Gegevens:

Categorie:
Horror
Geplaatst:
26 september 2018, om 23:14 uur
Bekeken:
214 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
98 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Karin en de kaartspelers"


Na iedere stop, ook na iedere sanitaire stop, ging iedereen op een andere plaats in de bus zitten. Dat was zo afgesproken. Zo kwam Jolien naast Karin te zitten, de jonge blondine, die de groep al verteld had dat ze, hoewel nog maar vijf-en-twintig, weduwe was. Die lustige Widwe, had Herr Hermann haar achter haar rug genoemd. Jolien dacht dat Herr Hermann vanaf het begin al een oogje op haar had. Een oogje? Hij geilt gewoon op haar, giechelde de eveneens zeer blonde Belgin, naast wie Jolien eerder had gezeten. Herr Hermann hoopte misschien dat die lustige Widwe, het jolige weeuwtje, zijn zum Tode betrübte Schwanz wederom himmelhoch jauchzend zou zien zu machen

   Karin vertelde dat ze deze culturele reis naar Rome via Parijs nu maar in haar eentje maakte. Toen haar man nog leefde had het jonge paar – hij was net zo jong als zij – de droom gehad om dat samen te doen, maar helaas, hij was op drie-en-twintig-jarige leeftijd overleden. Hij was al ziek toen ze hem leerde kennen; in feite was hij ten dode opgeschreven. Toch was ze met hem getrouwd – hij wilde dat zo graag en zij had er in toegestemd. Tegen de uitdrukkelijke wens van zijn familie. Behalve dan van de oudere broer van de jongen. Die had ze leren kennen in een andere stad, een universiteitsstad, onder heel andere omstandigheden.

   Ze had als meisje van vijftien de school verlaten zonde diploma, had op de markt gewerkt als bloemenverkoopster en ook wel als hulpje bij een kermis attractie. Vele leden van haar uitgebreide familie waren marktkooplui of werkten in de horeca. Ze kreeg een baantje in de kroeg van haar oom, een sombere en saaie bedoening in een zijstraatje in de binnenstad. De zaak stelde haast niks voor, er kwamen alleen maar wat zeikerige oude mannetjes. Die zongen mee met het oude oubollig kermis- of kroegliedje dat haar oom opzette toen hij haar had voorgesteld: Karin, moet ie daar in? Of heb je er liever een sigaar in? Ik ben geen Monica Lewinski, zei ze schouderophalend. Die oom van haar wilde het zaakje verkopen maar er was geen belangstelling voor. Met Karins hulp wilde hij proberen de boel wat aantrekkelijker te maken, op te vrolijken, maar hij wist niet goed hoe.

   Op een dag kwam er een groepje jonge mannen langs lopen toen ze toevallig met haar witte schort voor in de deuropening stond – de kroeg was nog gesloten. Een groepje ouderejaars, net voor hun afstuderen, naar later bleek.

   ‘Geachte waardin van dit etablissement,’ sprak een van hen smekend op uiterst bekakte manier, ‘zou het misschien mogelijk zijn bij u een versnapering of een eenvoudige doch voedzame maaltijd te nuttigen? Wij kunnen helaas niet meer terecht in onze stamkroeg; er ligt daarbinnen een ruftige oude hond, een spaniël nog wel, en onze vriend Schudspeer hier verdraagt niet de aanwezigheid van een hond in zijn nabijheid en zeker geen spaniël.’

   ‘Ik heb honger als een paagd,’ zei de jongeman die Schudspeer genoemd werd. 

   Het klonk zo grappig. Ze bekeek de vragende gezichten en dacht: ach, waarom niet? ‘Ik kan jullie een bord voor zetten met iets gezonds en eenvoudig. Kom maar binnen.’ Gelukkig had ze eerder op de middag boodschappen gedaan voor zichzelf. In het groezelige keukentje helemaal achter in het gebouw knutselde ze iets in elkaar, iets hartelijks, iets dat ze zelf lekker zou vinden. Ze mengde in een glazen kan wat tropische sapjes: mango, papaja en kiwi aangelengd met verfrissende Spa.  

