Gegevens:

Categorie:
Overige
Geplaatst:
31 mei 2019, om 15:30 uur
Bekeken:
53 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
18 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Lindeboom"


De hele morgen liep hij rusteloos door het lege huis, af en toe stilstaand voor een van de grote ramen om uit te kijken op de reusachtige tuin die het landhuis omgaf. In de verte kon hij het riviertje zien schitteren aan de voet van de lange heuvel. Hij zou weer naar de vrouw in de bibliotheek toe gaan en nu niet alleen van een afstand naar haar kijken maar op haar toestappen en haar aanspreken. De roodharige vrouw met diepgroene ogen. Een priesteres, onze reddende engel, had zijn groodvader gezegd vlak voor hij overleed. Of heks, maar wel een mooie heks. Vroeger zou ze op de brandstapel zijn beland.

Pas laat op de middag sprong hij in de auto, reed de oprijlaan af en volgde de weg door het dorp naar de stad. Het was drie kwartier rijden. In een van de buitenwijken parkeerde hij naast een stationnetje en nam de stoptrein naar het hoofdstation. Vandaar was het tien minuten lopen naar de openbare bibliotheek.

Hij vermande zich. Het was nu of nooit. Hij moest het haar vragen, hij moest een antwoord zien te krijgen op de kwellende vragen. Het raadsel dat zo langzamerhand een monomane fixatie was geworden moest eens ontsluierd worden.

Hij haalde Salman Rushdies Woede, het boekje dat hij als voorwendsel zou gebruiken, uit zijn jaszak en liep het gebouw binnen. Inderdaad, zij was er. Achter de informatiebalie zag hij haar zitten. Ze was bezig stempels te zetten in een stapel boeken.

Hij opende Rushdies boek op bladzijde drie en toonde die haar. Zij keek op. ‘Niet van deze bibliotheek,’ zei ze.

‘Nee, dat klopt. Ik wilde alleen maar… Ik zou u graag dit gesigneerde exemplaar willen aanbieden. Zomaar. Voor niets. Ik weet toevallig dat het uw hobby is, dat u gesigneerde boeken verzamelt, en ik kwam dit boekje toevallig tegen in een kringloopwinkel.’

Ze keek hem vebaasd aan. ‘Hoe weet je dat?’

‘O, dat had iemand, een van uw collega’s, eens verteld.’

‘Dat geloof ik niet; niemand weet dat ik die liefhebberij … wacht eens even … ben jij misschien Rogier, de zoon van Lisa?’

Hij knikte.

Zij stond op. Even bleef ze hem strak aankijken en toen stak ze haar hand uit. ‘Magda,’ zei ze, ‘de vroegere vriendin, schoolvriendin, van je moeder. Magda Verbrugge. Je lijkt sprekend op…’

‘Op wie?’ vroeg hij gretig terwijl hij haar hand schudde. ‘Rogier Angenent. Hoe kent u mij dan? Of hoe herkende u mij? Ik denk niet dat ik u ooit eerder heb ontmoet.’ Maar ze beantwoordde zijn vraag niet.

Nu de foto’s nog. De naaktfoto’s. Hij haalde het stapeltje van vier foto’s uit zijn binnenzak en legde die voor haar op de balie.

‘En dit bent u? Of beter gezegd was u vroeger?’

Ze keek. ‘Hoe kom je hieraan,’ vroeg ze met zachte stem.

‘Van mijn grootvader. Hij is overleden.’

‘Ja, dat weet ik.’

‘Hij had die foto’s  -- er zijn nog meer maar die heb ik niet meegenomen -- hij had ze in een envelop tegen de onderkant van een bureaulade geplakt.’

‘Die ouwe vos…’ Ze glimlachte.

‘Ik vond ze toen ik zijn bureau naar mijn studentenkamer nam. Ik begin over een paar weken met mijn studie.’

Ze bekeek de foto’s aandachtig. ‘Deze foto’s ken ik. Je moeder en ik toen we beiden zeventien waren. En dit is haar vader – jouw grootvader dus, toen nog in de kracht van zijn leven, een veertiger. De grootvader van Lisa, jouw overgrootvader dus, die heb je nooit gekend.’

‘Wie heeft deze foto’s genomen?’

‘Max, de broer van Lisa, jouw oom dus.’

