johannes stond op, zette zijn lege kopje op het nachtkastje en ging terug naar het logeerkamertje.  

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.