Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
18 oktober 2018, om 20:22 uur
Bekeken:
18 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Het kan ook heel kreatief worden uitgewerkt"


Een feit dat Huizinga in zijn biografie verzweeg!

 

Die Huizinga zei dus niet wat hij eigenlijk bedoelde. Iedereen ruikt op een kilometer afstand dat Erasmus een homo was! Lees die ge-schriften uit die tijd (1467-1536) maar eens. Als je over de middel- eeuwen denkt dan denk je altijd aan donkere intolerante tijden, mar-telingen en inquisitie, zoals de kalvinisten ons hebben wijs gemaakt, maar dat is maar een kant van de zaak. (zie: Over homoseksualiteit in middeleeuws West-Europa 1977, proefschrift dr. H.J. Kusters)

Er was geen sprake van aktieve klopjachten op homosexuelen an-ders hadden ze wel de gehele toenmalige manlijke bevolking uit kun-nen roeien. Jonge mannen die betrapt werden gingen meestal vrijuit. In de kloosters vloeide men vanzelfsprekend op grote schaal over van liefde en genade in de ongewassen onderbroek voor  de Heilige Maagd dus daar duidde men het liefst elkaar ook geen euvel. De abt zelf was meestal ook niet geheel en al van vreemde tegennatuurlijke sexuele smetten en aandriften vrij en kon over iedere jonge man in het klooster vrijelijk beschikken, dus die kwam wel aan zijn trekken.

De setting doet min of meer denken aan het roomsche extreem or-thodokse opleidings instituut Rolduc waar de leiding en studenten homosexueel waren. Deze opleiding voor roomsche flikkertjes in de dop werd onlangs gesloten vanwege gebrek aan homosexuele stu-denten.

 

Tegen het einde van de middeleeuwen wordt de aandacht voor af-wijkend sexueel gedrag onder in vloed van de kerken steeds sterker  en worden mensen sneller veroordeeld, meestal zonder gebrek aan bewijs.

In de achttiende eeuw leide dat tot de grote homo vervolgingen, waarbij ook veel jongeren op de brandstapel belandden. Dat was in die zogenaamde donkere twaalfde eeuw ondenkbaar.

De abt Aelred van Rievaulx maakte zich niet bepaald druk om licha-melijke kontakten tussen de monniken, maar hij verzette zich wel tegen seks om de seks. Wierook genoeg om de stank van putrife- rend zaad en verschaald bier naar goed roomsch voorbeeld te ver-drijven!

Erotiek beweegt zich op het snijvlak van de ontmoeting tussen lich-aam en geest. Zo lang je als man maar lekker ingesneden raakt op een andere man -of vrouw als Ersatz in dat  laatste geval- komt alles goed.

Het mocht in de kloosters geen liederlijke homosexuele beesten ben de worden, zo ongeveer als in de backroom venerische besmetbak van een nichtenkit vol op instant sex beluste mannen met druipende lullen van een onduidelijke serostatus in een van de zijstraten van de Reguliersbreestraat.

Dankzij de verwoestende in vloed van Freud zien we als moderne mensen de wereld gepansexualiseerd en hebben daardoor geen oog meer voor andere, diepere, geestelijk rijkere dimensies van ho-mo erotische vriendschappen tussen leden van hetzelfde geslacht. (zie:De wil tot liefhebben,2 delen 1997 dr. H.J. Kuster)

Zelfs het Oude Testament rept van de liefde tussen David en Jona-than, een liefde die veel dieper ging dan de liefde voor een vrouw. Eigenlijk was David (biseksueel, moordenaar, luitspeler, overspeler en beroeps intrigant) het prototiepe van de sexueel aktieve, van nature onbetrouwbar biseksueel.

Bijbelkenners zullen er wel weer een mouw aan kunnen breien hoe dat nu weer allemaal mogelijk is en rijmt met hun moraaltheologische hypokriete visie, gestoeld op burgermansfatsoen, kalvinistische  vlijt, gewetenloze handels geest en somber stemmende zuinigheid.

In de twaalfde eeuw had men een opklimmende waardeschaal wat de eros betreft: seks is aards, daar na komt op het tweede plan de liefde, op het derde nivo de mannen- en knapenliefde en op het hoogste plan de liefde voor God.

De knapenliefde wordt door Plato en Thomas van Aquino als een hogere vorm van vriendschap beschouwd. Het knaapje zag twee pruimpjes en een augurk hangen in een mannejurk tot hij de lul van Plato had ontdekt! Hoe kweekt men homootjes!

U begrijpt na dit relaas dat de roomse clerus zich heel graag op Tho-mas van Aquino beroept als een van de leden betrapt wordt op ver-grijp aan jonge jongetjes in piemeltjesland. De roomsche kerk is een echte kerk voor potten en flikkers. Ik ben overigens de eerste, noch de laatste  niet die dat zegt.

Gedoktoreerd auteur Kuster zegt dat in de twaalfde eeuw het doel is van de sexuele vriendschap tussen mannen om uiteindelijk bij God uit te komen: ”Begeerte naar een mooi manlijk lijf kan slechts ten koste van voortdurende inspanningen omgebogen worden naar een volkomen onbaatzuchtige liefde jegens God”.

Kuster houdt er als overtuigd heterosexueel en gehuwd man vreem-de ideetjes op na over vriendschappen en begeerte, maar nog vreemdsoortiger opvattingen over de wenselijkheid van “verzoening met de Schepper via mooie manlijke lijven”.

Zo lust ik er als kunstartiest ook nog wel eentje van dezelfde soort van.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.