Gegevens:

Categorie:
Horror
Geplaatst:
18 april 2019, om 17:50 uur
Bekeken:
184 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
84 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Caryn en Octavius"


‘Het k-woord. Op mijn twaalfde stak ik met kop en schouders boven de andere kinderen van mijn klas uit. Ik was jouw broers te groot, ze probeerden me klein te krijgen. Met name Ferdinand. Met pesterige opmerkingen. Alles is zo groot bij haar, beweerde hij, - ook haar vagina – een woord dat men intussen kende. Ze heeft een kut als een kano, beweerde hij. Hij maakte daarbij gebaren die een kano moesten voorstellen en bewegingen met een denkbeeldige roeispaan. Het zal je maar gezegd worden, je moet er maar tegen kunnen. Ik wist toen niet hoe ik daarop moest reageren. Ik, behept met die legendarische vagina, een kano van een kut… waar wel zeven piemels tegelijk in konden. Bedoeld werd natuurlijk die van hen, van de zeven gebroeders Ploegman. Let wel: zeven! Niet acht. Jij werd er weer eens buitengehouden, jij telde niet… die van jou telde niet mee.’

   Ze keek hem aan en ze zag weer die blik van: ja jammer, niks aan te doen.

   ‘Een kut als een kano… ik kreeg toen zo’n hartgrondige hekel aan dat woord,’ ging ze verder. ‘En die heb nog steeds. Vele vrouwen en meiden gebruiken andere termen voor dat meest intieme lichaamsdeel. Ook het woord vagina vermijdt men; Oprah Winfrey had het over haar va-jay-jay om maar niet het woord vagina te hoeven gebruiken. Toets maar in op je schermpje: Winfrey vajayjay.’

   Hij deed dat en binnen enkele tellen vond hij het desbetreffende filmpje waarin zij het woord riep, hangend aan een kabel. Op een levensgroot reclamebord langs de weg stond: Oprah’s va-jay-jay, en ze werd een tijd lang plagerig begroet met de woorden: Hey, how’s your vajayjay today, Oprah?

   ‘We mogen dus wel zeggen dat dat woord ingeburgerd is geraakt dankzij haar en grote bekendheid geniet,’ concludeerde Caryn. Ze wees op een boek in de kast met de titel: The Haunted Vagina. Ernaast stond hetzelfde boek met de Italiaanse titel Vagina Infestata.

   ‘In dit boek staat: Women are powerful and can and do exert power using their vaginas. Denk maar eens aan dat mooie meisje dat bij jou in de klas zat en nu zo’n spectaculaire carrière maakt op televisie, allemaal dankzij haar… zegt men.’

   Ze ging verder. ‘Van mij werd dus gezegd dat ik een vajayjay had van jewelste! Dat plaats bood aan de lullen van de zeven gebroeders. Hoe kwamen ze erop! Vanuit welke behoefte voelden ze zich door mij en mijn vagina bedreigd? Daar hoop nog eens achter te komen via zulke boeken.’

   Ze pakte het boek De Matriarch van de koffietafel, bladerde erin, en wees hem enkele onderstreepte zinnen aan.

   ‘Hier, op bladzijde 104: … dat geheimzinnig en angstwekkende geslachtsdeel van de vrouw: de vagina. En hier op de volgende bladzijde: De vagina of vulva als oermond of oermuil, als allesverslindende moeder is, zoals dromen en fantasieën onthullen, een orgaan geworden dat geweldige angsten oproept. En verderop dubbel onderstreept - de vroegere eigenaar van dit boek kreeg het er te kwaad mee, zo te zien - staat: een angstwekkende en allesverslindende oermond. Ja, ik weet nu, na het lezen van zulke vrouwenboeken, dat het allemaal angst was, existentiële angst, oerangst, pure puberale angst. Ze overschreeuwden hun panische vrees voor dat onbekende, dat mysterieuze geslachtsdeel. Maar om terug te komen op dat k-woord… ‘

   Ze pakte een paperback uit de boekenkast. ‘Toen ik onlangs deze roman leende van mijn neefje Arie - zoon van mijn jongere zuster – de jongen die ervoor gezorgd heeft dat je de broodtrommel terugkreeg, toen ik door dit exemplaar bladerde – er staat een schoolreisje gepland naar een grot in Limburg en ik wilde weten hoe het ook alweer zat met die grotten, toen kwam ik een onderstreept zinnetje tegen… wacht ik zal het even opzoeken…’

   Ze vond wat ze zocht op bladzijde 85 en las voor: ‘Terwijl Axel pest verspreidde met zijn drugs, een man had gedood, rusteloos kut na kut bleef vullen, had Egon iets toegevoegd aan de kennis van de wereld… Arie moest een werkstuk schrijven over het thema vriendschap en hij had de relatie geschetst tussen twee mannen, de een, Axel, een crimineel, de ander een wetenschapper, die elkaar als veertienjarigen hadden leren kennen. Kut na kut vullen, daar begon die crimineel al aan op zijn veertiende, misschien eerder.’

