Gegevens:

Categorie:
Geschiedenis
Geplaatst:
8 mei 2019, om 21:52 uur
Bekeken:
16 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Sinaasappel"


Hoog bezoek zouden ze krijgen. Van het Zwitserse Rode Kruis. Althans dat hadden de mannen begrepen uit de woorden van de Japanner die een klein beetje Engels kon praten. Het hele Jappenkamp gonsde van geruchten. Alles zou beter worden nu het einde van de oorlog naderde. De neergeschoten Amerikaanse piloot die te lang in de zee had rondgedobberd voor hij opgevist werd zou het misschien niet redden, maar de rest van de krijgsgevangenen vertrouwden erop dat ze binnenkort het einde van de oorlog zouden beleven.
   Op de dag van de inspectie stonden de mannen zwijgzaam, ieder naast z’n brits, te wachten op de hooggeëerde vertegenwoordigers van het Rode Kruis. Degenen die niet konden staan lagen onder een grauwe deken. Eerst kwam er een Japanner met een grote mand. Op ieder bed plaatste hij een sinaasappel. Zoiets was nog niet eerder voorgekomen. De bedlegerigen grepen de hunne gretig en begonnen de dikke huid van de vrucht te pellen. De Japanners zeiden hier niks van en het mocht dus. Ook de andere gevangenen pakten nu hun sinaasappel en ontdeden hem van z’n stugge omhulsel om zich tegoed te doen aan het sappige vruchtvlees. Weer anderen, waaronder Henk, de enige Nederlander tussen de Engelse en Amerikaanse krijgsgevangenen, konden de kracht opbrengen om het verorberen van al dat heerlijks nog wat uit te stellen.
   Wie wat bewaart heeft wat, dacht Henk. Deze gevleugelde woorden van vroeger namen hem terug naar de jaren van armoede en schaarste, z’n jeugd, waaraan hij had gedacht te ontsnappen door aan te monsteren bij de KPM in Nederlands-Indië. Die tijd scheen nu een mensenleven achter hem te liggen.
Henk nam de sinaasappel ter hand alsof het een heilig voorwerp betrof. De gelig-oranje bol voelde stevig aan en was net zo rond als de bloedrode ronde schijf in het midden van de witte vlag die boven de ingang van het kamp wapperde. Hij zou hem voor later bewaren en hem dan langzaam schijfje voor schijfje oppeuzelen, misschien over meerdere dagen verspreid. Zo zou hij er langer van kunnen genieten.
   Henk draaide het stuk fruit om en om en kon geen enkel ongaaf plekje ontdekken. Hij voelde het gewicht. De grootte schatte hij op die van het in elkaar gepropte en gebalde paar sokken, in het midden verzwaard met een steen, dat in het kamp dienst deed als `softball`. Een paar oersterke en gezonde Amerikanen gooiden het elkaar toe als tijdverdrijf. Hij zette z’n duimnagel in de schil van de sinaasappel zodat hij het witte van de huid eronder kon zien. Als hij met z’n duimen over de stroeve oppervlakte wreef, terwijl hij de sinaasappel dicht bij z’n neus hield, perste hij er een fijne, onzichtbare spray uit die hem in de neus kriebelde en hem in de ogen prikte. Een pittige, doordringende geur, zo fris als de scherpe ochtendgeuren in de herfst die hij vroeger als kind opsnoof in de achtertuin waar z’n vader groente verbouwde. Dat was nu heel ver weg en leek wel iets uit een ander leven. Ook het beeld van Esther van Dam, dochter van ‘jeude’ van Dam, vervaagde. De laatste brief die hij van haar gehad had, waarin ze schreef dat alles geregeld was voor de trouwerij ‘met de handschoen’, was hij kwijtgeraakt toen al z’n persoonlijke spullen hem werden afgenomen. Al vijf jaar was er geen contact geweest. Zou het huwelijk na de oorlog gewoon door kunnen gaan? En zouden z’n ouders, die als echte Groninger middenstanders en volgelingen van Abraham Kuyper natuurlijk een beetje antisemitisch waren, hun bezwaren inmiddels hebben laten varen? Maar na de oorlog zou alles anders worden.
   De afgevaardigden van het Internationale Rode Kruis kwamen. Een Japanse officier die zich nog nooit eerder in het kamp had vertoond begeleidde het hooggeëerde bezoek. Er werd Duits gesproken. Er werd aandacht aan de zieken en gewonden besteed. De lange Amerikaanse vlieger werd in gebroken Engels gevraagd of hij nog iets nodig had, of hij nog wensen had. De man vroeg zwakjes om een nieuwe tandenborstel omdat de zijne tot het bot versleten was. Een van de vreemdelingen maakte een aantekening. Daarna verliet het gezelschap de barak.
   Zo gauw ze weg waren werden de nog niet opgegeten sinaasappelen door snauwerige Japanners ingezameld en terug in de mand gedaan. Henk stond er beteuterd mee in de hand toen een Japanse soldaat hem met z’n geweerkolf bedreigde en het hem afpakte. Toen ook de Japanners de barak hadden verlaten brak het rumoer los. De anders zo stijflippige Engelsman Cecil Braithwaite was een en al verontwaardiging. Hij zei niet te begrijpen hoe de Zwitsers zich zo makkelijk de wol over de ogen lieten trekken. Ze moesten zich schamen. Hij verklaarde dat hij na de oorlog z’n dochter niet naar een ‘finishing school’ in Zwitserland zou sturen, dat land van opportunistische meelopers en handlangers van de Nazi’s. In Singapore had zijn neef, die voor de British Intelligence werkte, hem destijds het een en ander over de zogenaamde neutraliteit van de Zwitsers verteld.
   De zieke Amerikaan werd verweten dat hij nagelaten had om werkelijk belangrijke dingen te vragen. Een tandenborstel! Hij had kunnen vragen om medicijnen, om extra voedsel, om vitaminetabletten, om brieven naar huis... Maar een tandenborstel! Die had hij nog wel van Dave kunnen krijgen als hij daarom gevraagd had.

