Gegevens:

Categorie:
Maatschappij
Geplaatst:
4 april 2019, om 10:12 uur
Bekeken:
299 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
106 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Standbeeld voor WIM DANKBAAR "


De rek is eruit, zei hij bij zichzelf terwijl hij de schone onderbroek met gestrekte armen als een dweil voor zich hield. Het elastiek was slap en te wijd. De rek is eruit, dat waren de woorden geweest van Hans aan de overkant, die bij het onderwijs werkte maar nu al een paar weken thuis zat. Hij was leraar Frans op een elitaire school waar allemaal bollebozen van kinderen op zaten. Hans kon het allemaal niet meer bijbenen, hij kon zich niet aanpassen aan veranderende omstandigheden, hij zou zich laten afkeuren. Ja Oeb, de rek is eruit, had hij meermaals gezegd.

   Overbuur Hans was de enige die hem Oeb noemde, de afkorting van Oebele, de malle Friesche naam waar hij zo’n hekel aan had, waar hij mee gepest was toen hij, zo’n 75 jaar geleden, op de lagere school zat. Oeleboele, zo riepen de plaaggeesten hem na op het schoolplein. Een meisje, Annie was het, had het kinderversje, een aftelrijmpje, ietsje veranderd tot: Oeleke boeleke rebiesoeleke oeleke boeleke knoel! Ja, hij was er behoorlijk mee geplaagd, met die rare voornaam. Zijn achternaam was gelukkig heel normaal: De Vries. Oebele de Vries heette hij voluit. Hij was vernoemd naar zijn grootvader van vaders kant maar hij had liever dat ze hem de naam van zijn andere opa hadden gegeven die gewoon Jan heette en geen Fries was maar een Rotterdammer, een binnenschipper zoals hij zelf ook altijd geweest was. Tegenwoordig noemde hij zichzelf dan ook Jan de Vries.

   Zonder er verder bij na te denken stapte hij in de te wijde onderbroek en deed er zijn normale kleding over aan. Hij stopte een dun Frans leerboekje in de binnenzak van zijn windjak en een stijf opgerolde nylon hesje in zijn broekzak. Toen hij zijn huis verliet om naar de binnenstad te lopen voelde hij direct al dat zijn onderbroek afzakte en hinderlijk net beneden zijn billen ging zitten, opgepropt op kruishoogte. Ook het opgerolde hesje bemoeilijkte hem het lopen. Het was al te laat om terug te keren naar zijn huis en ander ondergoed aan te doen. Hij moest voort maken, hij had gewoon niet goed nagedacht. Ja, de rek was er bij eigenlook ook uit met zijn 85 jaar. Als hij zijn kale kop zag in de spiegel, hij scheerde zich zon beetje om de drie dagen, dacht hij: moet dit allenmaal nog wel voor mij, ik wil er liever niet meer zijn.

   Mijmerend over zijn vroegste jaren, zijn lagereschooltijd, slenterde hij voort naar de afgesproken plaats op de markt waar hij de anderen om een uur zou ontmoeten. Hij was de oudste van hen, iemand die zelfs nog herinneringen had aan de Tweede Wereldoorlog, moet je nagaan! Hij liep stijfjes, ongemakkelijk, bewust bij iedere stap van zijn afgezakte onderbroek. Het was alsof iedereen het aan hem kon zien, het was alsof hij in zijn blote togus liep. Even dat smalle steegje in schieten achter dat cafeetje en achter de vuilnisbakken proberen die losse onderbroek zo hoog mogelijk op te hijsen om zijn middel zodat die een poosje bleef zitten. Had hij maar bretels gedragen of een stukje touw om rond zijn buik te binden. Hij stond achter een manshoge afvalcontainer, maakte zijn riem los en liet zijn bovenbroek zakken.