   Ze keek hem aan en wilde hem eigenlijk vragen of hij die roman ook had gelezen voor zijn lijst, maar ze hoorde zichzelf zeggen: ‘Heb jij dat ook gedaan, kut na kut vullen?’

    Even was het of hij naar adem moest happen. ‘Nooit,’ zei hij, ‘geen enkele.’

   ‘Op je drieëntwintigste nog maagd?’

   ‘Tweeëntwintig.’ Hij knikte.

   ‘Dat is toch… uitzonderlijk.’

   Weer die berustende blik van het is niet anders, niks aan te doen, die ze in de winkel bij hem gezien had toen hij niet bij de fles kon komen.

   ‘Toch geen vagina-angst,’ vroeg ze. ‘Vajayjay-vrees voor het onbekende waar sommige mannen aan schijnen te lijden. Heb jij die ooit gehad?’

   Hij knikte en bekende dat hij na het zien van een internetfilmpje op school van een man die zijn hoofd stak in een vrouw, zijn kale kop in haar enorme vagina, dat ie daar nachtmerries van had gehad.

   ‘Kan toch niet,’ riep ze verbaasd. ‘Laat dat een zien op het scherm.’ Ze pakte de laptop en overhandigde die. ‘Die kerel moet dan wel een heel dun en smal gezicht hebben gehad met een punthoofd. En een half pak boter op zijn hoofd gesmeerd anders glijd je daar met je kop niet zomaar in.’

   Hij lachte. ‘Boter op het hoofd, als ik die uitdrukking hoor zal ik voortaan daarbij altijd het beeld hebben van die man met zijn hoofd in het onderlichaam van een vrouw.’ Hij had het gevonden met de zoekterm head in vagina en liet haar het pornofilmpje zien. ‘Die man heeft een normaal rond hoofd, kijk maar. Tot over zijn oren gaat hij er vanonder bij haar naar binnen.’

   Ze keken naar de bizarre verrichtingen van het stel. De man trok haar schaamlippen als twee rollen deeg uit elkaar om voldoende plaats te maken in haar reusachtige opening om er zijn hoofd in te steken. En zij zat er maar wat bij of het haar niks deed, geduldig en onaangedaan onderging ze wat hij bij haar deed.

   ‘Wat een holte heeft ze daar, wat een vleesgrot!’ riep Caryn. ‘Nou zo is-tie bij mij niet, hoor, daar hoef je niet bang voor te wezen. Tja, op zo’n manier moet je haast wel een diepe afkeer krijgen voor iedere vajayjay die je in je latere leven tegenkomt. Hoe kan je met je neus en mond daarbinnen ademhalen, je krijgt het daarbinnen toch stervensbenauwd. Als je je hoofd niet een twee drie eruit kunt trekken, dat leidt dat toch tot de verstikkingsdood. Hoe moet je die angsten later nog bij iemand wegnemen? En daar maakten de jongens op school elkaar bang mee? Hoe oud waren jullie toen?’

   ‘Zestien of zoiets.’

   ‘En heb je er daarna last van gehad? Toen je een echte vajayjay bij iemand zag?’

   ‘Nooit in het echt gezien,’ zei hij nauwelijks hoorbaar.

   ‘Arme jongen.’ Ze drukte hem even stevig tegen zich aan. ‘Nooit in het echie, misschien valt daar nog wat aan te doen. Voor het te laat is.’

   Ze stond op, liep naar de vitrinekast en haalde er iets uit ter grootte van haar hand. Het was iets wat hij niet kon thuisbrengen, iets dat leek op een gevulde zeemleren handschoen. Zonder vingers echter, meer een want dus.

