Gegevens:

Categorie:
Overige
Geplaatst:
17 mei 2019, om 14:45 uur
Bekeken:
86 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
20 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Hoeve Veurhuys"


 

‘Die tourbussen hebben airconditioning, die lui zitten daar lekker koel en comfortabel,’ hijgde Otto. ‘Er achteraan fietsen in deze hitte, dat heeft geen zin.’ Hij begon langzamer te rijden en kwam al gauw tot stilstand. Zweet stond op zijn voorhoofd.
Rogier stopte naast hem. ‘Pff... geen beginnen aan, wat is de temperatuur, dertig graden of zoiets?’
De twee gehuurde bussen en de stoet van vijf luxeauto’s - eveneens met airco ongetwijfeld - gingen een bocht om en verdwenen uit het zicht.
‘Ik weet waar ze naar toe gaan, kom mee,’ zei Otto. ‘Naar die hoeve Het Veurhuys, bij de rivier, net als vorige keer. Ik ben er toen op de brommer van m’n zusje achteraan gereden, maar die is gejat.’
‘Vorige keer?’
‘Ja, all the way. Naar een verbouwde herenboerderij buiten de stad. Een voormalige paardenfokkerij of zoiets, aangekocht door Eduard Melchior, de restauranthouder. Nu is het een lustoord voor welgestelden en notabelen uit ons dorp en een selecte groep landelijke hoogwaardigheidsbekleders. Af en toe hebben ze een bijeenkomst in die chique tent - wat toespraakjes, een dineetje en na afloop gaan ze totaal los in Het Veurhuys. Vrolijk van bil, dus. Een geheim bacchanaal.’
‘Een soort parenclub voor beter gesitueerden? Hoe weet je dat allemaal?’
Ja, hoe Otto dat wist? Vernomen uit zeer betrouwbare bron, vertelde hij met een geheimzinnig lachje.
Rogier had weinig zin om ergens heen te fietsen, ergens ver weg. Dat rondhangen vroeg op de avond bij het luxe restaurant in het dorp waar niks te zien was, was al nutteloos genoeg geweest. De enorme donkerbruine overgordijnen waren gesloten, nergens een kier waar ze naar binnen konden gluren om te zien wat zich daarbinnen bij die dertig a veertig deftige mensen afspeelde. De draaideur was vastgezet door een potige man in een zwart pak. Dat hadden ze van een afstand kunnen zien. Karl, zo heette die kerel met de stierennek, wist Otto. Een bewaker. Een krachtpatser belast met security. Een psychopaat met diepliggende en dicht-bij-elkaar-staande ogen die aan kickboksen deed. Door Melchior ingehuurd speciaal voor zulke avonden. Om ervoor te zorgen dat de genodigden ongestoord zijn etablissement konden bezoeken en na afloop hoeve Het Veurhuys zonder lastig gevallen te worden door nieuwsgierige buitenstaanders.
Ze fietsten nu rustig naast elkaar verder, het dorp uit, over verlaten landweggetjes langs weilanden, een heel andere richting uit dan die de bussen en auto’s waren ingeslagen. Otto wist hoe ze moeten rijden om aan de andere kant van de rivier tegenover de hoeve uit te komen. Vanaf die plek zouden ze over het water de bijgebouwen en het achtererf kunnen zien.
Bij de rivier aangekomen moesten ze afstappen en hun fietsen neerleggen achter wat bosjes. Over de rivierdijk liepen ze verder langs het water aan de ene kant en de verlaten weilanden aan de andere.
‘Wat een uitgestorven gebied,’ verzuchtte Rogier. ‘Doods als de pest, geen enkel levend wezen te bekennen, zelfs geen koeien of paarden. En die bruine watervlakte, daar is nauwelijks beweging in te bespeuren, kijk maar. Het lijkt de Styx wel.’
Het begon al wat donkerder te worden. In de verte konden ze nog net de boog van de spoorbrug onderscheiden.
Otto scheen geen haast te hebben. ‘Ik ben er zelf ook eens bij geweest, zo’n verborgen bacchanaal, zo’n neukfestijn op hoeve Het Veurhuys. Heb er zelfs aan deelgenomen. Daar heb ik je nog niks over verteld, nog geen gelegenheid voor gehad.’
Hier geloofde Rogier niks van maar hij liet daar niets van merken.

