Gegevens:

Categorie:
Maatschappij
Geplaatst:
22 april 2018, om 08:24 uur
Bekeken:
46 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
10 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"NATASJA"


 

NATASJA

 

Hans keek naar de brandblaar in de palm van zijn rechterhand. Moest daar niet iets aan gedaan worden? Een zalf, een verband ? Hij had deze middag weer eens geoefend met het ‘flashpowder’, dat vaak door goochelaars gebruikt wordt. Het goedje, dat hij via een website had kunnen bemachtigen gaf inderdaad de gewenste flits en zwavelige geur, maar hij zelf miste nu eenmaal de handigheid van een goochelaar.  Toch wilde hij per se, dat de actie gevisualiseerd zou worden, want  toeschouwers willen natuurlijk wat zien! Het bewijs van een geslaagde actie! En hij zou dat bewijs leveren!

Hij ging nog even kijken naar Natasja. Ze lag vredig te slapen in de bijkeuken en had geen idee van wat haar de volgende dag boven het hoofd hing.

 

Het plan had een maand geleden postgevat in zijn hoofd. Het wekelijkse misbezoek was inmiddels gereduceerd tot dramatische aantallen. Sinds hij vijf jaar geleden deze parochie had overgenomen had hij een terugloop aan belangstelling voor de dagelijkse eucharistievieringen moeten constateren. Niet verwonderlijk, het was een tendens, die wereldwijd waarneembaar was. Vooral natuurlijk hier in het westen, waar nieuwe iconen en nieuwe goden de plaats van zijn God hadden ingenomen.

Het vuur, dat heden ten dage volop brandde in de Islam was al eeuwen aan het uitdoven  in de wereld van het Christelijk geloof. Wie stond er nog op de bres voor zijn God, de God van Abraham?  Op schuttingen was te lezen: “GOD IS DOOD “ en “God WAS , Allah IS”.  Ja, daar leek het soms wel op. Zelf balanceerde hij op gezette tijden ook op de rand van de valkuil der twijfels. Maar wás geloven ook niet voor tachtig procent twijfel?

Een onmiddellijke consequentie van het tanende kerkbezoek was, logischerwijs, dat de financiële donaties ook alsmaar terugliepen. Alle negatieve berichten over dwalende priesters deden zijn kerkkas geen goed. Om dat bezoedelde verleden enigszins af te schudden, noemde hij zich ook geen pastoor meer, maar pastor. Die ene letter maakte gevoelsmatig het verschil tussen het verleden en nu. Een pastor was geen ‘eerwaarde’, maar moest een ‘waardig persoon’ zijn! Maar, ook een ‘waardig persoon’ leefde niet van geloof en lucht alleen! Er moest op korte termijn iets gebeuren of meneer de pastor kon zich melden bij de voedselbank.

De laatste jaren had hij koortsachtig gezocht naar  praktische oplossingen om het hoofd boven water te houden. Hij had zelfs, ondanks zijn absolute onwetendheid van de materie, een heus groentetuintje aan weten te leggen in zijn verwaarloosde achtertuin. Naast enig wiedwerk konden de kropjes sla ook dagelijks rekenen op een schietgebed en een fikse straal wijwater. En zie daar, het had de Heer behaagd : sla, tomaten en komkommers, met de welgemeende groeten van Boven!

Maar, wat meer hout sneed, waren zijn acties in de parochie. In het “Kerkkrantje”, dat hij eigenhandig elke twee weken vulde met parochiale wetenswaardigheden, vroeg hij onomwonden om financiële hulp. Tevens bood hij in zijn kerk ook mogelijkheden voor kleine concerten, oefenruimte voor bandjes, vergaderingen, etcetera.  Dit alles bracht een paar centen in het laatje, maar het bleef krap huishouden. Met de ondersteuning vanuit het bisdom en een bescheiden rijkssubsidie kon hij ternauwernood het gebouw onderhouden, laat staan ook nog verwarmen in winterse tijden. Gelukkig zorgde de Baas de laatste jaren voor zachte winters!

Wat de Kerk miste was, naast het respect uit vroeger tijden, ook de wereldlijke luister, het spektakel. Kleurrijke kerkdiensten met mooie kazuifels, walmende wierookvaten en galmende kerkkoren. Een eucharistisch feestje, dat moest het zijn, en dat dan in een volle kerk!

