Gegevens:

Categorie:
Horror
Geplaatst:
1 oktober 2018, om 15:18 uur
Bekeken:
238 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
105 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Muusje - geen gewoon Indisch meisje"


Otto werd ’s morgens paniekerig opgebeld door zijn jongere zus Potje Puck, die hem vroeg of hij onmiddellijk kon komen. Of hij, nu hij zijn rijbewijs had, samen met haar naar Parijs kon rijden om haar vriendin Muusje op te halen. Er was heel wat aan de hand met Muusje, die hals over kop tijdens haar vakantie vanuit Florence naar Parijs was gevlucht. Muusje was radeloos, ze verbllef op het vliegveld, ze durfde niet naar Amsterdam terug te keren, naar haar eigen kamer in de studentenwoning die ze deelde met acht anderen. logeerde nu tijdelijk bij een groep busreizigers die naar Rome gingen, nee niet logeerde, dat was eigenlijk het juiste woord niet, nee, Muusje zat op het ogenblik ondergedoken bij hen.. Ze was bang dat haar broer Norbert, haar half-broer eigenlijk, haar daar zou vinden en haar wie weet...

   ‘Ik heb een logé, Rogier, die hier op de bank slaapt,’ zei Otto. ‘Hij logeert sinds enige dagen bij me tot zijn moeder terug komt, nee niet logeert, dat is eigenlijk het juiste woord niet, nee, hij zit op het ogenblik ondergedoken bij mij… wacht eens even… Rogier kan toch ook mee naar Parijs, naar zijn moeder. Die maakt met een bus vol nerdjongeren en andere mafferds een culturele reis naar Rome naar Rome. Ze blijven nog een paar dagen in Parijs. Rogier zou zijn moeder kunnen zien, die jongen zit in de problemen. Maar wat is er precies met Muusje?’

  ‘Arme Muusje lijdt aan de ziekte van Flaubert. Dat heeft een arts in Florence een paar dagen geleden bij haar geconstateerd. Ze was helemaal de kluts kwijt, viel flauw, koortsaanvallen... Ze was het hotel uit geslopen, had een taxi naar het vliegveld genomen en was in Parijs beland.’

  ‘De ziekte van Flaubert? Nooit van gehoord. Bedoel je de ziekte van Pfeiffer misschien?’

  ‘Ooh, zei ik Flaubert? Ik bedoel eigenlijk Stendhal. De ziekte van Stendhal... eh het Stendhal syndroom.’

  ‘Nog gekker,’ zei Otto. ‘Goed, ik kom er aan, ik wil wel met je naar Parijs rijden, maar wat voor zin heeft dat eigenlijk? Kunnen ze daar niet beter de arts bellen als het zo slecht met haar is gesteld? Wat kunnen wij voor haar doen?’

  ‘Wat wij kunnen doen, dat vertel ik je straks wel. Kom je?’

  ‘We komen d’r aan, over een uurtje zijn we bij je.’

  Jezus, de ziekte van Stendhal, wat was dat nou weer? What next? De ziekte van Balzac... een of andere aandoening van de balzak ha ha, zoiets als zakbreuk misschien, wat dat ook moge zijn... Maar daar leed Muusje natuurlijk nu juist niet aan. Die Muusje toch: nee, zoals ze vaak genoeg tegen iedereen had gezegd, tot vervelens toe bijna, ze was beslist geen gewoon Indisch meisje.

 

Potje deed onder aan de trap open en liet de jongens binnen. Ze gingen in de woonkamer op de bank zitten en Puck liet hun op haar iPad een foto van Muusje zien die als selfie vanuit het vliegveld was verstuurd. Het meisje zag er zo grauw uit, ondanks haar bruine huid.

   ‘Net een doodziek musje dat op de rand van de dakgoot zit te bibberen en te zieltogen en dat elk moment dood kan neerstorten,’ merkte Otto op.

  ‘De beroemde dooie mus van Hermans dus,’ mompelde Rogier.

  ‘Precies.’

