Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
3 juni 2019, om 20:49 uur
Bekeken:
87 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
23 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Ik heb de uitnodiging niet gehonoreerd"


AUTEURS VOEREN POLEMIEK. BEELDENDE KUNSTENAARS NIET!

Beeldende kunstenaars zijn voor het overgrote merendeel schijterds en meelopers, genegen te buigen voor de overheid mits het subsidie oplevert. Zoals de oplettende lezer al lang weet ben ik niet bereid gebukt door andermans poorten te gaan en heb altijd geweigerd aan de subsidie tiet  van de overheid te zuigen zoals die tienduizenden artistieke biggetjes in Nederland. Nederlandse beeldende kunstenaars zijn voor 99,9 % slijmjurken, imitatiejongens, politiek correcte conformisten, bereid om een zesbaans snelweg van hier tot Schiphol schoon te likken als zij maar naar de gunst van de subsidieverlener  kunnen dingen.

Een mentaliteit die niet op roept tot enige polemiek. Vooral de hippe boys met een digitaal cameraatje om de ongewassen artistiekerige nek die menen instant kunst te maken door op de sluiterknop van een Samsung cameraatje te drukken, zijn voornamelijk in slaap gewiegde zuigelingen die in de wieg liggen te kraaien in een wolk van roze babay

 Mei 1967  keerde ik na tien jaar Heemstede terug in Amsterdam. Ik ontmoette de auteurs Wim Ibo, de wei nig succesvolle Martin Hartkamp, de gefrustreerde Henk Romijn Meijer, de dichter Koos Schuur, de dichter Arie Visser, Adrian Morriën, Cees Buddingh’ en de megalomaan Heere Heeresma.

Allen vertoonden het bekende opgeblazen Ego syndroom zoals algemeen gangbaar in schrijversland. Gedrag dat ik al langer kende uit de kringen van de beeldende kunstenaars in Haarlem, Heemstede en Amsterdam.

De uitgever Polak bood aan een poster van mijn werk uit te brengen; een aanbod dat hij in 1967 een maand later zonder enige motivering weer in trok. Ik was in die jaren zo timide dat ik niet eens om een ver klaring vroeg.

Ik besloot me vanaf deze ervaringen niet meer met schrijvers bezig te houden en met enige reserve het con tact met de hoofdstedelijke kunstschilders slechts incidenteel te onderhouden.

In 1976 sprak ik de Amsterdamse copywriter/dichter Fred Portegies-Zwart, die mij verbaasd toe voegde na een dynamische woordenwisseling: “die jongen (Fred van der Wal) heeft een rondom zich heen schietende torpedojager in zijn bek!”

November 1985 nodigde Stijntje,  echtgenote van Fred Portegies-Zwart, mij uit om bij hen te eten toen ik een expositie van mijn werk in Amsterdam had. Ik heb de uitnodiging niet gehonoreerd. Fred Protegies is nu al weer geruime tijd dood.

 In het 1032 paginas dikke boek van  Paul Frentrop “Tegen het idealisme, Een biografie van Pierre Vinken”, waarschuwt de uitgever  Geert van Oorschot  Pierre Vinken vlak voor de verschijning van Tirade sep tember 1956 ten aanzien van het wederzijdse wantrouwen tussen schrijvers en schilders binnen de redac tie van Tirade , dat;

 “De schilders die grote activiteit betonen en veel aardige denkbeelden hebben gehad, niet het idee moet worden gegeven, dat wij ze er systematisch  buiten willen houden. Deze schilders- ik ken dit soort vrij goed- zijn daar zeer gevoelig voor. Zij staan tegenover ons nu nog ambivalent (zoals wij dat ook tegen over hen doen). Bedenk dat!”

 Deze raad betrof het redactionele beleid van Tirade, maar niet alleen in deze redactie was een controverse tussen schrijvers en schilders. Rob van Nieuwenhuys moest voor komen dat er conflicten tussen de schrij vers en schilders binnen Tirade zouden op treden met fatale gevolgen voor het voortbestaan van het blad.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.