Gegevens:

Categorie:
Drama
Geplaatst:
2 mei 2019, om 22:10 uur
Bekeken:
186 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
82 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Corpsstudent * 4"


`Dat zal wel meevallen van die opa van Rietje,’ had Daniël, de jongste van het gezelschap, schamper opgemerkt. `Dat lidmaatschap van de NSB was natuurlijk een dekmantel, bedoeld om zijn ondergrondse activiteiten te verhullen. Laten we wel zijn: er waren toentertijd maar weinig echte NSB’ers. De meeste Nederlanders zaten in het verzet. Bijna iedere Nederlandse familie hield wel een paar joden verborgen op zolder. Een populair liedje uit die dagen ging dan ook: "Holderdebolder, ik heb een jood op zolder..." Er werd om die joden gevochten, iedereen wilde graag een paar in huis nemen. Als er toch nog af en toe wat joden door de Duitsers opgepakt werden, kwam dat doordat die zich op de openbare weg bevonden om zich te begeven van het ene onderduikadres, waar het eten niet zo lekker was en waar het hun aan comfort ontbrak, naar een volgend adres, waar ze dachten het beter te krijgen.’

   Robert-Jan keek naar Jürgen om te zien hoe die zou reageren op de woorden van Daniël, die ons troeteljoodje werd genoemd. Hij was zelf eens, als een van de eerstejaars nullen of feuten door Jürgen, die ouderejaars was, tot groot vermaak van alle aanwezigen afgezeken vanwege zijn Friese naam Bangma. Hij zou met zo’n achternaam wel geen afstammeling wezen van de dappere Fries, Grote Pier. Eerder, gelet op zijn lengte, van een lange pier. Was trouwens alles bij hem zo lang? Moeten we die lange pier van hem niet es opmeten, jongens? Haal die lange fierljepper van jouw es tevoorschijn. Even had Robert-Jan toen gevreesd dat hij weer een van die ellendige rituele vernederingen zou moeten ondergaan die bij de ontgroeningsperiode hoorden en die de bedenkers ervan schenen te hebben afgekeken van de gewelddadige kots-pies-poep-seksfilm van Pasolini, Salò. Gelukkig was net die week de corpsrouw afgekondigd in verband met het overlijden van een student die zelfmoord had gepleegd na een wat uit de hand gelopen ontgroeningsspelletje waar Jürgen ook zijdelings bij betrokken was. Alle vernederingsrituelen waren een week lang opgeschort.

Waar lag hij toch aan te denken met die diepe frons op zijn voorhoofd, wilde de rondborstige, dikbuikige, breedheupige Frau Oberndorff weten. Vanwaar die Stirn kraus gezogen? Hij vertelde haar over Rietje Spakman, met wie der Akt eine Pleite geweest was, en hoe anders het zojuist met haarzelf, Maria Oberndorff, was geweest. Mijn arme jongen, had ze medelijdend gezegd, komm mal bei Mutti, en ze vroeg hem of hij nogmaals wilde. Ja, bitte! De tweede keer was zij met zulke vreemde, hoge gilletjes klaargekomen dat het hem angst inboezemde. Zij was zelf ook verbaasd dat ze zo in Schuss gekommen war. Toen alles weer normaal was bij haar had ze heel lief gezegd: `Für einen Anfänger bist du erstaunlich gut, mein Junge.’