  Otto stelde voor om Muusje het adres van het hotel Rogiers moeder en de reizende Nederlanders te geven en en een taxi te nemen. Daar konden ze haar verder helpen en voor een Franse arts zorgen.

  ‘Muusje wil dat niet. Ze wil zo gauw mogelijk terug naar Nederland en bij mij logeren… eh… onderduiken. Ze vertrouwt mij omdat ik altijd het hoofd koel hou.’

   Potje zuchtte diep. ‘Het gaat om die oudere broer van haar, Norbert,’ zei ze. ‘Die blonde broer, half-broer eigenlijk, die blanda, waar ze altijd al zo bang voor is geweest. Vanaf dat ze een meisje van elf was, toen hij voor het eerst in haar leven kwam. Hij schijnt een soort satanische greep op haar te hebben. Nog steeds. Toen ze een klein meisje van elf was - moet je je voorstellen, zo’n elfje nog, zo’n tenger, feeëriek scharminkeltje van een meisje met ontluikende borstjes - toen had die grote, blonde, arische germaan van een stiefbroer, tien jaar ouder dan haar, het steeds over die tietjes van haar als ze maar eventjes alleen met hem was. Of er al wat te zien was bij haar? Te voelen? Op die magere ribbenkast van haar? Het was blijkbaar een soort obsessie voor hem, die bruine tietjes van haar. Hij plaagde haar er altijd mee, noemde ze dos huevos estrellados oftewel twee spiegeleieren, als ze beiden met vakantie bij hun ouders in Spanje waren. Ze kreeg er een complex van. Nog jaren heeft ze daar last van gehad. In het gezelschap van anderen had ze de rare gewoonte om vaak even langs haar lichaam naar even naar beneden te kijken, om zich te verzekeren... van iets... ik heb het haar dat ook wel eens zien doen, dat even naar beneden kijken naar haar borstjes.’

  ‘Heeft ze er dan nooit iets over gezegd tegen haar ouders?’

  ‘Dat durfde ze niet. Ze begreep wel dat dat nieuwe huwelijk van haar arme moeder ook niet  zo denderend was, dat voelde ze als kind gewoon aan. Ze wilde geen problemen veroorzaken.’

  ‘Een echte pestkop dus, die half-broer van haar.’

  ‘Dat kun je wel zeggen, ja, hij noemde haar altijd de prinses op de katjang. Maar dat is nog lang niet alles: ook over haar kale bruine kutje - excusez le mot, dat zijn eigenlijk zíjn woorden, niet de mijne - daar had hij vragen en opmerkingen over. Of er al haartjes op groeiden? - dat soort dingen. Eéns, ze was twaalf en ging net naar de grote school, lag hij in de kamer op de bank. Hij had erge hoofdpijn, zei hij. Hij verlangde van haar dat zij zich uitkleedde en haar gladde kutje - excusez moi encore! - tegen zijn voorhoofd hield. Indische maagdelijke jongemeisjeskutjes hadden namelijk een helende toverkracht - goena-goena, de befaamde Indische Stille Kracht, een soort witte magie, legde hij uit. Door met haar kutje eventjes tegen zijn hoofd te drukken, kon ze ervoor zorgen dat zijn hoofdpijn vrijwel onmiddellijk, als sneeuw voor de zon, verdween. Haar oma, Oma Sarinah, die twee maanden daarvoor was overleden en van wie Muusje zielsveel had gehouden, had dit ook eens voor hem gedaan toen hij erge kiespijn had. Ze had haar toverkutje eventjes tegen zijn wang gedrukt en warempel...’

  ‘Maar die oma had toch al lang geen maagdelijk jongemeisjeskutje meer,’ zei Otto.

  ‘Verdomd! Zo zie je maar... Afijn, ze vond dat ze hem deze gunst toch eigenlijk niet kon weigeren en heeft dat toen maar gedaan.’

   Potje zweeg.

  ‘Hoe ging het verder? Heeft die enge vent verder nog...’ vroeg Rikus. ‘Is het daarbij gebleven?’

