Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
20 januari 2019, om 09:34 uur
Bekeken:
42 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
10 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Zware klei, knoken en knekels op de dodenakker (deel 2)"


De psychosociale zorg was nog niet op poten gezet en Prozac moest nog uitgevonden worden. Mantelzorgers waren er niet om je de jas uit te laten vegen. Onderdompelen in ijskoud water wilde nog wel eens helpen. 

Een kwaad wijf liet mijn overgrootvader achter.  Hij dreef met zijn vrouw een wasserij aan de Korte Leidsedwarsstraat te Amsterdam waar nu een visrestaurant gevestigd is. Hij heeft nog zes maal schipbreuk geleden in een taifoen toen hij nog op de wilde vaart zat. Gingen ze met zijn zesentwintigen in een sloep, achtervolgd door een school hongerige haaien, dus roeien geblazen tegen de wind in, je kwam geen meter van je plaats, je kent dat wel uit die film Jaws. Ze dobbelden er om wie één voor één naar de haaien ging. Hij bleef als laatste over. Na die tijd werd hij wat afwezig en kon lang naar buiten kijken door het raam met betraande ogen. Neem het hem eens kwalijk. Hij was ook maar een mens met al zijn mensenwensen.

 

Als je onder die omstandigheden nog geen suïcide pleegt weet ik het ook niet meer…Ik bezoek daarom sporadisch nog wel eens een kerkdienst.

Niet te vaak anders raak je er aan verslaafd. Bij voorkeur op de Veluwe of Urk, bij een stijl gereformeerde gemeente, bij voorbeeld De Gekrookte Rieters en man, man, man…dat is zó geweldig, die hebben zó’n grote fijn gristelijke boodschap in hun Volendammer palingbroek, dat ruik je van kilometers ver en dan geniet ik weer van de brede, machtige klanken op hele noten, gierend als een winterstorm uit het pompende pijporgel op orkaankracht, dan weet ik weer; vader is thuis. En die theologische visie dien ik niet te verwerpen met het hele calvinisme, dat bolwerk van antisemitisme en kapitalisme, want zelf heb ik iets van een stoege calvinist met een paar eeltige jatten aan mijn lijf, naar men zegt in kringen rond die buitenproducer van de E.O. de Heer H. doctorandus van S.

Dan ga je daar in je zwarte pak met gesloten hoge boord boven je glad geschoren tieten met de beide gouden tepelringen naar zo’n prachtig kerkje met helder wit gestuukte wanden en dan, ja, dan weet je, hier zal nimmer gelachen worden en dat is goed, héél goed, want ellende moet er wezen, daar kunnen we niks an doen, dat is de wens van de Grote Ongeziene van omhoog.

Dan ontwaar je in het held’re ochtend licht de nevelige zware, boertige schijngestalten nog vol van de bruine bonen, het Woord van de Heire Heire der Heirscharen, herenbaai en de walm van de genever van zaterdagavond en dat willen we ruiken ook, op de  zondarenbank met een Statenbijbel, dat dikke boek met koperen sloten en scharnieren in de knokige eeltige knuist geklemd. Het Woord des behouds. En we zullen het weten ook.

De sleutel van het slot op de Bijbel is al lang geleden verloren gegaan of ligt te verroesten in het penantkastje. En zit daar rechts voor aan niet de in het zwart geklede kaarsrechte gestalte van Ria L. die het toch weer niet laten kan om te wenen om wat niet is en nooit zal worden?

De zware eikenhouten deuren van het kergebouw staan nog open en een brede baan zonlicht breekt door en valt op het gang pad, dat de geur uit ademt van zware klei en knoken.

Dat slaat op je keel en dan gaat het van uche, uche, uche het stikt hier van de gekromde ruggen. En hoe zij mijn mededogen en compassie opwekken die donkere geklede mannen en vrouwen met de bebaarde brede kaken en de grijze knotjes. Elke make up afwezig want men vaart blind op puur natuur. Daar ga ik altijd met liefde tussen zitten en sla de kraag van mijn Burberry op, want er wordt niet alleen met de geest die in ons allen is krachtdadig gezongen maar ook met de spetters der overtuiging uit de regenachtige bronstige kelen en als je die in je nek krijgt, dat gaat er met geen macropak Jif meer uit! En dan kijken ze je zo tersluiks eens argwanend aan onder het gebed, rochelen hun minachting hoorbaar uit voor wie geen kerklid is, een roomsgele fluim op het gangpad (dominee heeft toch zijn ogen dicht), want je bent en blijft een vreemdeling die verdwaald is zeker. Er bij horen zul je nimmer, daar zullen ze wel voor zorgen! En dan stoot ik weer mijn buurman c.q. buurvrouw ruw aan en trek op ontwapenende manier met een schijnheilige glimlach altijd weer mijn onweerstaanbare geheime wapen; een rol King peper munt zuigtabletten in de originele donkerblauwe verpakking wat een frisse kijk op de dingen des levens geeft in plaats van de misselijk makende rol Frujetta, een zoet kleverig snoepje dat veel meer geschikt lijkt voor rooms katholieken.

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.