Nee, om die hele kerk ouderwets gevuld te krijgen zou er iets spectaculairs moeten gebeuren. Het gebouw  had van zichzelf weinig trekkracht. Het dateerde van eind negentiende eeuw, dus het had geen zin om hierin te gaan zoeken naar verborgen of overgeschilderde fresco’s. Er stond helaas ook geen Mariabeeld in tranen. Nee, er doken al decennia lang geen huilende Madonna’s  meer op. Waarom eigenlijk niet ? Die hadden toch altijd  aanzienlijke reuring opgeleverd! Daar was toch behoefte aan? Vreemd.

 

En toen kreeg hij een idee. Het kwam tot hem via de tv. Op het achtuur-journaal zag hij, hoe paus Franciscus op zijn zondagse wandeling over het St.Pietersplein een aan hem voorgesteld jongetje de hand oplegde en een intensief gebed uitsprak. Volgens de commentator betrof het hier een soort duiveluitdrijving. Dit zette hem aan tot denken. Exorcisme, ja , dat was me wat! Ook al werd het vanuit de Kerk niet bepaald aangemoedigd, het bestond nog. Zeker in zuidelijke landen, waar het geloof met meer passie werd beleefd. En de paus, van Argentijnse herkomst,  liet zich hiermee in. En zie, daar was meteen de aandacht van de media. De Kerk zou dit soort activiteiten juist moeten stimuleren. Een duiveluitdrijving was een vrij onschuldige bezigheid, vergeleken met het bloedige stenigen of onthoofden. Een exorcitie kon ook wel spectaculair zijn, zeker als de persoon in kwestie van het schuimbekkende en ogenrollende soort was. Hij had in een ver verleden eens geassisteerd bij een oudere collega in een andere parochie. Het handelde om een oudere vrouw, die schreeuwend, met het schuim op de mond de ceremonie had ondergaan en uiteindelijk tot rust was gekomen. Boze tongen beweerden later, dat het overvloedige gebruik van wijwater hier een overtuigende rol had gespeeld. De behandeling zou een soort voorloper van ‘waterboarden’ zijn geweest. Ook werd beweerd, dat later bij de vrouw  een hersentumor was geconstateerd. Ach, er werd zo veel verteld!

Het idee werd een IDEE.  Langzaam, beetje bij beetje, van een vage nevel tot een wolk met een hoge resolutie.  Het moest groots zijn, spannend en spectaculair. Een strijd tussen Goed en Kwaad, Hemel en Hel, een Middeleeuws spektakelstuk!

Het spookte in hem rond wanneer hij zijn slakropjes wiedde, zijn gebeden zei of zijn soutane stond te wassen.

Dan kon hij warm worden van enthousiasme. O ja, daar zou hij zijn kerk mee kunnen vullen, zeker weten !  Het zou een impuls kunnen zijn voor duurzame belangstelling voor zijn misdiensten, misschien wel voor bedevaarten vanuit de regio, wie weet, vanuit het hele land. Hier in deze kerk was afgerekend met ‘Het Kwaad’!

Er was echter een klein probleem. Hij kende in zijn hele parochie niemand, die enigszins uiterlijke kenmerken van ‘bezetenheid’ droeg. Wel vroeg hij zich af, of aanvallen van epilepsie niet een beetje in de buurt kwamen. In de Middeleeuwen was dat waarschijnlijk zeker het geval geweest, maar nee, epilepsie was inmiddels een geduid ziektepatroon.  Kon hij iemand  vragen om een bezetene te spelen? Bij deze gedachte maakte hij meteen excuus bij de Baas. Nee, dat ging te ver! Maar toch: heiligde het doel niet de middelen? Hij moest een ‘bezetene’ zien te vinden. Als het al geen mens was, dan misschien een dier. De kerkgeschiedenis leerde, dat ook dieren bezeten kunnen zijn. Zelfs gebouwen.

 

Hij bracht een aantal bezoeken aan het dierenasiel aan de rand van de stad. Uiteindelijk vond hij, wat hij zocht: een langharige herder met trekken van een Duitse staander. En: pikzwart!