  ‘Ja.’ Potje  staarde voor zich uit. ‘Tot vorige week in Florence, toen ze met hem de fresco’s in de domkerk aan het bezichtigen was. In het schemerlicht van de kerk - er was niemand in de buurt, zelfs geen suppoost - begon hij haar ineens onzedelijk te betasten, aan haar tietjes te zitten. Dat was nog het ergste niet, maar dat hij ook nog met zijn vingers aan haar kutje zat, in haar kutje... dat was echt... tidak boleh.’

  ‘Wat betekent dat?’

  ‘Dat betekent “dat mag niet” of “dat is verboden” - tidak boleh. Als ze in de stress raakt,  gaat ze weer Indisch praten zoals ze dat bij haar Oma had geleerd - ook al is die nu al lang  dood.’

  ‘Die broer van haar heeft haar toen aangerand dus...’

  ‘Ja. Ze was zo stom geweest die dag een luchtige zomerjurkje aan te trekken, hij kon overal bij komen. Gek geworden leek hij wel, totaal gila, hij dacht zeker dat hij zo’n condottiero was, zo’n middeleeuwse legeraanvoerder, die zich alles kon veroorloven. Dat waren bandieten, desperado’s, die kerels. Maar het ergste moet nog komen: zij werd duizelig, viel flauw... En wat heeft die engerd wel niet met haar heeft uitgespookt toen ze flauw gevallen was? vraagt ze zich nu af. Daar zit ze erg over in.’

  ‘Uitgespookt? In die kerk?’

  ‘Ja. En later nog eens toen ze terug waren in het hotel. Haar broer heeft haar terug gesleept naar het hotel - ze stond te wankelen op haar benen. In de gang viel ze weer flauw. Hij heeft haar naar haar kamer gedragen, en is toen nogmaals intiem geweest met haar, terwijl ze buiten bewustzijn was. Tenminste, dat beweerde hij later vol trots. Hij had haar geneukt - pardon: zijn woorden, niet de mijne -  terwijl ze knock out was. Ze vreest dat het waar is. Ze voelt het daar schrijnen. Nog steeds.’

  ‘Maar dat geldt dan toch als een verkrachting! Wetboek van strafrecht...’

  ‘Precies. Maar je weet het niet zeker, natuurlijk. Misschien is het alleen maar een vorm van plagerij bij hem. Maar stel nu dat ze zwanger van hem is geraakt, dat is haar aller-allergrootste angst. Daar zit ze nu erg over in, daar wil ze het met jou over hebben.’

  ‘Dus híj werd gek.’

  Zíj ook. Beiden. In Florence zijn ze gelijktijdig gek geworden, het syndroom van Stendhal, zei de dokter van het hotel. Ik heb het opgezocht op internet. Het overkomt toeristen als ze in hoog tempo allerlei musea en monumenten bezoeken: de graftombes van Dante en Boccaccio in de Croce-kerk in Florence. Ze worden overdonderd en raken gedesoriënteerd, hysterisch...’

  ‘Zoiets als het Jeruzalem-syndroom, waarbij normale mensen ineens gek gaan doen en op straat knielen en bidden en hallelujah roepen? Daar heb ik wel eens over gelezen.’

  ‘Zoiets, ja. Het overkwam Stendhal twee eeuwen geleden in Florence en daarom is die ziekte naar hem genoemd.’

  ‘Ik zou toch maar een arts raadplegen als ik haar was.’

  ‘En dan zo’n morning-after pil. Maar dat schrijnen, het is te hopen voor haar dat dat alleen komt doordat hij op een ruwe manier met zijn vingers aan haar kutje heeft gezeten... ín haar kutje’

  Ze zweeg even en zuchtte. ‘Ik geloof dat het eerste wat ik doe als we haar terug hebben in Nederland de huisarts te bellen.’ Ze stond op en pakte haar tas voor de reis van Amsterdam –Parijs.

  

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.