   ‘Hé, ouwe viezerik,’ hoorde hij een zware mannenstem roepen. ‘Wat moet dat daar?’ Een nogal breedgeschouderde jongeman stond wijdbeens bij de ingang van het smalle laantje toe te kijken. Met zijn gezinnetje, een mollige vrouw en een dik jongetje van ongeveer tien. ‘Sta je daar je behoefte in het openbaar doen, da’s niet de bedoeling, hè. Daar zijn toiletten voor. Of hebben ze die niet in het bejaardenhuis? Deze plek is niet bedoeld als pis- of kakplaats voor daklozen en zwervers en loslopende bejaarden, wacht… effe de pliesie bellen,’ zei hij terwijl hij begon iets in te toetsen op zijn mobieltje.

   Oeb hees zijn onderbroek zo hoog mogelijk op en deed zijn bovenbroek dicht. Het gezinnetje stond daar nog steeds te wachten alsof ze een antwoord of een verklaring voor zijn gedrag van hem eisten. Maar die kregen ze niet. Hij bleef naast de afvalcontainer treuzelen en deed of hij de komst van politie of de stadswacht afwachtte. Op den duur werd de jonge vrouw, die zwanger bleek te zijn, ongeduldig en ze maande haar man door te lopen. Het groepje wijdbeende weg in dezelfde richting die Oeb zou nemen: naar de markt. Hij sjokte achter hen aan. Het dikke jongetje bleek al even wijdbeens te lopen als zijn vader, alsof hij er een imitatie van was. De vrouw wijdbeende eveneens, vermoedelijk vanwege haar bolle buik. Oeb bleef de wijdbeenfamilie op een afstandje volgen totdat hij het drietal op de drukke markt vlakbij de afgesproken plaats voor het gemeentehuis bij een koffiekraam uit het zicht verloor.

   Nee, hij had niets teruggezegd, dat deed hij nooit in zulke situaties. Hij antwoorde zelfs niet op onterechte beschuldigingen of dreigende woorden, dat had hij nog nooit gedaan. Het was alsof hij in zijn vroegste jeugd, in de teneerdrukkende dagen van de oorlog toen hij de leeftijd had dat jongetje dat voor hem liep, had besloten om nooit iets terug te zeggen als anderen hem ‘onheus bejegenden’ zoals overbuurman leraar Hans dat zo mooi kon zeggen.

   Hans had hem eens een lesboekje met verduidelijkende tekeningen laten zien dat hij als lesmateriaal in de klas gebruikte: Maigret et le clochard. Het ging over een binnenschip en een clochard.

   ‘Kijk, dit ben jij,’ had Hans gezegd, ‘…il a decidé une fois pour toutes de ne rien dire. En op deze bladzijde: De zwerver zal blijven zwijgen – Le clochard continuera de se taire. En ook hier weer: ‘… cet homme avait decidé de rien dire. En nogmaals: Toujours le silence et une complète indifference sur le visage du clochard.’ Oeb had met speciale aandacht naar de tekening van het binnenschip gekeken, in het Frans un bateau de rivière. Het kon een afbeelding zijn geweest van zijn eigen boot waarmee hij de kanalen en rivieren van heel Europa bevoer. 

   ‘Die zwerver, die clochard, Oeb, dat ben jij!’ had Hans geroepen. Oeb had gevraagd of hij het boekje mocht lenen om de tekening te laten zien aan een kennis die bij de marine had gevaren. Ja, hij zou zijn wekelijkse dagje binnenstad doen, hij kon toch niet altijd thuis blijven zitten, hij moest toch ook ‘deelnemen aan het maatschappelijke verkeer’ zoals Hans dat zo mooi kon zeggen. Van Hans mocht het boekje houden, die had het nu toch niet meer nodig.

   Hij haalde het schoolboekje uit zijn binnenzak en het opgerolde hesje uit zijn broekzak toen hij bij het groepje gilets jaune was aangekomen. Hij trok het felgekleurde gele hesje aan. Nu hoorde hij wat uiterlijk betreft tot de grote groep mannen en enkele vrouwen die hier, hoewel onbekenden voor elkaar, wekelijks bijeenkwamen om hun ongenoegen tot uiting te brengen. De ex-marineman wees juist op de in aanbouw zijnde kolos aan de overkant, vlak achter de plaats waar in de oorlog het beruchte Scholtenshuis had gestaan, het bolwerk van fascisme en collaboratie uit die dagen. ‘Alsof een torpedobootjager van de Zumwaltklasse op ons af komt varen,’ wees hij. ‘Wacht, ik zal jullie zo’n drijvend gevaarte op mijn mobieltje laten bekijken.’ Hij toverde een afbeelding van een modern oorlogsschip op het schermpje en liet dat aan de anderen zien. Oeb kwam er niet aan toe om de tekening van een nietig binnenschip in het Franse lesboekje aan hem te tonen.

