Gegevens:

Categorie:
Eenzaamheid
Geplaatst:
12 mei 2019, om 21:11 uur
Bekeken:
8 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Konijntje Adolf"


Konijntje Adolf

 

Als hij uit zijn slaapkamerraam schuin naar beneden keek, kon hij het grijsbruine beestje zien zitten, een zielig harig hompje dan nu niet meer zoals eerst door de tuin van de buren huppeldepuppelde, maar achter een lege bloempot tegen de muur weggekropen zat. Het dier sleepte met zijn linker achterpootje als het op het aangeboden bakje konijnenvoer afkwam. Aangeboden door het eveneens zielige buurjongetje van een jaar of elf die naar een speciale basisschool ging. Rogier had ‘s morgens eens op weg naar zijn eigen middelbare school een paar minuten lang achter hem aan gefietst. Het leek of het rare jongetje zwembewegingen maakte terwijl hij fietste: zijn hele lichaam bewoog daarbij, zijn hoofd, schouders, ellenbogen, zijn achterste, benen, knieën. Alles. Zijn voeten stonden scheef op de pedalen. Het was alsof het joch probeerde zich in een denkbeeldig zwembad door het water te verplaatsen terwijl hij op zijn fiets naar school reed. Rogier had het een poosje verbaasd aangekeken en was toen rechtsaf geslagen.

   Het vak Engels werd gegeven door mijnheer Greve, het tweede uur. De zachte dorre stem van de leraar pruttelde eentonig voort. Het was als het gedempte achtergrondgeluid van het koffiezetapparaat dat vanuit de keuken vaag tot je doordrong als je in de woonkamer zat. Rogier staarde naar buiten door het hoge schoolraam naar het park aan de overkant van de weg. Ineens stond Greve naast zijn tafeltje achter in het lokaal.

   ‘Ik weet dat dit gesneden koek voor je is, Rogier, maar kun je niet net doen alsof het onderwerp je interesseert?’

   ‘Sorry meneer. Ik was even afgeleid.’

   ‘Afgeleid door wat? En niet even, je hebt al een hele tijd die afwezige blik. Waar ben je met je gedachten? A penny for your thoughts.’

   ‘Uh… een konijn.’

   ‘Een konijn? Waar zie jij een konijn?’ Meneer Greve keek naar buiten, naar het park. ‘Ik zie geen konijn. Jij wel? Hij richtte zich tot de klas. ‘Ziet iemand ergens een konijn? Jullie hebben goede ogen. Een konijn?’

   Iedereen keek. Geen konijn. Een leeg park met een vijver en wat boompjes.

   ‘Konijnen. Rotbeesten zijn het,’ mompelde Greve. ‘Een soort grote ratten met lange achterpoten. Je weet wat Woody Allen vond van duiven: ratten met vleugels. Hij had er de pest aan. Zoals ik met konijnen, hamsters, al dat soort ongedierte.’

   Het was bekend dat Greve geen dierenliefhebber was; dat had al dikwijls laten merken. Zelfs honden en katten, daar moest hij niks van hebben.

   ‘Het konijn thuis, meneer.’

   ‘Ah, je hebt een konijn… hoe heet dat konijn van je?’

   ‘Huppie, meneer. Het is van m’n buurjongen. Maar hij huppelt niet, dat is het hem juist, hij heeft last van zijn pootje, dat kan ik vanuit mijn slaapkamer zien. Het is een zielig diertje, ze zouden er mee naar de dierenarts moeten.’

   ‘D.H. Lawrence heeft eens iets over zijn kinderjaren geschreven, een verhaaltje over een verweesd konijn dat zijn vader mee nam naar huis en dat de kinderen de toepasselijke naam Adolf gaven - nomen est omen -, zo’n echt klein nazi-ondiertje.’

   ‘Had-ie dan een zwart vierkant vlekje onder z’n neus of zo?’ wilde een meisje in de klas weten.

   ‘Nee, het zat altijd met een gestrekte rechtervoorpoot schuin omhoog,’ riep Gerrit Achterhof, de grappenmaker van de klas.’

   ‘Zoiets,’ zei Greve. ‘Anyway, dat nazi-rotbeest Adolf, veroorzaakte al gauw allerlei ellende in het gezin, gooide kopjes en suikerpot om, scheurde gordijnen met zijn klauwen. Het was echt geen lieverdje. Als huisdier niet te handhaven. Die vader moest het beest weer terugzetten in het wild waar het thuishoorde. Dat onzinnige verhaaltje heb ik eens moeten lezen toen ik het werk van D.H. Lawrence had als afstudeerproject. Ik zal thuis eens kijken of ik het nog kan vinden, dan neem ik het mee voor je en kun je zelf zien wat je ervan vindt. En nu terug naar de uitwerking van onze meerkeuzetoets allemaal, waar waren we gebleven?’

   In de lunchpauze vroeg Rogier een klasgenoot de zoektermen Lawrence, Adolf en short story in te typen op zijn i-Pad en binnen een paar seconden was het Engelse konijnenverhaal van de beroemde auteur gevonden. Hij las het autobiografische schetsje. Het verhaaltje was al in 1919 geschreven, lang voordat de Duitse politicus met het vierkante vlekje onder z’n neus op het wereldtoneel verscheen. Hun docent had dus weer eens onzin verkondigd met zijn ‘toepasselijke naam, nomen est omen en nazi-beest’.

   Hij gaf de i-Pad terug aan zijn klasgenoot en zei: ‘Ik piep er tussen uit. Als iemand vraagt waar ik ben gebleven, zeg dan dat ik naar huis ben gegaan omdat ik me misselijk voelde. 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.