‘Oom Max die in Amerika, die ik nooit heb ontmoet.’

‘Ja, allemaal van die lange blonde mensen, net als jij. Geen wonder dat ik direct aan de familie Angenent moest denken toen je hier plotseling voor me stond en het over gesigneerde boeken had. En dit boek, wil je me dit echt geven?’

‘Ja. De foto’s ook.’

‘Dat vind ik heel aardig van je maar… wat verlang je als tegen prestatie? En wat wil je met deze foto’s? Je wilt mij er toch niet mee chanteren?’

‘Nee, natuurlijk niet.’

‘Die andere foto’s die je thuis nog in je bureaulade hebt liggen, die actie-foto’s, wat wil je daar mee? Op het internet zetten of zoiets? Of zijn ze al te bewonderen op een of andere website?’

Hij schudde zijn hoofd. ‘Ik heb geen kwade bedoelingen. Maar ik zou zo graag praten over die foto’s, die gebeurtenissen. Was mijn vader er ook bij, mijn natuurlijke vader die ik nooit gekend heb?’

‘Maar lieve jongen, als je die foto’s hebt bekeken dan weet je toch… dan hoef ik je toch niets meer te vertellen.’

‘Misschien heb ik niet alle foto’s die er toen genomen zijn. Grootvader zei dat hij een aantal had verbrand in de open haard in opdracht van mijn moeder. Was er eentje bij van de man die haar toen heeft zwanger gemaakt? Want dat moet toen gebeurd zijn – die zomer.’

Ze keek hem langdurig aan met een blik van vertedering. ‘Goed,’ zei ze, ‘we zullen eens praten. Maar niet hier, er kunnen elk moment mensen aan de balie komen met de gebruikelijke vragen. Om vijf uur ben ik vrij, over een klein uurtje dus. Je zou zo lang een krantje kunnen lezen. Of een van deze afgeschreven boeken, gratis en voor niks. Er zitten heel goeie tussen, deze bijvoorbeeld , De uitverkorene van Thomas Mann. Afgeschreven alleen om dat er een koffievlek ergens in het midden…’ Ze opende het kaft en las de annotatie op de binnenkant. Haar gezicht betrok. ‘Deze toch maar niet,’ mompelde ze. Ze pakte een ander boek van de stapel en overhandigde die. ‘Neem deze maar. Of heb je die al gelezen?’

‘Nee. Stond wel op m’n leeslijst voor literatuur, maar ik las toen voornamelijk uittrekselboekjes.’

Hij zocht een tafeltje in de hoek van de zaal en opende het boek maar hij kon er zich niet op concentreren. Hij stond op en liep naar de beeldschermen van de catalogus en typte de  De uitverkorene in. Er bleken twee exemplaren van te zijn. Een korte beschrijving van de inhoud was er niet. Maar hij kon toch gewoon gaan kijken in de kasten? Hij vond het boek en las de annotatie aan de binnenkant van het kaft:

 “Nadat het kind uit een incestueuze relatie van de hertog van Vlaanderen en zijn tweeling-zuster heeft ontdekt dat hij met zijn moeder is getrouwd, wijdt hij zich geheel aan God…”

Goeiegod, een kind uit een incestueuze relatie, ben ik dat, dacht hij ontzet. Zou hij door een bloedverwant zijn verwekt, oom Max misschien, over wie altijd al zo geheimzinnig werd gedaan. Was dat het grote familiegeheim? Jarenlang had hij zich sufgepiekerd over wie zijn biologische vader zou zijn. Het liefdeskind van zijn moeder Lisa was hij. Maar wie was de vader? In de gesprekken tussen zijn grootvader en zijn moeder werd ergens op gezinspeeld, op een bijzondere gebeurtenis, maar als hij hen er over vroeg, verscheen er een besmuikt lachje op het gelaat van zijn grootvader en een glimlach om de mond van zijn moeder, haar Mona Lisa-glimlach. Als hij er nu over begon, na de dood van zijn grootvader vorig jaar, als na het eten, als zijn moeder een beetje rozig was van de wijn, dan bleef ze hem aankijken, kalm en sfinxachtig, en schudde ze haar hoofd. Nee, ze wilde nooit praten over de dwaasheden die ze had begaan tijdens haar onbezonnen jeugd.

  

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.