Gegevens:

Categorie:
Eenzaamheid
Geplaatst:
11 juli 2018, om 17:39 uur
Bekeken:
67 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
37 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Samen op het bankje"


Zonder te ontbijten verliet hij het hotelletje. Pas tegen half elf kreeg hij zin om iets te eten; hij kocht een broodje ham en een pakje appelsap en ging ermee op een bankje zitten tegenover een brede gracht. Langs de oude hoge huizen aan de overkant van het water zag hij een lange rij wachtende mensen, duidelijk touristen, langzaam voort schuiven, hij kon niet zien waar het voor was.

Een oude vrouw, gekleed in een zwart jasje en zwarte pantalon, ging op enige afstand naast hem zitten. ‘Pfff! I think I’ll sit down a moment.’ Ze keek bezorgd naar haar knie en schoof de stof van haar broek wat heen en weer over haar knieschijf. ‘Amsterdammetje,’ zei ze met een pijnlijke grimas. ‘I knocked my leg against one of those damn poles that stick out of the ground.’ Ze gaf hem een geforceerde glimlach. ‘Do you speak English or Dutch?’

‘Both,’ zei Johan. Hij zag dat ze een mooi gezicht had. Ondanks haar grijze haar en de rimpeltjes bij haar ogen en mondhoeken. Een lief en vriendelijk grootmoedertje.

‘Ah, Dutch and English,’ riep ze verheugd, ‘me too. Ik ook.’

Ze bleef over haar knie wrijven. Ze moest zich behoorlijk zeer gedaan hebben, begreep hij. Het was alsof er even een pijnscheut door hem heen trok. Pijn bij een ander, daar was hij altijd hypergevoelig voor. Altijd als hij iemand zag vallen of zich ergens tegen aan stoten, voelde hij daar zelf de pijn van, leek het wel. De herinnering aan de afschuwelijke pijnen van zijn moeder, zijn stiefmoeder eigenlijk, vlak voor haar dood, kwam weer even bij hem boven.

‘Damn those Amsterdammertjes. Zo hoog zijn ze maar, of liever zo laag.’ Ze hield haar hand voor zich uit. ‘Als je even niet oplet loop je tegen zo’n ding aan.’

Hij knikte. Let me kiss it better, zou Mrs. Goodrich gezegd hebben. Kusje erop, klaar. Good old Mrs. Goodrich, hoe zou het met haar zijn? Wat zou ze op dit moment doen? – het was daar aan de andere kant van de wereld ongeveer zeven uur ’s avonds.

Hij raakte in gesprek met de oude vrouw. Ze vertelde dat ze uit Amerika kwam en met haar dochter en haar kleindochter, die op dat moment in het Anne Frank huis waren, een kort bezoek bracht aan haar geboorteland. Haar man was overleden, haar dochter gescheiden. Ze had nog twee zonen maar die waren allebei in Detroit. Als 17-jarig Hollands meisje was ze in Amsterdam een Amerikaanse soldaat tegengekomen, haar toekomstige echtgenoot.

‘Bijna het eerste wat hij me vroeg was How old are you? En toen ik antwoordde seventeen zei hij Ah! Sweet seventeen and never been kissed, en gaf me een zoen.’

‘Erg romantisch,’ glimlachte Johan.

Toen ze negentien was trouwden ze en ze ging met hem mee naar America waar ze vervolgens twee zonen en een dochter kreeg.

‘Nu ben ik zeventig en ik besloot, voordat ik dood ben en ze me in een kist stoppen... that’s right, sweet seventy en nog niet gekist...’

Ze barstte in lachen uit. Een heerlijke, uitbundige, aanstekelijke lach. Hij moest er zelf ook hard om lachen. Hij keek haar van opzij aan. Ja,ze was aantrekkelijk; vroeger moest ze een bijzonder mooie vrouw zijn geweest.

‘Kijk nou die mensen eens,’ zei ze een poosje later. Ze wees naar de rij mensen aan de overkant van het kanaal. ‘Isn’t it crazy! Arme Anne Frank had niets liever gewild dan dat gebouw eindelijk eens uit te komen waar ze al jaren opgesloten zat, en nu willen al die mensen daar juist per se naar binnen. It’s a crazy world.’