   Zo stonden ze daar bij elkaar wat te praten over dingen die hun bezighielden, toen plotseling een in een geel hesje gestoken vrouw, die hij niet eerder gezien had, hem vroeg wat zijn reden was om aanwezig te zijn. Hij moest er lang over nadenken. Het was alsof ze hem een microfoon voor de mond hield. Eindelijk zei hij: ‘Het is eigenlijk omdat ik vind dat 2+2=4.’ Ze keek hem verbaasd aan. ‘Wat bedoel je dáár nou mee? We zitten toch niet op de basisschool sommen en tafels te leren.’

   Tja, hij had lang geleden, bijna 80 jaar geleden was dat nu, geleerd: 2+2=4 en niet 5 of een ander getal. Ja, zo zat dat, hij knikte er nadrukkelijk bij, zo was het hem beslist geleerd: 2+2=4 en niet 5 zoals kranten, radio, tv de mensen tegenwoordig wilden doen geloven. Wat hij daarmee nou bedoelde? Welnu, de dames en heren die men op tv ziet of op radio hoort als pratende koppen in kletsprogramma’s of van wie men de woorden leest in kranten… uit hun monden of pennen stroomt tegenwoordig een woordenbrij van leugens over gebeurtenissen in de wereld die men logischerwijs eigenlijk telkens als een simpele waarheid zoals 2+2=4 zou moeten zien maar die door de leugenbrigades van krant, radio en tv alsmaar als 2+2=5 worden voorgehouden. Opiniemakers, politici, medewerkers van justitie en politie, allen doen eraan mee om de simpele waarheden te verhullen, te bedolven onder vette modderstromen van bedrog, ze blijven met man en macht volhouden dat 2+2=5 is. Beroepsbelazeraars zijn het, bergen van bedrog hebben ze gecreëerd langs de flanken waarvan vloeibare massa’s leugens in kolkende brijen naar beneden stromen die simpele waarheden als 2+2=4 overspoelen met lagen van onwaarheid.’

   ‘Nou nou nou,’ zei de vrouw, ‘dat klinkt wel héél heftig wat je daar allemaal zegt. En de wijze waarop… je ogen bliksemen en er komen zowaar pufjes stoom uit je oren en je neusgaten… kun je een voorbeeld geven van zo’n bedolven 2+2=4 en niet 5 - gebeurtenis?’

