Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
3 juni 2019, om 06:52 uur
Bekeken:
30 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
12 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Ik ben te vaak verhuisd (deel 3)"


IK BEN TE VAAK VERHUISD. IN TOTAAL EEN TWINTIG KEER (DEEL 3)


DE ZWERFTOCHT VAN AUTEUR/KUNSTSCHILDER FRED VAN DER WAL 1942-2017 (DEEL 3)

In 1976 verhuisden we naar het Galileïplantsoen naar een benedenwoning met tuin in de vrije huursector. Dat kostte een 600 gulden in de maand. Het volgende jaar 650 en daarna 700 gulden per maand. We lieten het huis verbouwen voor een 8000 gulden. Mijn werk liep van af 1974 ot 1978 als een tiet op wonderolie en ik had een galerie als Galerie Mokum helemaal niet meer nodig. Geld als water. Bovendien was de eigenaresse  van de galerie niet gecharmeerd van mijn werk, ze vond het te modern en koos liever voor de kitsch van schilderijtjes van kerkinterieurs, 17-eeuwse namaak stillevens, dode vogeltjes en flauwe cartooneske waterverfjes van Teun Nijboer of Niekamp, hoe heet die vergeten contrapresstatie schilder ook weer,  een inwoner van Zeeland, dan weet je het wel, als hoogtepunt in zijn loopbaan voorziter van de Zeeuwse kunstenaars vereniging, ik ben zijn naam al lang vergeten. Hij was tegen mijn werk en persoon en via de surrealistsiche schilder Chris van Geest hoorde ik dat hij twee van mijn tekeningen in stukken had geknipt. De reden er van ontging mij tot ik hoorde dat hij negen jaar in therapie had gelegen, dat was toen modern onder kunstenaars in de sixties.Die woning in de Watergraafsmeer 102 huis beviel me helemaal niet. Een hoge huur en voortdurend tot ’s avonds laat de herrie van op orkaankracht gedraaide smartlappen van de bovenburen. Er was geen kraak of smaak aan die woning, ik voelde me daar niet lekker en bovendien hadden we een hoerenmadam naast ons en een alcoholiste met een zoon op de hoek. Dat waren wel Amsterdammers, maar dan van het vervelende soort. In mijn atelier aan de tweede Nassaustraat is een moord gebeurd door een junkie, een schietpartij, inbraken en brandstichting. Mijn atelier is in 1981 in brand gestoken door junkie vriendjes van Ernst Jan Engels, de ‘verloofde’ enige tijd van Gerard Reve. Toevallig was ik er die dag van de brand niet anders had ik het nooit overleefd. Vanaf 1976 kreeg ik geen contraprestatie meer en in 1977 hield het docentschap van mijn echtgenote op door opheffing van academie De Schans.Deelname aan de contraprestatie in Amsterdam was niet meer mogelijk voor mij door tegenwerking van de aankoop commissie. Een aankooplid van de kunstcommissie, een hasj doorrookte, talentloze abstracte schilder, die enige tijd naast mij aan de Bilderdijkkade woonde zag met leden ogen aan hoe vaak ik exposeerde en in de picture publicitair stond. Hij heeft er toen voor gezorgd dat ik in 1976 geen inkomsten uit de BKR meer had. In het jaar 2013 kwam ik hem nog een keer tegen bij een opening van de Nederlandse Kring Van Tekenaars. Hij wilde toen met mij gaan vechten.

“Moet je doen. Ik heb 5 jaar karate achter de kiezen en boksen bij de Nederlandse ex-kampioen Lolle van Houten. Zullen we maar even sparren? Kun je na afloop je tanden bij elkaar zoeken in de goot” lachte ik. Hij zag er van af.We vertrokken uit noodzaak in 1978 naar Veenwouden, Friesland. Een slaapdorp met veel zeventiger jaren nieuwbouw woningen. Mijn echtgenote gaf les aan de Noordelijke Hogeschool te Leeuwarden. Ik trok vaak naar Amsterdam met mijn werk om aan exposities deel te nemen. Ik was in 1972 lid geworden van Arti et Amicictiae in Amsterdam en in 1974 van Pulchri Studio te Den Haag .Het huis in Veenwouden had via de achtertuin uitzicht over de weilanden tot aan de horizon. Indrukwekkend voor een groot stedeling. Ik hield mijn atelier in de garage. De buurt bevolkt met Diep Friezen had nog nooit een Amsterdammer gezien. Buren roofden bloemen, bessen en aardbeien uit onze tuin als we boodschappen deden. Ik droeg een jeans en Amerikaans Baseball jack met de letters MOUNT PLEASANT.  Mijn  echtgenote droeg modieuze kleding. Buren, lid van een gereformeerde gemeente, dachten dat zij een hoer was en ik een pooier.  Ze vertelden mij dat op een namiddag. Daar heb ik toen hartelijk om gelachen en vroeg hoeveel ze er voor over hadden.De conflicten met buren in Veenwouden- ze vielen mijn dochters lastig- stapelden zich zo hoog op dat ik het tijd vond om te vertrekken. Ze vonden ook dat we teveel verdienden. Magazijn bediendes, monteurs en andere laag geschoolden konden via subsidies nieuwbouw woningen in het dorp kopen en voelden zich heel wat. We verhuisden naar Bergum, een groter dorp met veel winkels. Gelukkig konden we voor tijdelijk een huurwoning krijgen.Na een jaar kochten we een groot, vrij staand neo-classicistisch huis in Garijp en verbouwden er het een en ander aan. Daar heb ik nog het prettigst gewoond. De Leeuwarder Courant schreef positief over mij en ik had zo nu en dan een interview, dat kwaad bloed zette bij de Friese collegaatjes. Ik werd tussen 1983 en 1988 anoniem bedreigd door Groningers en Friezen met inbraak, moord en brandstichting. Typisch Fries/Gronings om op die manier door de collegaatjes te laten merken dat je niet welkom was. Mijn werk werd geboycot in het Noorden des lands. De communistische Groningse schilder Siep van de Berg drong mijn atelier in Garijp binnen toen alleen mijn jongste dochter thuis was. In Groningen had ik de clan rond academie Minerva en de groep gereformeerde schilders die bij Henk Helmantel hoorde tegen vanaf 1976 al. Martin Tissing een abstract schilderende tekenleraar ging vooral tegen mij te keer. Heel vreemd. Wout Muller, Jan van Loon en Clary Mastenbroek, verbonden aan academie Minerva  waren vooral tegen mijn werk op een achterbakse manier. Als je ze tegen kwam waren ze poeslief en de honing spotgoedkoop. Artiestenmanieren. Ik heb dat nooit begrepen.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.