Gegevens:

Categorie:
Overige
Geplaatst:
7 april 2018, om 20:57 uur
Bekeken:
257 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
59 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Roofinstinct"


De man, die haar kussend  had begroet, wende zich nu tot mij. Hij droeg een donker blauwe jas en zwarte lakschoenen. Lakschoenen van het soort dat mannen dragen als ze veel geld bezitten, maar er niemand buiten henzelf in hun leven is om het vermogen aan uit te geven. Schoenen voor trieste figuren. Ik werp van opzij een vlugge blik op het meisje naast me en wanneer ik de blik in haar ogen zie besef ik wie deze man is. Dit is hem...de persoon waarvoor ik hier ben gekomen. Het innerlijke roofdier in mij ontwaakt en richt zich op zijn gekozen prooi. De mensen om me heen zie ik niet meer en hun stemmen vervagen naar een vage ruis. Mijn blikveld beperkt zich tot de gestalte voor me en wanneer mijn ogen de zijnen vinden spannen mijn spieren zich wanneer mijn roofdier zichzelf herkend in zijn blik. Dit wordt geen verhaal van jarger en prooi, dit wordt een strijd tussen twee roofdieren, twee jargers, twee vechters. Hij steekt zijn hand uit en wanneer ik deze aanneem omklem ik hem even in een ijzeren greep, zijn eerste kennismaking met mijn kracht. Zijn gezicht vertrekt iets door deze harde omklemming, ik zie het in een fractie van een seconde. Ik zeg mijn naam en hij de zijne, dan trekt hij zich terug. Een krote kennismaking, dat zou een buitenstaander eringezien hebben. In werkelijkheid was het echter zoveel meer, een uitdaging tot een gevecht, een oorlogsverklaring. Binnen blijf ik de man vanuit mijn ooghoek volgen, kijkend en inschattend, ook als ik thee zet, met mijn vriendin of met andere mensen spreek. Tientallen nieuwe namen gaan in korte tijd aan me voorbij, maar mijn focus ligt volledig op de tegenstander. Soms nadert hij, maar wanneer ik me dan naar hem toe draai en mezelf als een soort schild tussen hem en mijn vriendin plaats aarzelt hij en hoef ik alleen nog maar mijn ogen in de zijne te boren om het te overtuigen van het feit dat mijn terrein voor hem verboden gebied is. Wanneer ik op de trap sta te praten kijk ik uit op de hoofden onder me, op het terrein, dat mijn boksring is geworden. Hem zie ik dan zijn jas pakken en door de zijdeur vertrekken, de eerste ronde is voor mij. De jonge vrouw, die mijn vriendin is,  komt naast staan en pat mijn hand vast. Normaal zou ik hem terugtrekken, ik heb niet zo op lichamelijk contact. Op zeldzame momenten mag een jongen waarmee ik uitga of één van mijn mannelijke collega's, in de vorm van een galant gebaar, mijn hand pakken of zijn arm door de mijne haaken, maar verder ben ik tamelijk onaanraakbaar. Een vrouw fysiek dichtbij laten komen doe ik al helemaal niet, ook niet als die vrouw een goede vriendin van me is. Nu voelt het echter alsof ik haar niet kan weigeren, al wil ik haar ook niks weigeren op dit moment. Mijn hand hou ik dus stil en ik voel de warmte van haar huid en dan zonder dan ik er over na denk verstevig ik mijn greep. Het is geen bewuste daad, het is iets dat gewoon gebeurd zoals mijn innerlijke roofdier me mijn spieren laat spannen en mijn  prooi laat volgen. Dit keer is het echter of dat roofdier zijn andere kant laat zien, de kant van de leeuwin die liefdvol een andere dier in de troep likt en verzorgd, en mij zo haar hand steviger doet omklemmen terwijl ik me duim zactjes over haar huid strijk. Een man tegenover ons laat zijn ogen op onze verstrengelde handen vallen. Ik vraag me af wat hij ziet wanneer hij kijkt naar ons naast elkaar zijn met haar hand in de mijne, maar ergens maakt het me ook weinig uit wat hij ziet. Ik zal hier toch niet blijven, hij mag denken wat hij wil, en misschien hoop ik ergens van binnen dat hij verkeerde conclusies trekt en dit vervolgens veroordeeld, gewoon omdat dat het makkelijker zou maken. Als ik een reden heb hem te haten hoef ik me immers niet schuldig te voelen om alle leugens die er gaan worden verteld. Mijn gedachten hebben nog steeds moeite het gesprek dat ik voer te volgen en mijn ogen vinden de man die eerder naar ons keek. De man bij wie ik me afvroeg wat hij dacht. Hij kijkt op en ven vinden zijn ogen die van mij, hij glimlacht. Zijn lach is half en smal rond zijn mond, maar stralend en vol van zijn gezicht en ogen en iets erin maakt dat ik zonder er bij stil te staan terug lach. Drie seconden geleden zoch ik een reden hem te haten, nu weet ik al dat ik die niet ga vinden. Ik kan het op alle mogelijke manieren ontkennen, het proberen te veranderen, maar ik mag deze man terwijl ik niks meer van hem ken dan zijn glimlach. Ik zal hem nooit kunnen haten, want één blik, één lach is genoeg om een hunkering aan te wakkeren om dichter bij hem in de buurt te zijn, om zijn hand te schudden, zijn stem te horen en zijn naam te leren kennen. Zij stoot me aan en zegt te willen vertrekken. Ik pak mijn spullen en ergens gaat een gevoel van teleurstelling door me heen, het gevoel dat ik heb als iets moois voorbij is, maar ik heb geen idee waarom het me nu overvalt. Als we naar de deur lopen houdt de man die ik zo graag zou leren kennen haar staande. "Ga je?'' zijn stem is zacht en tegelijk helder en warm als de zon. Ze knikt. "Mijn vriendin en ik gaan de stad in" ze gebaart in mijn richting. Hij steekt zijn hand uit, het duurt even voor ik reageer, en de mijne in de zijne leg. Even kijk ik in een paar honigbruine ogen, dan sla ik mijn ogen neer, ik heb geen idee waarom want verlegen ben ik normaal nooit. "Daniel Vermeer" zijn naam past bij hem. We laten precies tegelijk los. "Maak er een mooie dag van'' zegt hij nog dan stappen we naar buiten.

Bij mijn fiets kijkt zie ik pas haar verbaast blik

"Wat" vraag ik.

"Hoe je daarnet een hand gaf". Ik snap niet waar ze het over heeft, in mijn ogen was er niks geks aan de hand tussen mij en Daniel, behalve dan dat ik me andersvoel in zijn buurt, anders op een manier die niet te beschrijven is, maar dat kan zij onmogelijk hebben gezien. 

"Hoe gaf ik dan een hand?"

Ze lacht. ''Één hand in de zijne en je andere hand bovenop die van hem''.Het is mij niet opgevallen, maar ze is altijd zeer oplettend in dat soort details, dus ze zal wel gelijk hebben. 

"Wat is daar mis mee dan?'" informeer ik terwijl ik mijn fiets van het slot haal.

"Niks, het is alleen gek, want het is je speciale handdruk" zegt ze met een lach. "Je geeft zo alleen mensen een hand die heel bijzonder voor je zijn". 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.