Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
12 mei 2018, om 15:29 uur
Bekeken:
24 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Met jouw waldhoorn tussen mijn alpen..."


MET JOUW WALDHOORN TUSSEN MIJN ALPEN

Meestal staat onze oude, stramme, bebaarde bard vroeg op, watert over d ebril heen, knijpt de laatste druppel uit zijn eeuwenoude knuppel, droogt zijn natte genotstaaf met een wc papiertje waar hij even aan ruikt, want eigen lucht is lekkere lucht. Klost in zijn mottige ochtendjas de trap af  - zachtjes gaan de paardenvoetjes-  en gaat na het ochtend ritueel van een hapje en een snapje, steunend en kreunend aan een tekening werken. Zo nu en dan laat hij tussen de bedrijven door een forse boer, die klinkt als een klok of een roffelende scheet. 

Eerst verorbert hij een bak cornflakes met melk, slikt een capsule Kucurma C 3, drie biergist tabletten, een echinacea tablet en een Glucosamine capsule. Onze kunstartiest is van plan lang te bllijven leven.

Daarna is het tekenen en schrijven tot een uur of twee om voor een volkoren boterhammetje te pauzeren en de post in te zien. Nee, er is weer geen porno boekje bij, dus wordt het niet van trekkenstein, daarna loopt hij schonkig rond in zijn ruim bemeten park dat zijn huis omgeeft en realiseert zich bij The Ole Oak Tree dat hij meer overleden dan levende artiesten kent en staat daar even bij stil om ter hunner nagedachtenis een yellow ribbon rond de oude eikenboom te binden. Doorgaans omarmt hij de boom als bomenfluisteraar  om na een half uur verkwikt weer naar binnen te gaan

Een symbolische daad dat boomfluisteren. Een krachtig, bezwerend ritueel dat hij van de platvoet indianen leerde toen hij jaren lang in de States leefde en werkte! 

Hij denkt aan hen die de Grote Finale hebben bereikt en aan één van zijn gedichten waarin de prachtige regel :

 

Toen ik wist

dat ik kunstenaar was

toen was ik het niet meer

en werd ik het pas

toen ik aan de was was

 en was het weer niet

toen ik twee vliegen

zag vliegen

en dacht ; er is één bij bij

 

Je reinste naturalistische poëzie waarin de dichter dichter bij huis blijft dan ooit.

Hij mompelt : Oude mensen moeten er op uit gaan met hun AOW-tje om een groen blaadje of kersvers pruimpje te verschalken maar niet naar een hoerenkast gaan om een temeier zonder brandend rubber vol te pompen, want dat is een belediging voor de kunst ! We houden het netjes! Het leven is niet van: Mijn naam is Lotje, ik kom uit een gescheurd kapotje!

 

Waar hij dan vandaan komt? Voor U een vraag, voor mij een weet ! Het uiteinde nadert al ras. De dood dus ! Einde of een nieuwe begin vol van zingeving. Ik geloof dus het laatste als goed gelovig, fijn gristenmens die op zondag naar SBS6 kijkt om de lichtelijke banale David Maasbach aan te horen.

Dat zouden heel wat meer webloggertjes ook eens moeten doen. Het is mijn innige overtuiging.

Ik bekommer mij om hunne kwaadaardigheid bij tijd en wijle en weet dat zij de duivel als vader hebben. Je reinste demonie in kunstenaarskringen.

Ik weet zeker dat als we door de laatste deur gaan de waat’ren der rust al van verre lonken naar de dooie die net binnen komt op zijn laatste benen. De heidenen denken dat ze in een zwarte bodemloze put vallen, dat zou best kunnen. De ballen en laat ze maar vallen. Hoe denkt de gemiddelde schuinsmarcheerder in Holland er over? Die vraagt zich elke keer in het verkeer af: Achter welk kontje draai ik nou weer een rondje. 

Ik stel ook wel eens mijn wandeling uit en vertelt mijn gasten een verhaal waar ze weer even op kunnen teren met hun reet aan zitvlees vol zweren.  Over die lerares die een kop had als een paardebek, toen ik nog in Heemstede woonde vlak bij Haarlem en de Kennemer kliek nog in de luiers lag in een met strikken en kwikken versierde satijnen wieg in een roze wolk van babytalkpoeder.

Die lerares was maar een paar jaar ouder dan ik, daar ging ik vaak mee op stap naar achterafknijpjes want de dame lustte wel een stevige keil. Net als ik. 

Ze was na een paar liter alcohol een verwilderd renpaard dat leefde op gauloises, drank en pizzas en dan slingerde ze iedereen van haar rug af als je er op klom of even aan haar tieten zat en onder haar rok als ondertafel grot onderzoeker en zich dan alleen voor iemand seksjuweel in wilde in spannen als ze een mudje chips en bier kreeg. En dan bedoel ik een Amsterdamse mud dat is ongeveer zeventig kilo in een jute kolen zak. 

Ik spande haar dan als ze stomdronken was als SadoMaso Master na het café bezoek voor mijn hondenkar in d’r nakendje en met dat karretje dat over de zandweg reed klakkerde en jakkerde ik dan als kunstenaar vervolgens naar de ochtend dienst in een gereformeerde gemeente waar de ruif der genade nog niet voor over hing maar hemel en hel werd gepredikt via  de dreigend etale des Kanaäns waar een enorme behoefte aan is. De kerkganger wil door meneer de dominee drie uur lang verbaal de grond in worden geheid om er weer een week tegen aan te kunnen.

