Gegevens:

Categorie:
Geloof
Geplaatst:
19 augustus 2018, om 18:19 uur
Bekeken:
89 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
28 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Gggrrristulluk!"


Als klasselerares van 2B kreeg Paula van de adjunct-directeur het verzoek om een oogje te houden op de nieuwe leerling, Olaf, die kort voor de zomervakantie van een christelijke school was getrapt en nu met een schone lei op de openbare mocht beginnen. Het was Paula’s taak om erop toe te zien dat die schone lei redelijk schoon zou blijven. De adjunct gaf haar het christelijke schoolkrantje te lezen – hij moest het wel terug hebben - waarin een bijbel-persiflage was geschreven door Olaf. Het was de proverbiale druppel geweest. De rebelse jongen was terplekke naar huis gestuurd toen men ontdekte wat er stond. De leerkracht onder wiens hoede de leerlingen het krantje in elkaar hadden gefrutseld, had even niet goed opgelet – het kwaad was geschied, de meeste leerlingen hadden het blad al mee naar huis genomen.

Tijdens de lerarenvergadering kreeg Paula te horen over het incident in de kantine. In de lunchpauze had Olaf opzettelijk zijn vinger in een kuipje jam en een bakje yoghurt gestoken van een andere leerling. Er was ruzie over ontstaan, er was met voedsel gesmeten. Reden dus om eens met de jongen te praten.

Na de vergadering haalde Paula het schoolkrantje uit de grote envelop en las het beruchte stukje nogmaals.

 

Het brandoffer

 

En het geschiedde dat God Abraham verzocht, en Hij zeide tot hem:`Abraham!’ En hij zeide: `Zie hier ben ik.’ En hij zeide: `Take now thy son, thine only son, whom thou lovest, even Isaac, and get thee into the land of Moriah; and offer him there for a burnt-offering upon one of the mountains which I will tell thee of.’ Toen stond Abraham ‘s morgens vroeg op en zadelde zijnen ezel, en nam twee van zijne jongens met zich, en Isaak zijnen zoon; en hij kloofde hout voor het brandoffer, en maakte zich op en ging naar de plaats, die hem God gezegd had. Aan den derden dag, toen hief Abraham zijne oogen op en zag die plaats van verre; en Abraham zeide tot zijne jongens: `Blijf gij hier met den ezel, en ik en de jongen zullen henengaan tot daar; als wij aangebeden zullen hebben, dan zullen wij tot u wederkeren.’ En Abraham nam het hout des brandoffers en leide het op Isaak zijnen zoon; en hij nam het vuur en het mes in zijne hand, en zij beiden gingen te zamen. Toen sprak Isaak tot Abraham zijnen vader en zeide: `Mijn vader!’ En hij zeide: `Zie hier ben ik, mijn zoon.’ En hij zeide: `Zie, het vuur en het hout, maar waar is het lam tot het brandoffer?’ En Abraham zeide: `God zal Zichzelven een lam ten brandoffer voorzien, mijn zoon.’ Zoo gingen zij beiden te zamen. En zij kwamen tot de plaats, die God hem gezegd had; en Abraham bouwde aldaar een altaar, en hij schikte het hout; toen hief Abraham zijne oogen op en zag om, en zie, achter was een ram in de verwarde struiken vast met zijne hoornen; en Abraham nam dien ram, en leide hem op het altaar boven op het hout; en Abraham strekte zijnen hand uit en nam het mes om den ram te slachten. Maar de Engel des HEEREN riep tot hem van den hemel en zeide; `Abraham, Abraham! I said "Thy son, thine only son", not some bloody ram, you silly old fool! Can’t you understand English!’ En Abraham hief zijne oogen op en zeide: `Fuck You!’, en hij hief daarbij zijnen middelvinger op tot den hemel. En hij zeide: `Wat denk je wel!’ En hij riep nogmaals: `What think you well!’ Toen keerde Abraham met zijnen zoon Isaak weder tot zijne jongens, en zij maakten zich op, en zij gingen samen naar Ber-Seba.  Genesis 22

 

Niet slecht voor een jongen van dertien, vond ze. Ze kon er wel om lachen. Ze verliet het school gebouw, haalde haar fiets uit het fietsenhok dat speciaal voor docenten was en reed naar het dorp even buiten de stad waar ze woonde. Halverwege zag ze hem. Hij stond bij de paarden van boer Tamminga. Ze verliet het verharde gedeelte van de weg en reed over het gras naar het ijzeren hek waar de jongen met een handvol gras de paarden naar zich toe stond te lokken.

‘Olaf, wat ben je aan het doen?’ riep ze.

Hij keek om. ‘Niks. Die beesten denken dat het gras dat ik voor ze pluk aan deze kant van het prikkeldraad groener is dan ze zelf hebben aan hun kant.’

‘Zo is het maar net, daar komt die uitdrukking natuurlijk vandaan.’ Ze legde haar fiets neer naast de zijne op de droge aarde voor het hek.

‘Olaf, ik moet je even spreken. Ik heb gehoord dat je met je vingers in de jam en de yoghurt van dat meisje... hoe heet ze ook al weer...’

‘Dat dikke meisje? Elly? Maar ik mocht van haar, dat vond ze goed. Vanille yoghurt en aardbeienjam, dat lust ze helemaal niet. Die bakjes krijgt ze mee naar school maar ze gooit ze altijd weg. Haar ouders hebben dat restaurant bij de brink.’

