Gegevens:

Categorie:
Horror
Geplaatst:
18 april 2019, om 17:39 uur
Bekeken:
176 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
78 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Chez Caryn"


‘Kom een boterham eten bij mij thuis,’ stelde ze voor. ‘Ik woon hier vlak om de hoek, een paar honderd meter hier vandaan.’

   ‘Ik woon sinds kort daarginds, in een huis dat mijn broer me heeft na gelaten.’ Hij wees ergens in de verte, naar een van de straten niet ver achter de hare.

   ‘Anders moet ik in m’n eentje lunchen, zo ongezellig,’ zei ze zonder aandacht te schenken aan de armzwaai waarmee hij aan gaf waar zijn straat was.

   Zo liepen ze samen op, hij met de fiets aan de hand, de groene fles die hij had gekocht in een plastic zak aan het stuur. De kleine man naast de grote vrouw, ze hadden moeder en zoon kunnen zijn. In gedachten verzonken liepen ze voort.  

   ‘Die acht Ploegman jongens, niet te geloven,’ zei ze plotseling. ‘En daar ben jij eentje van, de jongste. Nou ja, Gabriel Garcia Márquez was een van de zestien zonen van zijn vader, het dubbele dus. Die vader moet dan wel un chaud-lapin, een seksmaniak geweest zijn. Die broers van je, daar heb ik heel wat mee beleefd vroeger, daar moeten we het straks maar eens over hebben.’

   Bij haar thuis liet ze hem de ruime woonkamer zien met de vele vreemde dingen die het vertrek bevatte, de grote zitplaats die een sofa moest voorstellen maar in feite een soort namaak Romeinse rustbank was, een vitrine waarin Egyptische en romeinse beeldjes uitgestald waren. Maar hij had direct belangstelling voor de kleine opstaande piano in de hoek.

   ‘Een Steinmann baby piano,’ legde ze uit. ‘Afkomstig van een binnenschip, men had niet veel plaats aan boord in de kajuit. Op dat toestel heeft mijn broer, die nu in Londen woont en daar veelbelovende concertpianisten opleidt, zelf zijn eerste schreden… eh vingertoppen gezet toen hij kind was. Jij speelde toch ook piano?’

   ‘Nog steeds. Ik begon al op mijn vierde. En de laatste paar jaren, sinds ik van school af was en er thuis vandoor ging, woonde ik bij mijn vroegere pianoleraar en zijn vrouw op kamers. Ik speelde iedere dag op een Steinway vleugel.’

   ‘Mijn broer in Londen heeft zo’n poepiedure, superduper Bösendorfer, heb je daar wel eens op gespeeld? Moet iets heel bijzonders wezen, volgens mijn broer de musicus.’

   ‘Nee, een Steinway van mijn vroegere leraar staat nu bij mij thuis, in een van de lege kamers. Hij is pas overleden en zijn vrouw, de weduwe, is teruggegaan naar haar familie op een boerderij, waar ze geen plaats hadden voor een vleugel piano. Die heb ik dus in bruikleen. Zij hoort voorlopig ook liever geen pianoklanken… ze heeft het moeilijk met de verwerking van haar verdriet.’

   ‘Goh, dat klinkt nogal triest.’

   Het was even stil tussen hen. Hij keek in het rond. Ze pakte de plastic tas uit zijn hand en haalde alsof dat vanzelfsprekend was de groene fles eruit en zette die op de glazen koffietafel naast de laptop van haar zoon. Ook legde ze het boek dat ze in de kringloopwinkel had gekocht op de lage tafel.

   ‘Ga maar op die rare bank zitten, ik ga even wat glazen ophalen uit de keuken.’

   Hij deed wat hem gezegd werd en zat wat voor zich uit te kijken toen ze even later terugkwam met een dienblad met daarop twee borden, twee glazen, een aantal gesmeerde plakken brood, een stuk kaas en een potje honing. Ze kwam naast hem zitten, dicht tegen hem aan.

   ‘Heel gezond allemaal, ik hoop dat je trek hebt.’

   ‘Speelt u ook piano?’ wilde hij weten.

   ‘Nee, alleen mijn muzikale broer speelde bij ons piano, de rest van ons, ik heb nog een broer en een zus. Zij is de moeder van Arie die er toen voor gezorgd heeft dat je de broodtrommel terugkreeg, weet je nog wel? De rest van de familie was zo onmuzikaal als de pest, we konden nog geen Boer, daar ligt een kip in ’t water spelen. Maar hou eens op met u te zeggen tegen me, we zijn nu niet meer op school, nu hoeft dat toch niet meer? Ik ben gewoon je voor je en geen mevrouw Van der Veen maar Caryn. Vroeger noemden ze me Kaatje, tot aan het eind van de basisschool. Zo mag je me nu ook weer noemen als je dat wil. Nu je twee oudste broers… eh kassiewijle zijn… nu het geen kwaad meer kan…’ Ze legde haar arm om zijn smalle schouders en trok hem even vriendschappelijk tegen zich aan.

