Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
25 september 2018, om 13:49 uur
Bekeken:
27 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Godvruchtig volk kijkt naar de EO met Licht zonder uitzicht"


Een kunstenaar uit talloos veel miljoenen. Alsof je een emmer leeg gooit!

Een zonnige zomerdag. Het zal  wel een zondag geweest zijn. Het stille terras daar bij dat kleine café in de haven. Weinig stamgasten want het van oudsher Godvruchtige volk zit thuis en kijkt naar het EO programma Licht Zonder Uitzicht en daarna de Muzikale Fluitmand. Fijne muziek op verzoek.

‘Vriendjespolitiek alom’ bromt de omstreden kunstschilder/auteur met zijn sonore, doch hyperbeschaafde stem, waarna prompt een verhandeling over het Nederlandse dan wel internationale kunstenaarsplantsoen volgt, dat met een stevige statement wordt afgesloten waarmede wij de mens achter de artiest weer leren kennen.

Voor je het weet schieten ze je met een punt 45 een blauwe boon voor je donder dwars door je popo heen als je even gebukt voorover staat om de schepping op gras spriet nivo te aanschouwen. Waar het allemaal om gaat,  vraagt de kunstenaar.  Hetgeen heel begrijpelijk is samen te vatten met de herrijzenis van de al sinds 2002 in de Bourgogne residerende Fred van der Wal.

Okee, het is heel erg lang muisstil geweest, maar nu is hij er weer met de onafscheidelijke roze zonnebril met bloem motieven verlucht en een leuke roze zomerhoed op het aanminnige hoofd, hetgeen menig collega doet vermoeden dat meneer van der Wal een twijfelachtige seksjuwaliteit bezit waarover hij in het verleden wel kond over deed in weblogs met fotos van de kunstenaar himself in opengewerkte BeHa.

Zo zei hij al vaker: ‘Wat denken de vrouwtjes nou eigenlijk? Dat wij mannen geen BeHa mogen dragen? Ooooh, nee! Nou daar ben ik het namelijk helemaal niet mee eens, behalve een BeHa trek ik aan mijn lijer ook regelmatig een tangaslipje met prangende reetveter en niet voor niks, opdat ik van voren weet dat ik óók van achteren ook leef, daarbij leuke zwarte naadnylons van 15 denier, opgehouden door een strak spannende jarretelgordel met ingelegde strass steentje die zo fijn schitteren in het gouden kaarslicht ter verhoging van de feestvreugde.

Hij is gekleed in een duur piloten jack met een witte bontkraag , een vlot t-shirt met daar op de tekst ‘ATTENTION HOMME DANGEREUX‘ en een zwarte, vlotte spijkerbroek MET STRASS STEENTJES OP DE BIPS GEKOCHT BIJ DE AUCHAN en schetst met brede armgebaren taferelen van uit de dulle vijftiger jaren toen de gulden nog een daalder waard was op de Albert Cuyp en in de Korstjespoort  een stoephoer van in de zestig met een houten been klandizie stond te werven en weigerde de klant voor de verse waar te betalen dan schroefde ze wel even haar houten poot af om de klant daar mee klop te geven. Zij was een concurrente van Miss Lola uit de Stoofsteeg die maar één tiet zou hebben, volgens de verhalen van mijn schoolvriendjes. Het was een tijd van echte armoede, kogelflesjes gazeuse, levertraan, flessen lodaline, de draad omroep, de flitspuit, wederopbouw, het in gooien van de ruiten van de Waarheid en de communistische boekhandel Pegasus in de Leidsestraat.

Ik begon mijn schrijvers carrière in de derde klas van de Da Costa kweekschool door in de schoolkrant enkele slechte gedichten te publiceren, die wel meteen werden opgemerkt. Het gaf herrie en de redacteuren Burny Bos en Bernard Netelenbos schreven een afkrakend stukje over mijn eerste tentoonstelling van schilderijen, aquarellen en collages in Kunstcentrum De Ark. Ik  besloot onmiddellijk niets meer in te sturen naar de schoolkrant. ‘De Koepel’ heette het drukwerkje.

Daarna schreef ik winter 1967 twee teksten bij exposities in De Waag. Epistels waar de achterhaalde, zelfgenoegzame, brave kunst collegaatjes (o.a. de reactionaire waterverver Kees Verwey) schande van spraken. Ik lachte hem gewoon in zijn gezicht uit want ik wist wie ik was en dat was lang niet mis.

Meer dan honderd boeken heb ik gepubliceerd na 2009 en twee boeken geredigeerd voor een goede vriendin, plus een inleiding geschreven voor een kunstcatalogus. In de jaren tachtig enkele artikelen over beeldende kunst in maandbladen en fotos gepubliceerd in boeken, dagbladen en magazines tussen 1975 en 1988.

De kunstenaar kan zich een prettiger wereld voor stellen dan die van kunstschilders, galeriehouders, auteurs en uitgevers.

Toen ik debuteerde januari 1966 in Haarlem ben ik van puur enthousiasme met veel jolijt, met opgeheven handen, open gulp, lillende leuter en een puntzak respect voor de geachte collegaatjes het kunstenaarsplantsoen binnen gelopen, want daar zou een hoogstaande, morele groep verlichte mannen en vrouwen te vinden zijn, een baaierd van acceptatie en erkenning. Nou, dat was me wel even een vergissing! Wat een rare, gestoorde en veelal heel enge mensen waren me dat! Met hun onaangename egootjes rond hopsend in de bekende nieuwe kleren van de keizer, dus eigenlijk in hun blote togus. Zo ben ik dat kunstenaars plantsoen heel snel uit gerend via een escape route, dwars door het rozenplantsoen en ik ben er nooit meer naar terug gekeerd. Stel je voor, zeg!

(wordt vervolgd)

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.