‘Weet ik, maar waarom doe je zoiets raars – met je vingers in die bakjes zitten. Je bent nog maar twee weken op deze school, er wordt met argusogen op je gelet en nu veroorzaak je grote heibel in de kantine, hoe kun je zoiets doen?!’

‘Ik wilde gewoon even voelen,’ mompelde hij. ‘Bij natuurkunde kregen we te horen dat de diamant de hardste materie op deze planeet was, en ik vroeg me af hoe dat zou voelen als ik het aanraakte, en toen vroeg ik me af wat nou de zachtste materie was en hoe dat zou voelen, zoiets als jam of yoghurt dacht ik en toen vroeg ik Elly, en omdat ze dat spul toch altijd in de afvalbak gooit...’ 

‘En toen is alles uit de hand gelopen?’

‘Ja. De anderen begonnen zich er mee te bemoeien.’

Ze zwegen even. Paula aaide de hals van het dichtstbijzijnde paard. ‘Voel eens hoe zacht zijn lippen zijn,’ zei ze.

Hij streek met zijn vinger tussen het neusgat en de bovenlip van het dier. ‘Vluweelzacht,’ zei hij.

Ze keek hem aan. ‘Dat verhaaltje,’ begon ze, ‘dat  bijbelstukje van je waardoor je van je vorige school bent getrapt, dat heb ik gelezen.’

‘Ik ben er niet van afgetrapt, ik had kunnen blijven als ik m’n excuus had aangeboden maar mijn moeder vond het beter dat ik naar een andere school ging.’

‘Ik vond het een knap stukje. Ik heb er om gelachen. Hoe heb je dat gedaan met die ouderwetse taal en zo?’

Hij keek haar blij verrast aan. ‘Ik had nog zo’n stukje uit de bijbel  - over Lot – in de schoolkrant willen zetten maar dat kon toen niet meer.’

‘Mag ik dat ook eens een keer lezen?’

Hij grijnsde breeduit. ‘Ik heb het bij me. Het zit in m’n schoolagenda.’

Ze strekte haar hand naar hem uit. ‘Geef maar,’ glimlachte ze.

Olaf liep naar zijn fietsen haalde zijn schooltas van onder de snelbinders.

‘Of wil je het me voorlezen,’ vroeg Paula.

‘Hier?’ Hij keek de weg af. In de verte zagen ze een groepje fietsers naderen. Het zouden best eens scholieren van hun school kunnen zijn.

‘Weet je wat,’ zei Paula op samenzweerderige toon, ‘we duiken gewoon met fiets en al die greppel in, die is zo diep dat niemand ons ziet. Daar staat ‘s zomers geen water in, die is zo droog als wat.

Ze pakten hun fietsen en duwden die naar de stijle zijkant van de greppel. Joelend ging ze hem voor de helling af. Even voelde ze zich weer jong, een puber van dertien, een leeftijdgenoot van hem, in plaats van de lerares van zeven-en-twintig die ze was.

‘Lezen!’ zei ze. Ze lagen zij aan zij schuin tegen de aarden muur die klonterig en korrelig voelde.

Hij ontvouwde het stuk papier dat hij uit zijn agenda gehaald had en las.

 

Lotte en haar twee zonen

 

En als de dageraad opging, drongen de engelen bij Lotte aan, zeggende "Maak u op, neem uwe man en uwe twee zonen, en vlucht weg uit Sodom, opdat u in deze stad niet omkomt. Zoo grepen dan die engelen Lottes hand, en de hand haarer man, en de hand haarer twee zonen, en brachten hen buiten de stad. En de engel Gods zeide: "Behoud om uws levens wil, zie niet achter u om, begeef u naar de heuvelen, opdat gij niet omkomt." En Lotte en haarer man en zonen haastten zich op weg naar de heuvelen. Toen deed de Heere zwavel en vuur over Sodom regenen, en Hij verwoestte den stad en alle inwoners dezer stad. En de man van Lotte zag om en werd een zoutpilaar. En Lotte en haar twee zonen woonden in een spelonk in een heuvel. En toen zeide de eerstgeboren zoon tot zijnen jongere broer: "Nu onze vader is geworden eenen zoutpilaar, en hier geen andere man is om tot onze moeder in te gaan, moeten wij wel tot haar ingaan, opdat er in haar nieuw leven verwekt worde. Kom, laat ons onze moeder wijn te drinken geven, en bij haar liggen, opdat zij van ons zaad nieuw leven voortbrenge." En zij gaven dien nacht hunner moeder wijn te drinken. En de eerstgeborene kwam en lag bij zijn moeder en ging in tot haar, en zij werd het niet gewaar. En het geschiedde des anderen daags, dat de eerstgeborene zeide tot zijn jongere broer: "Zie, ik heb gisteren nacht bij onze moeder gelegen en ben tot haar ingegaan, laat ons ook dezen nacht haar wijn te drinken geven; lig dan bij haar, ga tot haar in, opdat zij van ons beiden zaad ontvange." En zij gaven hunner moeder ook dien nacht wijn te drinken. En de jongste zoon lag bij zijnen moeder en ging tot haar in, en zij werd het niet gewaar. En Lotte werd bevrucht van haar beider zonen en baarde eenen dochter.  Genesis 19: 15 – 37

 

Toen hij ermee klaar was keek hij haar uitdagend aan.

 

  

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.