   Een voorbeeld, tja, hij was behoorlijk op stoom gekomen, dat moest hij toegeven. Waar dat ineens vandaan kwam? Maar een voorbeeld… wacht eens, even nadenken… ‘Ja, ik zal je een voorbeeld voorleggen. Een lichaam van een tienermeisje wordt gevonden in een weiland. Ze ligt niet in een plas bloed hoewel haar keel diep is doorgesneden. Als het lijk wordt onderzocht blijkt dat haar lichaam maar drie liter bloed bevat. Dat wordt officieel vastgesteld en in alle kranten vermeld. Welnu, een menselijk lichaam heeft zes liter bloed in zich, het dubbele dus. Heb ik ook geleerd toen ik als binnenschipper voer en een EHBO-cursus moest doen. Slechts drie liter bloed en verder niets, er is op de plek waar het slachtoffer is gevonden geen spoor van bloed, dat kan dus maar een ding betekenen: het meisje is niet op die plek vermoord maar ergens anders en is daarna in het weiland gedumpt. Een waarheid gelijk aan 2+2=4. Maar wat beweert justitie, politie, openbaar ministerie? Wat staat er in alle kranten, wat wordt er verkondigd in praatprogramma’s op radio en tv? Dat het meisje door keeldoorsnijding om het leven is gebracht in dat weiland. Door een boer, een man die men onder druk net zo goed kon laten opbiechten dat hij Roodkapje had vermoord. Het tv-kijkend, radio-beluisterend, kranten-lezend volk werd hier dus duidelijk grandioos belazerd. Er werd officieel verkondigd: 2+2=5 en iedereen nam aan dat dat ook zo was. Behalve één man, die zich niet zomaar liet bedonderen, een wat vermogende man met de naam Wim Dankbaar – een wat rare achternaam moet ik toegeven: Dankbaar. Wim Dankbaar hield vol, schreef er en dik boek over: 2+2=4. Niet 5. Het werd hem niet in dank afgenomen. Het had consequenties voor hem: het kostte hem 700 duizend euro in boetes en het kostte hem zijn huwelijk. Dankbaar… In het Fries zou hij Tankber heten. Men had hem dankbaar moeten zijn, tankber foar wat hy dien hat, voor zijn verkondiging van de simpele waarheid dat 2+2 toch echt 4 is en geen 5 zoals de officiële leugen wil. Wim Dankbaar stelt: dat meisje is niet in dat weiland omgebracht maar ergens anders en haar ontzielde lichaam is daarna in het weiland gedumpt. Men zou een standbeeld voor Wim Dankbaar moeten oprichten, op de plaats voor het hek van het gerechtsgebouw te Leeuwarden, dat grimmige gebouw dat ik nu zie als een bolwerk van hedendaags fascisme en collaboratie, waar niet het recht wordt gediend maar grof onrecht wordt gedaan door corrupte rechters en ander juridisch gespuis. Ja, een bronzen beeld van een figuur met in zijn opgeheven hand een bord met daarop gegrafeerd: 2+2=4. Of, als er nieuwe wijk wordt gebouwd in Leeuwarden, dan zou die genoemd moeten worden naar de held Wim Dankbaar: de Tankberwijk. Ze hebben toch ook een hele stad naar ingenieur Lely genoemd: Lelystad?’

   Hij was uitgeraasd. De schroeiende woedebrij die hij in zijn binnenste had gevoeld had hem eindelijk verlaten, hij voelde zich ervan verlost. Zijn hoofd voelde leeg, leeg als een leeggekotste maag na hevig overgeven ten gevolge van een te lang geprobeerd verteren van onverteerbaar voedsel. Hij keek de onbekende vrouw met open mond aan, hij moest op dit moment wel op de Schreeuw van Edvard Munch lijken zoals hij daar nu stond. Ook andere in gele hesjes-gestokenen hadden meegeluisterd besefte hij.

   ‘Dat is maar één voorbeeld,’ sprak hij de onthutste vrouw toe. ‘Wil je een ander voorbeeld?’ En voor ze iets terug kon zeggen, begon hij – de gedachten wolkten weer op in zijn hoofd - : ‘Herinner je de beelden op tv van vliegtuigen die wolkenkrabbers binnenglijden als messen in een pak boter? En daarna maar liefst drie instortende hoge gebouwen? Het kijkvee keek de ogen uit. Wat men zag was in de werkelijkheid onmogelijk maar als filmbeelden is zoiets natuurlijk best visueel realiseerbaar. Het is zoiets als… alsof je op tv ziet hoe een banaan plotseling in een sinaasappel veranderd. Op tv kan dat maar zo, maar als je thuis op je keukentafel een banaan neerlegt, verandert die niet zomaar voor je ogen in een sinaasappel. Zoiets gebeurt in de werkelijkheid niet, dat kan alleen in een film die als dramatisch wereldnieuws wordt gepresenteerd, vergezeld met het leugencommentaar van nieuwslezers en opiniemakers. Ze hebben ons met die beelden toen een rad voor de ogen gedraaid…’

   Maar de vrouw had genoeg van hem gehoord, zo was het wel goed geweest, ze verwijderde zich van hem. Ook de andere waren opgehouden met luisteren. Zo bleef hij wat afgezonderd van de anderen in zijn eentje staan.    

  

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.