‘Er is daar iets gaande,’ meende Rogier. Hij tuurde over het donkere water dat op sommige plaatsen langs de tegenovergelegen oever gelig glinsterde. ‘Kijk, iemand is in de weer met tuinfakkels langs de waterkant. Iemand in een donker pak.
‘Dat zal die Duitser, die angstgegner Karl, wel wezen, die ingehuurd is om alles te doen om anderen in gelegenheid te stellen...’
‘Kijk, kijk, allemaal naakte wijven die daar uit die gebouwen tevoorschijn komen, tjezus,’ onderbrak Rogier hem. ‘Ook enkele blote kerels, trouwens.’
Er klonken stemmen op, gejoel, gegiechel, flarden muziek. Beiden maakten zich klein, bukten, gingen op de grond zitten, de feestgangers aan de overkant mochten hun eens gewaar kunnen worden.
‘Jetzt geht’s los,’ fluisterde Otto. ‘Precies wat ik had verwacht, net als vorige keer.’
‘Ongelooflijk... iedereen, behalve die ene daar, bij die schommel, die kleine met dat witte slipje, poedelnaakt...’
‘We gaan er heen, we zullen doordringen tot des Pudels Kern,’ zei Otto beslist. ‘We zwemmen een eindje verderop de rivier over, in ons nakie, naar de overkant en zakken dan geleidelijk ongemerkt af tot aan die schomel en dat steigertje en mengen ons tussen die gasten. Niemand die het merkt. Naked is the best disguise.’
‘Ben je gek?! En die gevaarlijke Duitser dan?’
‘Maak je geen zorgen, die kerel kan in het halfdonker niet zien of we er wel of niet bij horen als iedereen naakt is. Wat is dat trouwens voor rare muziek die daar vandaan komt?’
Rogier luisterde. ‘Dat is zo’n gouden oudje van een halve eeuw geleden: "Let’s do it" - ik herken die typisch krolse trilstem van Eartha Kitt.’ Hij zong zachtjes mee:

"The Dutch in old Amsterdam do it
Not to mention the Finns
Folks in Siam do it..."


‘Aurélie, ou-est tu, ma chérie?’ klonk een geaffecteerde mannenstem.
‘Verrek, die ken ik,’ zei Otto verbaasd, ‘die naakte lange sliert van een vent daar, dat is... hoe heet ie ook alweer?’
‘Die kerel die daar bij de schuur staat met die tuinslang? Die iedereen staat nat te sproeien?’
De man richtte net het mondstuk op het tengere meisje met het witte slipje - iedereen was verder naakt. Zij vluchtte weg achter de schommel, net buiten het bereik van de straal en gilde: ‘Arrête ces conneries.’
‘Ja díe. Hij schijnt bij dat franse grietje te horen, dat borstenloze wezentje, "la belle fille sans des seins". Van Quakkelstein noemen ze hem, ik weet niet of dat zijn werkelijke naam is. Hij kreeg die naam toen hij praeses was bij een studentenvereniging.’
‘Die man met een leuter als een loshangende schoenveter?’
‘Zoals Mulisch het zo treffend zei: echt zo’n corpsstudent die net zo lang de man met de grote bek speelt tot hij het werkelijk is. En kijk eens hoe ver hij het geschopt heeft: Commissaris der Koningin of zoiets is-tie tegenwoordig, geloof ik.’
‘En die heeft dat lieve petieterige wezentje meegenomen hierheen?’
‘Je kunt niet zien of het een jongetje of een meisje is - het lijkt Le Petit Prince wel,’ zei Otto, en met een halfluid zoet kinderstemmetje riep hij: ‘S’il vous plaît, desine moi un mouton.’
‘Ssst, straks horen die mensen ons en merken ze dat ze bespied worden. Het is trouwens een meisje, kijk maar: dat engelengezichtje, die kleine blonde krulletjes over haar voorhoofd en over haar oren ... La Petite Princesse...’
‘Broekje uit, dan geloof ik het pas.’
Ze keken naar de stoeinde, woelende, luidruchtige naaktelingen, de dingen die zich afspeelden op het achtererf van de hoeve.
‘Die Van Quakkelstein, hè, daar gaan toch zulke rare verhalen over in de ronde,’ vertelde Otto. ‘Zo schijnt hij uit de school geklapt te hebben over zijn bezoek onlangs aan de koningin. Zoiets mag natuurlijk nooit, dat weet iedereen. Dat is nou eenmaal hofetiquette.’
‘Wat zei hij dan?’
‘Tegen een stelletje journalisten van het ergste soort beweerde hij dat de majesteit tegenwoordig op dezelfde manier benaderd wenst te worden als Keizerin Wu uit het Tang-dynastie.’
‘Te weten?’
‘Als mannelijke hoogwaardigheidsbekleders bij haar op audientie kwamen, moesten zij voor haar neerknielen, opende zij haar gewaad en kusten de heren, om hun onderdanigheid en respect voor haar te tonen, haar koninklijke genitalien. En zo ook tegenwoordig bij die eigengereide Beatrix. De majesteit staat e op, het hoort voortaan tot het protocol. Althans volgens de ladderzatte Van Quakkelstein, die dronken gevoerd was door dat groepje roddeljournalisten.’
‘Hmmm… ik zie onze Bea er eigenlijk wel voor aan, ja...’
‘Zal binnenkort allemaal wel terug te lezen zijn in die leugenblaadjes die ik altijd in de supermarkt doorblader.’

  

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.