Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
20 mei 2018, om 20:40 uur
Bekeken:
143 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
25 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

" De tijd is kort die ik nog heb"


Ik ben geen mens die graag in de belangstelling staat als ik in gezelschap ben. Een intervjoe is leuk zolang het één op één is en niet mijn echtgenote meent op de stoel van de geïnterviewde te moeten gaan zittenom het hoogste woord te gaan voeren. Als een interviewer daar in mee gaat moet hij dat zelf maar weten, alleen is hij/zij geen goede interviewer in dat geval.

Ik denk ook niet dat het van invloed is op mijn werk. Ik zie het als een afgeleide, een buitenschoolse activiteit. Een pauzemoment in productie van mijn beeldend werk en teksten. Sinds het begin van mijn kunstenaarschap schrijf en schilder ik.

In 2006 maakte Misja, mijn oudste dochter mij opmerkzaam op het bestaan van webloggen. Ik ben toen begonnen op Punt. NL en had heel veel lezers. Liep in de tienduizenden. Daarna ging ik over naar het Vkblog van de Volkskrant (van 2006-2012, Basic Publishing van 2007 af  en Write(s)history eveneens van 2007 af. Op Wordcom Press heb ik mijn belangrijkste weblog met meer dan tienduizend bijdragen van mijn hand. Daarnaast Facebook, maar dat is van minder belang)

Mijn Volkskrantblog had dagelijks 3000 tot 4000 bezoekers. Per jaar meer dan een miljoen page views. Dat leverde vooral onder academisch geschoolde webloggers heel wat kinnesinne en agressie op, omdat ze zelf nauwelijks of niet gelezen werden. Diverse malen wilden enkele webloggers mij aangeven bij justitie als een weblog te kritisch was of niet getuigde van een politiek correct extreem links modieus gedachtegoed. Ik wil nog heel veel schrijven en schilderen. De tijd is kort die ik nog heb. Ik ben nu eenmaal de jongste niet meer. Ik ben niet zo’n prater , zoals veel van mijn geachte collegae die uren lange exposés kunnen houden over het eigen werk of tijdens een kunstenaarsvergadering plotseling off topic op staan om een referaat van een uur te houden over wat een tekening eigenlijk is. Het gaat er wat dedame of heer betreft dan om zichzelf te profileren. Kijk mij eens, is de voornaamste drijfveer van dat soort talentlozen. Ik ben geen geweldige analysator van mijn eigen werk. Een schilderij of verhaal dat je moet toelichten is bij uitstek een slecht schilderij of een onbenullig verhaal. Als anderen denken dat ze mijn werk moeten analyseren doen ze dat maar. Ik hoor zelden iets opzienbarends. Meestal hoor je de eigen pre-occupaties. Vooral mijn verhalen zijn tussen 2006 en 2012  heel vaak becommentarieerd. Het schrijven gaat bij mij niet onbewust.  Het zogenaamde automatisch schrijven van de surrealisten heeft niets opge-leverd. Vooral linkse mensen uit het weblog wereldje van de Volkskrangt vonden dat ze mij moesten bestrijden. Doorgaans werkeloze academici, geneusd door mislukte huwelijken en stuk gelopen relaties. Geen mensen om meee om te gaan. Onbetrouwbaar, vol rancune en minderwaardigheids gevoelens. De schrijver waar ik de meeste affiniteit mee heb is Remco Campert.

Volgens mijn oudste dochter Misja ben ik timide. De gebruikelijke omhaal van woorden waar schrijvers ens childers zich zo graagvan bedienen is mij vreemd. Ik doe daar niet aan mee. Het is een zwaktebod. Veel handiger is het om een enorme grote bek op te zetten in onbegrijpelijke taal over eigen werk, maar dat is mij vreemd. Je hebt het niet voor het kiezen. Die kletskousen in het artiesten plantsoen zijn heel erg overtuigd van zichzelf. Het verhaaltje hebben ze altijd klaar, maar als je de resultaten ziet…

Hoe ik het liefst gezien wil worden? Als iemand die graag met rust wil worden gelaten. Ik zat laatst in de rooksalon van Arti et Amicitiae. Raak in gesprek met een goed geklede, aangenaam ogende dame. Haar openingszin: “Als ik jou zo zie zitten kun je niet veel bijzonders wezen!” Een heel merkwaardige openingszin. Vroeger zou ik zo’n persoon een hele avond sarcastisch toe spreken, dat doe ik nu niet meer. Ik schoot daarentegen  in de lach en zei: “You can’t judge a book by lookin’ at the cover”. Mijn oudste dochter Misja was er bij en die begon te protesteren.

Ik geloof dat proza, powezie en schilderkunst ook in onze moderne wereld een plaats zal behouden. Schrijvers en schilders zullen er altijd zijn. Een vijfenengentig procent zal afvallen door gebrek aan talent. Mijn werk niet. Zinloze experimentjes als tekenen op een I-pad onderneem ik niet. De beperkingen van zo’n medium zijn duidelijk. Potlood, papier, penselen, verf en doek bieden een oneindig aantal mogelijkheden. Elke penseelstreek  kan reageren op een voorgaande. De persoon- lijke keuze mogelijkheden in technisch opzicht zijn in het beeldkader onbegrensd. De mode van video en foto is een tijdelijke aangelegenheid.

Ik gebruik zelden mijn GSM. Telefoneren doe ik maar heel zelden, alleen als het hoogst noodzakelijk is. E-mail, een eigentijds jachtige communicatie vorm heeft wat mij betreft de brief vervangen. Ik schrijf zelden een brief. W.F. Hermans maakte zich op een schoolmeesterachtige manier druk om taal verloedering. Ik zie dat niet zo. Taal is flexibel. Er onststaat door allerlei oorzaken nieuwe taal of aanvullingen.

Stel je eens voor dat je alleen op de wereld bent. Zou ik dan nog schrijven en schilderen? Ik betwijfel het. Je wilt toch dialoog. In het derde jaar van de kweekschool kreeg ik door dat literatuur mijn gene-ratie iets te zeggen had. Voor het eerst begreep ik dat toen ik van Wolkers  het verhaal “Dominee met sgtrooien hoed” las. Ik begon toen zelf te schrijven, schilderen en tekenen deed ik al veel langer. Ik werk dagelijks een tien uur. Ik schrijf gemakkelijker dan dat ik schilder en teken. Een schilderij of tekening kost me weken, een verhaal niet. Wel herschrijf ik veel.

Een Friese weblogger die mij al vanaf 2006 lastig valt beweerde dat ik geen auteursrecht op mijn eigen beeldend werk maar ook op mijn weblogs zou hebben. Zelf heeft deze meneer nog nooit één weblog geschreven dat de moeite waard is. Hij is er in geslaagd een aantal Volkskrant webloggers van extreem linkse signatuur mee te krijgen. Regelmatig bedreigden zij mij met aangifte bij de politie en met processen. Daar lach ik om. Ze noemden zich anarchisten, verwierpen de maatschappij en alle regels, maar liepen het liefst bij het minste of geringste naar juridische instanties.

Ik leef gestructureerd. Drie maal in de week fitness anderhalf uur zorgt ervoor dat ik zeer mobiel blijf.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.