Het was een teef en had, voor zover men wist, geen naam. Hij kon haar Satan noemen, naar haar toekomstige functie, maar vond dat wel iets te direct. Een beetje woordspelend werd het Natas en uiteindelijk: Natasja. Later ontdekte hij dat ‘Natasja’ is afgeleid van ‘Natalia’, wat ‘geboortedag van Christus’ betekent. Kijk, zo was het kringetje rond!

Natasja kreeg een plekje in de bijkeuken, waar hij met een oude deken haar slaapplek creëerde. Ze had een vrije uitloop naar de achtertuin, waar ze haar behoeftes kon doen tussen de verwaarloosde hortensia’s. Om de groentetuin stond gelukkig al een gazen afrastering tegen zwerfkatten.

Hij ging nu serieuze plannen maken, hoe zo’n dienst eruit kon zien. Wat was er nodig aan publiciteit? Moest hij de bisschop raadplegen? Nee, dat ging allemaal te ingewikkeld worden en te lang duren. Het kerkbestuur was een slapend orgaan, dus eenzijdige informatie voldeed. Het kerkkoor, de organist, de misdienaars. Zijn hoofd suisde van enthousiasme. De lokale tv-zender niet vergeten. Misschien zelfs landelijk ??

Hans werkte noest door aan zijn Plan, dat met de dag groter en spannender werd. Hij had inmiddels om assistentie verzocht bij pastores , die hij kende, maar niemand had gereageerd. Hij weet dat aan onbekendheid met de materie. Hij kon het ook alleen,  als niemand zijn nek uit durfde steken!

 

 

En morgen was het zover.  De kerk zou vol zitten , en niet alleen met vijftigplussers. Nee, jong en oud, arm en rijk. Precies, zoals Hans het wilde hebben. Vooraan , naast het altaar, zou Natasja liggen met een koord vastgebonden aan de standaard van de Godslamp. Het zou zijn, zoals hij zich dat had voorgesteld: het geroezemoes van een gevulde kerk, wierookdampen, diepe orgeltonen.

Hij zou vanuit de sacristie de kerk binnenkomen, voorafgegaan door een rij misdienaars in kleurige toga’s.  Hij hoorde de fototoestellen al klikken, zag filmcamera’s op statief. De ‘voorstelling’ kon beginnen.

Hij zou iedereen welkom heten en  een vlammend betoog houden over goed en kwaad, vroeger en nu, hemel en hel. Als hun pastor was hij de herder, die zijn schapen moest behoeden voor het kwade. Dat kwade zat overal en was zelfs fysiek aanwezig in dit schepsel, deze hond. En van dat kwaad zou hij dit arme dier gaan verlossen.

Hij zou zich richten tot Natasja. Misdienaars zouden assisteren met wijwater en wierook.

Hij zou  de Latijnse gebeden zeggen ,de hond besprenkelen met wijwater en ten slotte met luide stem de bevelende woorden uitspreken :  “Satan, ga heen!“ . 

Dan zou hij zijn arm uitsteken naar het beest en dan zou daar ineens een flits zijn, een sliert rook en een zwavelige geur. Natasja zou opspringen en daarna plat op haar buik voor hem gaan liggen. Dit had hij de laatste dagen onophoudelijk met haar geoefend.

De aanwezigen, die ademloos het gebeuren aanschouwd en gefilmd hadden, zouden losbarsten in enthousiaste kreten en applaus .  Hij zou nog een nawoord uitspreken en de aanwezigen bedanken, hen uitnodigen om vaker te komen en ze, en passant,  nog even op het offerblok achter in de kerk wijzen.

 

 

Vanaf morgen zou zijn leven heel anders zijn. Vanaf morgen kon hij alle aandacht over zich heen laten komen. Daarna verwachtte hij zeker een telefoontje van de bisschop, of wellicht,  een uitnodiging !

Misschien moest hij nog maar een extra pijnstiller nemen. Door dat poeder was de binnenkant van zijn hand toch wel aardig verbrand.  Maar, ach, wat stelde dat voor, vergeleken met het lijden van

Christus ?

 

 

 

 

 

 

 

-----------

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.