   ‘Kaatje? Mij noemden ze Okje,’ prevelde hij even voor dat hij een hap van zijn boterham met kaas nam. ‘Maar daar zou ik nooit aan kunnen wennen, aan dat geen u tegen u zeggen, u bent nou eenmaal een u-persoon, als u het niet erg vindt blijf ik gewoon u tegen u zeggen,’ zei hij bedeesd.

   Ze barstte in lachen uit. ‘Dat is wel heel veel u ineens, te veel van het goede, vind je niet?’ Ze gaf hem een nog steviger knuffel. Ze vulde hun glazen halfvol met wat er in de groene Aloë fles zat, bekeek de inhoud eens goed. ‘Ziet er een beetje gelig uit. Als iets dat je in een potje bij de dokter brengt,’ zei ze. ‘Wacht ik doe er een mespuntje honing bij, dat geeft het hopelijk een wat gezondere kleur. En ook een scheutje cognac.’ Ze reikte met haar vrije arm naar de onderste bureaulade naast de bank en haalde daar een donkere fles uit. En ook een houten doos waarin de ansichtkaarten zaten met afbeeldingen van de beroemde grote golf en van de vrouw die vastgesnoerd lag in de tentakels van een vervaarlijk zeemonster, de octopus die zich had vastgezogen aan haar kruis. Ze overhandigde hem de kaarten en hij bekeek ze aandachtig.

   ‘Maar dat was toch aardig van hem om u die kaarten toe te sturen toen hij op zakenreis was in Japan?’ Hij klonk verbaasd. ‘Dat moet toch enkele jaren voor zijn ziekte en voor zijn mea culpa-periode zijn geweest, hij was toen nog kerngezond.’

   ‘Dat zie ik anders,’ zei ze beslist. ‘Kijk maar eens wat hij op de achterkant heeft geschreven. Het was heel grof, heel kwetsend bedoeld.’

   Octavius herkende het hanepoterige handschrift van zijn overleden broer. Bij De Golf stond: die grote kano van jouw wordt bedreigd door de torenhoge…

   ‘Let maar niet op de spelfout,’ zei Caryn. ‘Van jouw moet natuurlijk van jou zijn. Lees nu eens wat achter op de kaart van dat octopus monster staat.’

   Er stond: Da’s nog eens wat anders dan een dikke spin, hè Kaatje. Weet je nog wel?

   Octavius keek haar niet begrijpend aan.

   ‘Ik zal je alles uitleggen.’ Ze nam een stevige slok van haar drankje en nodigde hem uit om dat eveneens te doen. Ze hief het glas nogmaals en keek hem daarbij nadenkend aan. ‘Het schiet me ineens te binnen, die beginzin van een mooi boek, De gelukkige klas van Theo Thijssen. Die luidt: “Het is eigenlijk ’n beetje misdadig wat ik nu ga doen…”’ Ze keek hem guitig aan, lachte hem toe en zei: ‘Ik ga je namelijk dronken voeren, tenminste als je dat niet erg vindt.’ Hij schudde van nee en grijnsde.

  ‘Goed zo. Zo’n drankje, deze toverdrank, maakt onze tongen los.’ Ze dronk haar glas leeg en moedigde hem aan met een gebaar uit hetzelfde te doen. ‘En wie weet wat nog meer…’

   Hij deed wat er van hem verlangd werd en ze vulde de glazen weer met een mengsel van cognac, honing en aloë vera. Ze hield haar glas tegen het light.

   ‘Ik zie er witte schilfertjes in rond dwarrelen, misschien wel van de magische cactus waaruit mescaline wordt verkregen, waarschijnlijk is het een geestverruimend middeltje waar we beiden high van worden.’

   Ze klonken en namen weer een teug, ze gingen gelijk op. Het was alsof ze zichzelf probeerde moed in te drinken. Na deze uitwijding keerde ze vastbesloten terug naar het onderwerp: de ansichtkaartjes.

