Gegevens:

Categorie:
Eenzaamheid
Geplaatst:
12 mei 2019, om 21:09 uur
Bekeken:
7 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Konijntje Huppie"


Thuisgekomen liep hij direct door naar zijn slaapkamer om in de tuin te kijken bij de buren. Hoe zou Huppie er voor staan met zijn sleeppootje? Of bij zitten? Maar de moeder van de buurjongen stond net weer een sigaret te roken op het achterplatje. Een vermoeid-ogende vrouw die contact met anderen vermeed. Een nerveus, afgetobd mens met een voorhoofd vol zorgen. In het fotoboek van Dorothea Lange dat hij voor zijn verjaardag had gekregen, stond een beroemd portret van Einstein met zijn tong uit zijn mond. Er was ook een foto van een bezorgd-kijkende vrouw, getiteld Migrant Mother. Daar leek deze buurvrouw op. Ze woonde nog maar kort met haar zoontje en hun konijn naast hen, na een tragisch ongeval van haar man - tenminste, zo werd er over haar gepraat in de buurt. Er werd ook wel beweerd dat haar man zich van kant had gemaakt.

   Het wachten was tot de vrouw na de lunch weer op haar fiets stapte aan de voorkant van het huis: zij ging dan terug naar de bloemenzaak waar zij werkte als tijdelijke hulp. Hij zou haar kunnen zien vertrekken vanuit de slaapkamer van zijn ouders – nu dus alleen van zijn vader, sinds zijn moeder naar Amsterdam was vertrokken.

   Wat een ellende overal. Konijntje Huppie achter in de tuin deed hem denken aan het oude mannetje dat soms ineengedoken tegen de muur bij de lift stond als hij naar het verzorgingshuis naar zijn oma ging. Eerst passeerde hij dan bij de voordeur een man met een roestvlekkige snor en anderhalve been in een rolstoel die naar buiten wilde om te kunnen roken. En dan het mompelende konijnenmannetje bij de lift die met een sleepbeen aan kwam zetten om mee te liften naar boven. Maar eenmaal binnen wist hij niet op welke knop er gedrukt moest worden, hij wist niet waar hij thuishoorde. Rogier liet hem dan maar in de lift achter. Zijn aanvankelijke pogingen om de man te helpen waren vergeefs gebleken.

   Eindelijk vertrok de buurvrouw, het moment waarop hij had gewacht. Hij rende naar beneden, naar de achterdeur, naar de schuur. Hij zocht en vond de oude donkerblauwe tas met gereedschappen die hij omkieperde. Met een schroevendraaier maakt hij enkele gaten in de stof. Hij klom, tas in de hand over de houten schutting naar de buren en liep op het konijn toe. Huppie verroerde zich niet en liet zich gewillig oppakken en in de tas met luchtgaten stoppen. Zo fietste hij enkele minuten later met het dier voorbij het station naar de dierenarts, zo’n twintig minuten fietsen.

   De dierenarts was een jonge vrouw. Ze vroeg hem hoe het konijn heette en hij zei Huppie. Ja zo had hij het beestje zelf maar genoemd. Hij vertelde haar dat het konijn niet goed verzorgd werd door een oude man, een man die binnenkort opgenomen zou moeten worden in een verzorgingshuis en dat die het diertje dus maar aan hem had gegeven. Of ze even naar het achterpootje wilde kijken. Kon het beestje ook teruggezet worden in de natuur of naar een kinderboerderij? Kon het dier zichzelf redden? Hij dacht even aan konijntje Adolf uit het Engelse verhaal dat hij die morgen op school had gelezen.

   De vrouw tilde Huppie op en hield het onderste boven. ‘Ik zie het al,’ zei ze bezorgd. ‘Allemaal maden, het krioelt van de maden bij de wond op zijn buikje en bij de lichaamsopening, de kans is groot dat het er vanbinnen vol van zit. Dit beestje is echt niet meer te redden. Wat zullen we doen? Wat kunnen we hier nog aan doen? Niks, ben ik bang. Ik weet het wel zeker. Het beste is om het te laten inslapen, hoe hard dat ook klinkt.’

   Tranen beten in zijn ogen. Hij schaamde zich ervoor. Hoe kon hij zo zwak zijn. Hij probeerde zijn tranen te verbijten maar dat lukte niet echt. Hij moest zijn gevoelens de baas blijven. Ook moest hij nu plotseling denken aan zijn oma, aan de man in de rolstoel en aan de konijnenman die zich naar de lift sleepte en niet meer wist waar hij moest zijn. Hij had het niet meer.

   De vrouw keek hem afwachtend aan. ‘Zal ik maar een spuitje geven om het uit zijn lijden te verlossen?’ vroeg ze zacht.

   Hij knikte.

   Hij hoefde er niet bij te blijven. Hij kon naar een kantoortje gaan in een andere kamer waar hij bij een medewerker de rekening kon betalen met zijn pinpas. Het kadaver van het beestje zou achterblijven en op een nette manier worden verwijderd.

   Even later fietste hij met de lege tas langs het station. In plaats van door rijden naar huis stapte hij af en kocht een treinkaartje naar Amsterdam, naar zijn moeder.

  

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.