Ze bleef een poosje voor zich uit staren. Er was iets droevigs in haar gezicht gekomen.

‘You know what… ik zal je iets vertellen. Iets wat ik nooit aan iemand heb verteld. Ook niet aan mijn man of aan mijn kinderen.’

Ze zweeg. Johan wierp het laatste stukje brood naar wat rondscharrelende duiven.

‘Ja, ik kan het aan jou wel vertellen, aan een wildvreemde die ik later toch nooit weer zal tegenkomen.’ Ze zuchtte. ‘You know, ik heb ook een hele poos opgesloten gezeten als kind in de oorlog. Net als Anne Frank. But not in an attic but in a cellar, en niet in deze stad maar op het platteland. Daarom wilde ik niet met hen naar binnen. Ik zei, gaan jullie maar, ik ga ergens zitten, even uitrusten. Voor hen is het just another tourist attraction, maar voor mij niet.’    

Johan wachtte geduldig tot ze verder zou gaan. Beiden staarden ze voor zich uit. De lange rij mensen voor het Anne Frank gebouw werd nog langer; een grote groep Japanse toeristen sloot zich aan.

‘Omdat ik joods was,’ mompelde ze voor zich uit. ‘Na de oorlog wilde ik er niets van weten. Ik had niemand meer. Toen ik m’n man ontmoette verzweeg ik het voor hem. Ook m’n kinderen heb ik het nooit verteld. Alleen jij, nu. Na al die jaren... Ze zeggen dat pas als je ouder wordt... dan ga je weer over die dingen denken.’

Hij voelde zich bedrukt. Zou hij haar op zijn beurt vertellen waarom hij teruggekomen was naar Nederland?

‘Soms,’ zuchtte ze, ‘soms maken mijn zoons opmerkingen of grappen over joden and you know, I feel the pain. Ik zou willen schreeuwen, jullie weten niet dat jullie zelf joden zijn, als de moeder joods is zijn de kinderen ook joden! Maar ik hou me stil, ik zeg niks.’

Ze vertelde hem dat ze gisteren per trein naar het Noorden was afgereisd. Alleen. Ze had de anderen niet de ware reden verteld. Ze wilde in haar eentje de plaatsen opzoeken waar ze als kind had gewoond en gespeeld voordat ze moest onderduiken. Haar ouderlijk huis tegenover een park met donkere vijvers en hoge bomen had ze makkelijk teruggevonden. Maar nu liep er een snelweg dwars door het bos. Aan de andere kant van het park was een eeuwenoude gevangenis. Daar wilde ze heen. Daar was toen haar schoolmeester heen gebracht. Ze liep langs een monument. Zes metershoge bronzen handen in een rij – er hadden zeven moeten staan maar de één na laatste ontbrak. Er was een lege vierkante sokkel van beton. Aan drie kanten van de opgeheven handen waren zulke grijsgroene blokken opeengestapeld, in de hoeken stonden ze zo hoog als een huis.

‘Alles was zo... what’s the word... grimmig, die handen zo... a clenched fist... handen van verminkte mensen... tortured...’

Op het gemeentehuis had ze nog willen vragen of de naam te achterhalen was van de jongen van veertien die was doodgeschoten voor de ogen van zijn moeder. Ze dacht dat het een kind kon zijn geweest met wie ze vroeger had gespeeld. Ze was er niet aan toegekomen, ze kon zich er niet toe brengen.

‘Direct na die handen ben ik terug gelopen naar het station en terug gegaan naar Amsterdam. It was terrible. Die moeder... ze heeft nooit meer kunnen spreken... completely lost the power of speech. Ik had er over gehoord na de oorlog maar als mensen erover spraken wilde ik het niet horen, ik sloot m’n oren er voor af. En ook jaren later, als ik er aan dacht schudde ik de gedachte uit m’n hoofd.’

Ze viel stil. Hij wilde haar net vertellen over zijn zoektocht naar zijn echte moeder toen ze ineens opstond. ‘There they are, my daughter and granddaughter.’ Ze wuifde naar twee vrouwen. ‘Well, it’s been a pleasure to talk to you.’

 

  

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.