   ‘Toen ik tien of elf was en nog Kaatje heette... ik was toen al langer dan de andere kinderen, ik stak een kop boven ze uit… toen vertelde ik tijdens een klassengesprek dat ik bang was voor spinnen. We moesten allemaal iets vertellen over aangeleerde angsten, de een was bang in het donker, de ander vond slangen enge beesten, weer een ander raakte in paniek bij onweer en bliksem, dat soort dingen… Waar Ferdinand bang voor was weet ik niet meer, volgens mij was hij nergens bang voor. Maar ik gaf dus toe dat ik bang voor spinnen was en noemde voorbeelden: in de achtertuin in de herfst, in de bijkeuken en het schuurtje van ons zomerhuis. Had ik dat maar nooit verteld, had ik dat maar voor me gehouden. Want van toen af aan begonnen Ferdinand en ook de broers die een klas lager zaten me er mee te plagen. Op het schoolplein in de pauze zongen ze, wijzend naar mijn onderlijf:

     Rond de kut van Kaatje

     loopt een dikke spin

     twee maal om het gaatje

     derde maal erin.

Caryn zong het liedje uit haar kindertijd zachtjes in zijn oor en vroeg hem of hij dat deuntje na slechts een keer horen voor haar op de kleine piano kon spelen. Mozart kon zoiets toch ook? Die scene in de film Amadeus waar Mozart een zaal binnenkomt, het door Salieri gecomponeerde riedeltje achteloos beluisterd en het dan feilloos naspeelt plus een aantal variaties daarop. En had Mozart ook niet een tiental variaties op Altijd is Kortjakje ziek, in het Engels Twinkle, twinkle little star geheten…

   Hij grijnsde wat ongemakkelijk maar stond op, deed de klep van de piano omhoog en speelde het wijsje voor haar. Hij ging weer naast haar zitten, dicht tegen haar aan en ze sloeg nogmaals haar arm moederlijk om zijn schouders.

   ‘Ik heb dat vele malen moeten aanhoren op die leeftijd en ik kreeg een afschuw voor dat verboden woord. Dat is eigenlijk nooit meer over gegaan. Het klonk ook zo grof uit hun mond komend, zo kwalijk… En mijn angst voor spinnen werd er nog door versterkt want opeens besefte ik dat die griezelbeesten in mijn lijf konden kruipen via mijn intiemste lichaamsopening. Terwijl ik sliep bijvoorbeeld. Voordat ik in bed stapte moest dan ook altijd een van m’n ouders of mijn zus of een van m’n broers eerst kijken of er geen spinnen onder de lakens verstopt zaten. Nu begrijp je zeker dat die woorden achter op het kaartje een hatelijke opmerking waren om me aan onze gezamenlijke kindertijd te herinneren: Da’s nog es wat anders dan een dikke spin, hè Kaatje?’

   Octavius was er even stil van en vroeg toen voorzichtig: ‘En die andere houtsnedeprent dan, die met de hoog opgerichte golf?’

   ‘Heb je die lange open boot in het dal van die golf dan niet opgemerkt?’

   Hij bestudeerde het kaartje nogmaals.

   ‘In ons laatste schooljaar,’ ging Caryn verder, ‘vroeg ik de kinderen in de klas me geen Kaatje meer te noemen maar gewoon Caryn, bij mijn echte naam. Dat deden ze. Maar dat was ook mis, dat hielp niets. De oudste drie Ploegman broeders zongen op het schoolplein:

   Cááryn, moet ie dáár in, of hep je d’r liever ‘n sigáár in. Een paar jaar geleden kreeg ik een naaktfoto van een langbenige en langarmige vrouw van ongeveer mijn leeftijd toegestuurd met dezelfde woorden op de achterkant. Een gemanipuleerde foto. Mijn hoofd, van de website van onze school geplukt, was getransponeerd op het lichaam van de blote vrouw, haar ledematen kunstmatig verlengd zodat het lijf voor dat van mij kon door gaan. Mijn zoon Diederik herkende de oorspronkelijke foto onmiddellijk. Een foto van een bekende Amerikaanse fotograaf Leigh Ledare was er voor gebruikt gebruik, getiteld Mom Spread with Red Heels.

Wacht, ik zal je die laten zien, had ik eerst niet willen doen maar ach, wat maakt nog uit…’ Ze haalde de foto, ter grootte van een ansichtkaart, uit dezelfde doos waarin de prentkaarten van de Japanse houtsnedes hadden gezeten en overhandigde die. Te zien was

https://theartstack.com/artist/leigh-ledare/mom-spread-red-heels-2

   ‘Ik was nog meer gegroeid en op mijn twaalfde, in het laatste schooljaar van de basisschool, stak ik met kop en schouders boven de anderen uit. Ferdinand beweerde dat alles bij mij zo groot was, ook mijn vagina, een woord dat ik intussen kende. Een kut als een kano, zei hij. Hij beweerde dat die van mij plaats bood aan wel zeven lullen tegelijk. Een kano van een… Daar moet je maar tegen kunnen. Ik weet echt niet wat hij tegen mij had. De twee andere broers werden er ook in mee gesleept.

  

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.