 

Iedere zondagmorgen, als Klaas Nieboer naar de kerk was, ging Robert-Jan bij diens vrouw op visite. `Es ist wieder Saure-Gurken-Zeit,’ riep Maria dan verheugd. Ze voeren er wel bij. Een enkele keer kwam hij op een doordeweekse dag voor een Stippvisite, als hij net voor een tentamen zich meer dan normaal gespannen voelde. Even tussen de middag bij Maria wat stoom afblazen, zich even ontladen. Terwijl Klaas Nieboer boven wat tijdschriften doorbladerde. Dat was de afspraak. En altijd kwam Maria jodelend klaar. Een soort jubeljodelen was het, dat ze ten gehore bracht, een minutenlang keelorgasme van hoge, verrukte gilletjes dat gepaard ging met hevige krampachtige bewegingen in haar onderlijf. Hij vroeg haar eens of ze echt niet uit Tirol kwam, of dat ze misschien eine Schweizerdeutsche was. Ze vertelde dat ze uit een gehucht nabij Braunau stamde. Braunau - de geboorteplaats van Adolfje, dat kleine boefje, dat het later nog ver zou schoppen. Het gekke mannetje dat, toen hij eenmaal als Führer furore maakte, verwelkomd werd als `gave en wonder Gods’ door theologen van die dagen, met name door de president van het Luthers Genootschap. In de jaren dat de Duitsers zich ontpopten als een volk van geduchte jodenmoordenaars, was Maria’s grootvader werkzaam in een jodenverdelgingsbedrijf, zo’n Konzentrationslager. Het had een schaduw over Maria’s kinderjaren gelegd als een loodzware deken waar ze zich uiteindelijk onderuit had geworsteld. Ze vertelde over haar familie. Verstokte conservatieven waren het. Zijzelf was in alles `liberal’. Van `konservativ’ moest ze niets meer hebben. `Ich möchte lieber Aal.’ Daarbij had ze lachend en met beide handen zijn lange geslacht gepakt en hem zo naar zich toe getrokken.

 

Plotseling was Maria etwas in die Quere gekommen. Klaas Nieboer werd in de kraag gevat nadat enkele ouders, van wie de kinderen op de zondagsschool zaten, hem van ontucht hadden beschuldigd. Eine verdriessliche Sache was het. Robert-Jan wist dat de man actief was in kerk- en verenigingsleven, maar niet dat het hem er voornamelijk om te doen was om jongetjes en meisjes van tien tot twaalf jaar te paaien en te naaien tijdens een kampeerweek op de Veluwe en bij andere gelegenheden. De plaatselijke krant stond er vol van, Robert-Jan volgde het van dag tot dag. Er waren zes aangiften bij de politie binnengekomen, en Klaas Nieboer stond een behoorlijke straf te wachten. Deze christelijke kinderbillenneuker had meer dan een jaar lang zijn gang kunnen gaan. Het scheen bij het strenge geloof te horen, althans, het bleek op gereformeerde scholen geregeld voor te komen; de kranten maakten af en toe melding van dit soort zaken.    

   Profiterend van de afwezigheid van de heer des huizes - Klaas zat voorlopig in voorarrest -, kwam Robert-Jan nu vaker naar de kleine gerieflijke woning, eerst twee of drie keer in de week, later om de andere dag, en toen iedere dag.

 

Samen met Daniël Polak en diens oudere broer Jonathan, die op een advocatenkantoor werkte, keek Robert-Jan in het appartement dat de broers deelden naar de televisiebeelden van de spectaculaire ontmoeting van de paus met een miljoen jongeren aan de voet van de Eiffeltoren.

   `Moet je nou es zien, al die onnozelen van geest, die naar zo’n ouwe lul van een paus komen kijken en luisteren,’ riep Daniël verontwaardigd.

   `Die jongeren van tegenwoordig,’ zei Jonathan hoofdschuddend. `Ze komen massaal af op de vertegenwoordiger van de grootste waanzin waaronder de mensheid gebukt gaat: het geloof. En dan met name het christendom, die kluwen van leugens, verzinsels en bedrog die steeds weer evolueert en verandert als een virus en dat zichzelf daarmee tweeduizend jaar in stand heeft weten te houden. En daar zien we nu de huidige instandhouder van al dat fraais, de verpersoonlijking van al die christenkolder, nou ja, de katholieke variant daarvan: de paus...’

   `Die vanaf het podium de meute jonge christenwaanlijders toespreekt,’ nam Daniël de reportage over.

  

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.