Onderweg kreeg ze stevig met de zweep, hetgeen ze als beroeps maschiste heerlijk vond, dan liep ze nog harder. Bondage, tepelklemmen, tieten opbinden, koorden en boeien. Heerlijk gewoon!

Tijdens die donderpreek werd er meestal gepreekt tegen de alcohol, het roken, de vrije sex en de bioscoop, maar dan liet ik haar vol gieten door de oudsten en diakenen en daarna als dronken paard gewoon buiten staan bij de kerkdeur, daar had ik veel succes mee. Op die hondenkar had ik geschilderd « de hoer van Babylon » dat was zij dus en voor een meier mochten de kerkgangers na afloop van de dienst een ritje maken. Eigenlijk pooierde ik haar dus uit, maar dat vond ze prima als dronken paard. Leer mij de leuke vrouwtjes kennen ! Hahahaha ! 

Onze kunstartiest verontschuldigt zich en verdwijnt door een nog niet eerder door mij opgemerkte geheime deur in de gemetselde muur die zijn park om ringt, teneinde aan de andere kant al wild plassend zijn berstens volle blaas te ledigen zonder na afloop zijn handen te wassen.Hoeveel malen per dag moeten de aanwezige gasten naar het gezeik van onze kunstartiest luisteren als hij de gouden waterval klaterend laat vallen in het  struweel ? Is hij de man van de Golden Shower of het Gulden Schot ?

Hulde voor de man die lulde, denk ik bij mijzelf. Zal ik het hem vragen of toch maar niet ? Ik aarzel. Nee, toch maar niet. Je weet het maar nooit ! 

Mooie gelegenheid om U er eens aan te herinneren dat hij de schrijver is van het meest verkochte boek aller tijden in Holland :  Met jouw waldhoorn tussen mijn alpen en Waar Tirolers stoeien gaan de Alpen gloeien.

Geschreven op een zoldertje met los liggen de planken gedurende de Grote Oorlog, een boek dat geëvolueerd is tot de seksjuwelen Bijbel van de naoorlogse jongeren. In die oorlog konden de mensen maar twee dingen doen : neuken, nog eens neuken en elkaar voorlezen uit de fabels van La Fontaine, daar na weer neuken of ganzeborden en Mens erger je nieten. Strip poker. Uit ouwe fietsbanden maakten ze condooms. oorlog brengt een enorm stuk creativiteit in de mensheid naar boven.

 Dat clandestien gedrukte boek bij de Vrolijke Vrijbuiterspers vloog dus  van de persen af met de vaart van een tiet op wonderolie. Het boek was op de zwarte markt door zwarthandelaren voor astronomische bedragen verkocht en ik had nog steeds geen rooie cent gevangen. 

Er waren verschillende uitgaven van op de markt verschenen. De uitgever had een flinke partij handgeschept papier in zijn kelders liggen, waarop men aanvankelijk het boeiende verhaal Onkel Heinz, vertel mij nog eens over Adolf Hitler had willen drukken, maar toen het tij in 43 keerde bedacht de uitgever zich, gooide zijn NSB speldje weg en ging papier en begon onverkoopbare  schrijfmachines als de loodzware Adler aan het verzet leveren opdat ze hem na de oorlog als verzetsheld zouden kunnen eren en belonen met een fikse uitkering van het fonds voor verkeerd uitgepakte verzetstrijders. 

Dat werd dus nu de feeste editie van  Met jouw waldhoorn tussen mijn alpen, in leer gebonden, verlucht met pornografische tekeningen van een kunstschilder die eigenlijk typograaf was. In een vetleren kaft goud op snee met koperen sloten, net als de Statenbijbel. Honderd en vijf en zestig gulden per exemplaar in genummerde uitgave in eenmalige druk van duizend exemplaren.

Wat zien ik als ik mijn uitgevers contract in kijk in de kleine lettertjes die ik nooit gelezen had ? Dat ik uitsluitend een geldend percentage krijg over de ingenaaide exemplaren met slappe kaft, maar niet van de genummerde uitgave in leer gebonden. Per boek scheelde dat mij dus zestien en een halve gulden aan royalties. Nou was een gedeelte van die uitgaven dus ingenaaid maar ik voelde me goed dubbel genaaid ! Het heeft mij dus zestien en een half duizend gulden gescheeld aan inkomsten en dat was vlak na de oorlog een kapitaal. Beter goed genaaid dan slecht gebrejen, zeggen ze wel eens. Dus ik naar de uitgever, een dikke patser met een eeuwige bolknak in zijn bek en een kop als een onweerswolk die elk moment op uit barsten kon staan. Hij heeft nog een keer W F Hermans het raam uit proberen te gooien op een feestje, toen heb ik ‘m tegen gehou- den anders was het toch een groot verlies voor de literatuur geweest in 1949 als Hermans te pletter was geslagen. Die uitgever begon meteen te vloeken en te tieren : Bejjenou helemaal besodommieterd met je misjpoge ? Ik heb alle risicos gelopen met dat k*tboek waar geen touw aan vast te knopen valt en op elke bladzijde wel geneukt wordt en het constant over k*t en l*l gaat, noem jij dat soms literatuur? Ik heb alles gefinancierd van dat rotboek, heb Jan en Alleman belazerd. Ik wou gotsamme ook eindelijk wel eens wat gaan verdienen en of dat over jouw rug gaat zal me worst wezen en nou mijn kantoor uit, opgesodommieterd, klootzak !

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.