   Ze nam weer plaats op de bank naast hem, sloeg haar arm om zijn schouders, en zei: ‘Fijn om hier zo met je te zitten, dicht tegen elkaar aan, tête-à-tête, hoofd tegen hoofd, of liever gezegd, vanwege ons lengteverschil: tête-à-téton, hoofd tegen tiet.’ Want ze voelde zijn hoofd tegen de zijkant van haar borst gedrukt telkens wanneer ze hem even knuffelde. Ze legde het vreemde slappe handgrote iets in zijn handen en legde uit dat het een op zijn pootjes liggend kameeltje, een speelgoedkameeltje, een knuffelkameeltje was geweest. Ze had het weken geleden in de kringloopwinkel gekocht en het voor alle zekerheid in de wasmachine gestopt maar het was er enigszins vervormd en platgedrukt en onherkenbaar, althans als kameel onherkenbaar, uitgekomen. Een lapjeskameel, het product van huisvlijt waarschijnlijk, dat gedeeltelijk uit elkaar was gevallen, de onderkant was over de hele lengte losgeraakt en het leek op een geopende vagina.  

   ‘Wel niet zo groot dat je er je hoofd in kan steken; met een pasgeboren baby’tje zou dat misschien net lukken. Het gevalletje lijkt nu meer op … mijn vagina, mijn vajayjay.

   Ze nam het van hem over en legde op haar jurk in haar schoot, verticaal in haar kruis, het geopende roze en zalmkleurig binnenwerk, met bovenin een neerhangende kopje als een wat groot uitgevallen kittelaar, het neusje van de zalm, suggereerde een grote geopende vagina. ‘Zie je wel? Niet een poesje maar een ander diersoort, even lieflijk. Mijn vajayjay. 

   Hij keek grijnzend naar haar omhoog.

   ‘Kameel,’ prevelde ze voor zich uit. ‘In het Spaans camello. Camelus bactrianus in het latijn. Het geduldige, goedmoedige rij- en lastdier, schip der woestijn. Een lief troeteldiertje zoals Gerard Reve een knuffelkonijn had dat hem troost bood. Dat beestje is nu te bewonderen is in het Letterkundig Museum Den Haag, daar zijn we met de school eens heen geweest. Of het teddybeertje van Mister Bean. Ik had het kameelbeestje op school in de klas omhoog willen houden terwijl ik een van de fabels van La Fontaine voorlas. Wacht, die haal ik er even bij.

   Even later las ze, gezeten naast hem, hardop voor:

  

     Kameel  /  Un chameau

 

Le premier qui vit un chameau
            S’enfuit à cet objet nouveau;
Le second approcha; le troisième osa faire
            Un licou pour le dromadaire.
L’accoutumance ainsi nous rend tout familier:
Ce qui nous paraissait terrible et singulier
            S’apprivoise avec notre vue
            Quand ce vient à la continue.

 

   ‘Het komt er vrij vertaald op neer,’ zei ze, ‘dat toen een kameel voor het eerst door een jongeman aanschouwd werd, dat die man ervoor terugschrok en vluchtte, terwijl een tweede het onbekende wezen naderde en een derde het zelfs durfde aan te raken en te aaien. Even zo met het vrouwelijk geslachtsdeel. Gewenning maakt mannen er mee vertrouwd en datgene wat op het eerste gezicht vreemd en vreeswekkend is, wordt geliefd.’

   Hij zat stilletjes naast haar, het was alsof hij dit even moest laten inzinken.

   Na een poosje ging ze verder: ‘Wees jij nu niet die eerste angsthaas, maar die tweede of derde persoon met lef. Toon mannenmoed, virtu, dè romeinse deugd bij uitstek. Streel mijn pluche kameeltje, voel hoe zacht het daar is, hoe het mee veert onder je hand als een mospolletje als je er lichtjes op drukt en denk daarbij aan mijn echte kameeltje van vlees en bloed dat dat daaronder zedig verborgen schuilgaat onder mijn jurk mijn katoenen broekje. Dit gewassen stoffen kameeltje krijg je van me als afscheidscadeautje, als souvenir, als herinnering aan onze hernieuwde kennismaking vandaag. Leg het bij je in bed tegen je hoofdkussen zoals Reve deed met dat konijn. Zoals mensen tegenwoordig allemaal teddybeertjes bij zich in bed hebben. En denk daarbij aan mij, je vroegere lerares, dat zou ik fijn vinden. Je moet nu helaas gaan want mijn zoon Diederik zal zo wel thuiskomen.’  

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.