‘s Morgens in alle vroegte toen het net licht begon te worden hield Henk het niet langer vol om onder de deken te blijven liggen die niet echt warmte bood tegen de koude nachten van de Japanse zuidkust. Even eerder was de zieke Amerikaan overeind gekomen om helder klaterend in het roestige blik te piesen dat hij onder z’n brits had staan. Als hij dat ‘s nachts deed hoorde iedereen dat en dan moest je zelf ook nodig. Sommigen vervloekten de lange Amerikaan omdat, als je er eenmaal uit was geweest, je het niet meer warm kon krijgen onder de dunne grijze deken. Je lag dan te rillen tot de opgaande zon het plein voor de barakken enigszins verwarmde en je door de kampbewakers gesommeerd werd op te staan.
   De hemel in het westen boven de baai lichtte vreemd op. Even was hij gedesoriënteerd. De zon kwam toch altijd op in het oosten? Een vreemde gewaarwording. Hij zou Dave vragen hoe dat zat. Die wist altijd alles; hij was voor hij in dienst moest onderwijzer geweest in Dakota. Ver weg, aan de andere kant van de baai, moest de grote havenstad liggen waar vroeger alleen Chinezen en Hollanders mochten komen om er handel te drijven, had Dave hem verteld.
   ‘Dave, come and have a look,’ riep Henk opgewonden.
Dave was er stil van. Het was alsof ze een tot nog toe onbekend natuurverschijnsel aanschouwden.
   ‘Jesus Christ. That must be the effect of carpet bombing on the city of Hiroshima,’ veronderstelde Dave. ‘Thousands and thousands of fire bombs.’
Er was geen vliegtuig te bekennen hoewel je bij zo’n bombardement zwermen en zwermen B-29s zou verwachten. Ook het geronk van motoren ontbrak.
Even later verdween het licht alsof de zon zich had bedacht en weer was ondergegaan. Na een uur kwam de zon op, ditmaal uit de juiste richting, het oosten, vanachter de bergen, zoals het hoorde.

  

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.