Gegevens:

Categorie:
Horror
Geplaatst:
3 juli 2018, om 18:25 uur
Bekeken:
243 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
116 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Arago-medaillons"


Toen de groep busreizigers onder leiding van Lange Hans het Louvre verliet, waar men zojuist de Mona Lisa had mogen aanschouwen, zag Jolien een kleiner groepje jongeren, waaronder Karel, Nerd Nico, Arie, het Vaatstra meisje en Sue Xue bij de glazen piramide van Pei. De leerlingen liepen in kringetjes rond, zoekend naar iets blijkbaar. Had een van hen zijn of haar contactlens verloren? Vreemd. Jolien liep ernaartoe. De leraar Engels volgde haar.

   ‘Wat zoeken jullie?’

   ‘Zo’n bronzen rond plaatje van Arago,’ kwam het antwoord van Sue Xue. ‘Moet hier ergens zijn. Bij de piramide, Arie heeft het opgezocht op z’n iPad.’

   ‘Bij de pilamide,’ plaagde Karel haar.

   ‘Binnen bij de wolvin van Rome met de tweeling Romulus en Remus – daar hebben we wat foto’s van genomen – zagen we zo’n vreemd rond ding ingemetseld in de gang,’ ging Sue onverstoorbaar verder.

   ‘Lomulus en Lemus,’ plaagde Karel.

   ‘Hè, hou toch eens op met die onzin!’ Sue schudde haar lange zwarte haar.

   ‘Ik zie em!’ kraaide Nerd Nico. Hij voerde een vreugdedansje uit. Allen kwamen rondom het bronzen plaatje van zo’n tien centimeter staan. Arie legde uit wat de betekenis van de schijfjes was, een denkbeeldige lijn vormden die, van noord naar zuid, een meridiaan, dwars door gebouwen, door straten en pleinen, je kwam ze op de gekste plekken tegen. De meridiaan die door Parijs liep voordat die van Greenwich universeel erkend werd.

   ‘Ik wist ervan,’ zei Karel. ‘In zo’n Kuifje verhaal – Tintin heet ie hier – in Le Trésor de Rackhan le Rouge, was ook sprake van die meridiaan. Het hielp Kapitein Haddock het schateiland te vinden.’

   ‘Ook in De Da Vinci Code wordt het vermeld,’ zei Arie.

   ‘Laten we nog een paar van die plaatje zien te vinden hier in de buurt,’ stelde Nico voor. ‘We kunnen van hieruit naar het noorden of naar het zuiden.’

   ‘Hè ja, spoorzoeken,’ zei Gansje die net aan was komen slenteren.

   Nico beende alvast met grote verende passen in noordelijk richting. Er zat niets anders op dan hem te volgen, het groepje dat zich had afgesplitst van de hoofdgroep wandelde achter hem aan. De meridiaan van Arago na lopen in een rechte lijn, dat was dan wel de bedoeling, maar dat lukte niet altijd. Men moest wat omweggetjes maken, pleinen over steken en door zijstraten lopen en dan weer naar de te volgen route terugkeren. Een dwaaltocht. Arie raadpleegde zijn iPad, gaf aanwijzingen.

   Men zocht voorover gebukt in het verharde pad in een parkje waar twee grote honden op het gras aan het ravotten waren. Wie de eigenaar was van de dieren was niet duidelijk, er liepen vrij veel mensen.

   Een man met een zwarte baard en een peinzende blik schuifelde hen langzaam tegemoet. Hij droeg donkere kledij en had een keppeltje op zijn hoofd.

   ‘Vast een soortgenoot van je, Esther,’ zei Karel. ‘Jullie hebben zeker wel een of ander geheim teken, een handgebaar of zoiets, waarmee je elkaar kunt herkennen.’

   De stoeiende honden kwamen naderbij. ‘Ik wou dat ik twee honden was,’ riep Nico luid, dan kon ik samen spelen – Je voudrais que j’etais deux chiens, alors je pourrais jouer ensemble.’