   Parbleu! Geweldig! werd er geroepen toen ze het etenswaar voor hen neer zette op de tafel voor het raam waar ze hadden plaatsgenomen. Ze waren in een geanimeerd gesprek verwikkeld, ze maakten zich vrolijk over een man die op de universiteit rond liep, een Poolse gastdocent die ze professor Zbygniew Prlwytzkofsky noemden – vanwege zijn baard. Voor de lol leerden ze haar de moeilijke naam uit te spreken, ze moesten het wel dertig keer voorzeggen. Later werd het haar duidelijk – want Karin leerde hen goed kennen! – dat ze een soort Bommel-taal spraken onderling, een verheven, deftig taaltje dat terug te vinden is in stripverhalen voor intellectuelen en ook in de Nederlandse vertaling van Shakespeare stukken. Die hadden ze allemaal gelezen. Dat was hun gezamenlijke hobby. Dat was hetgene dat hen bond. Vandaar ook de naam Schudspeer en de naam Heetspoor van de jongen die haar het eerst aansprak. De derde werd Bombel genoemd omdat hij nogal binnensmonds mompelde en zelfs de naam Bommel verhaspelde. De vierde werd Kluge Hans genoemd omdat hij nogal goed was in getallen en een lang paardengezicht had. Hij was ook zo bedaard als een paard. Maar het was Schudspeer die het woord paard als paagd uitsprak. Er waren ook andere redenen waarom Schudspeer met Shakespeare geassocieerd werd: Hij had een hoog voorhoofd – zijn haar begon boven op zijn schedel, net als de Engelse toneelschrijver. En verder zou hij trouwen met een acht jaar oudere vrouw, net als Shakespeare, dat stond al vast. Dus: ei-vormig hoofd, afschuw voor honden, en acht jaar ouder vrouw. Die vrouw was al bijna dertig, was chirurg en stamde uit een oude adellijke familie. Er werden grapjes over haar gemaakt. Ze had toevallig ook een paardengezicht, maar heel anders dan Kluge Hans, veel vrouwelijker. Dat zag Karin op een foto die haar verloofde eens liet zien. Ze bezat ook een renpaard waar een vaste jockey genaamd Jerry op reed. Als het paard won in een wedstrijd mocht de jockey na afloop de blije en dankbare eigenares bestijgen, zo vertelde Heetspoor later aan Karin. Die paardenvrouw werd Doortje Scheurlaken genoemd door het groepje omdat ze trappelde met haar voeten tijdens de seks: trippeltrappeltrippeltrap.

   Het waren lieve, betrouwbare, gulle jongens, en goudeerlijk. De vier Bommelianen Schudspeer, Heetspoor, Bombel en Kluge Hans kwamen vaak, ze zijn nooit meer teruggekeerd naar hun oorspronkelijke kroeg. Ze kwamen om met elkaar te overleggen of om te kaarten of om andere spelletjes spelen. Er was altijd één winnaar en die ging die avond met de hoofdprijs naar zijn studentenhuis of zijn appartement. En die prijs was…zij! De waardin Karin! Zijzelf was steeds de seksprijs die gewonnen werd door een van de vier vrienden, het was altijd spannend om te zien wie het nu weer zou worden!

   Ze vroeg hen raad wat betreft de kroeg. Kon zij die misschien zelf voor een zacht prijsje overnemen van haar slome uitgebluste oom die ondertussen totaal geen belangstelling meer had voor de zaak? Ze werd geholpen, vooral door Kluge Hans. En hoe de zaak op te vrolijken? Opnieuw schilderen, binnen en buiten? Een nieuwe naam? Iets dat opgewekt klonk zoals Café Hieperdepiep of Café Hoplahiephoi of zoiets?

   Heldere kleuren zoals je die aantreft in de schilderijen van Hundertwasser en Paul Klee, werd er door het groepje besloten. En zachte achtergrond muziek van Mozart in plaats van Karin moet ie daar in? En als nieuwe naam: Taverne Hoi Oligoi. Ze dacht eerst dat dit een of andere opgewekte groet was zoals Ni Hao bij de Chinezen, maar het bleek De Weinigen te betekenen, het tegenovergestelde van Hoi Polloi.

  

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.