   De leraar Engels schraapte zijn keel. ‘James Joyce was als de dood voor honden. De beschrijving van een hond in de strand-episode van Ulysses…’

   ‘Die vrome juif zal wel niet bij die honden horen,’ veronderstelde Karel. ‘Die beesten zijn toch onkoosjer vanwege de poten of teennagels ofzo?’

   ‘Valt wel mee,’ zei Esther. ‘Je mag ze best als huisdier of waakhond hebben, je mag ze alleen niet opeten. Dieren moeten eenhoevig zijn zoals koeien of schapen, dus niet zoals met varkens of geiten het geval is. Dan mag je ze ritueel slachten en opeten. Maar ik geloof zelf niet in die onzin, ik eet alles, als het maar lekker is.’

   ‘De Engelsen staan erom bekend dat ze van honden houden,’ mengde de leraar Engels zich in het gesprek.

   ‘En jullie, Sue, houden jullie van honden?’ riep Karel.

   ‘Nou en of,’ antwoorde het meisje dat maar half geluisterd had. Ze stond gebogen bij een houten bank naar een ondiep gat te turen waar mogelijk een Arago-schijfje verzonken was geweest. ‘Hond lekker. Quam pangang, geroosterde hond, met pikante saus. Met witte rijst of bami. Staat bij ons op het menu, nummer 37.’

   Esther liep langs de man met het keppeltje. De twee keken elkaar even nieuwsgierig aan.

   ‘Ik wou dat ik twee joden was,’ zong Nerd Nico, ‘dan kon ik samen jodelen – je voudrais que j’etais deux suifs, alors je pourrais yodler ensemble.’ De man bleef staan en keek hem verbaasd aan. Esther greep Nico bij z’n arm en trok hem mee. Ze keek verontschuldigend naar de man. ‘Shalom,’ zei ze zacht. ‘Ce garçon est un peu fou. Er ist einer mesjoggener.’ De man glimlachte begripvol en vervolgde zijn weg.

   Arie legde uit dat de Arago-meridiaan langs vele lieux de mémoire voerde, zoals de plaats gefrequenteerd door naaktdanseres Mata Hari.

   ‘Een Friezin, een soortgenote van onze fiere fierljeppin Marianne dus. Waarschijnlijk haar betoveropoetante,’ opperde Karel.

   ‘Een verre voorouder van de vechtsporter Badr Hari, dat ligt meer voor de hand,’ lachte Marianne.

   Ze dwaalden door een winkelstraat. Halverwege stuitten ze op een rijen biddende mannen die over de hele breedte van het wegdek en het trottoir geknield lagen. Winkeliers waren hun winkels uit gekomen en keken met geërgerde gezichten en de armen over elkaar toe. Het verkeer stond stil. Zelfs voor voetgangers waren de winkels verderop onbereikbaar.

   ‘Tjeezusfierljeppendekristus, wat krijgen we nou?’ Riep Karel. ‘Moet je dat eens zien, allemaal blootvoetige, schoenloze, maffe moslimmalloten met hun kont omhoog. Niet te geloven! Het is toch om je ballen uit je broek – c.q. je lipjes uit je slipje - te lachen, wat een krankzinnige vertoning.’

   ‘Kont omhoog voor Allah!’ riep Nico. ‘Les fesses en haut pour Allah!’ Hij maakte aanstalten om zich eveneens op de knieën te werpen bij de achterste rij waar nog een plaatsje vrij was tussen de gelovigen, maar Marianne wist hem daarvan te weerhouden door stevig aan zijn arm te trekken.

   ‘Idioot!’ riep ze. ‘Straks onthoofden ze ons nog, laten we hier snel weg gaan.’

   ‘Ik heb altijd al eens onthoofd willen worden,’ riep Nico.

   Het groepje keerde op hun schreden terug en liep via een omweg in de richting van het Louvre en van daar terug naar hun griebushotelletje.

  

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.