Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Fantasy
Geplaatst:
27 maart 2018, om 17:03 uur
Bekeken:
268 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
75 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Medaillon Deel 2"


‘Daar ben je eindelijk!’ riep haar moeder uit toen ze de deur van de kleine, oude boerderij opendeed. De vrouw die voor haar stond lachte haar met een brede glimlach toe. Haar armen naar haar uitgestrekt. Ze was klein en mollig. Dat laatste werd je vanzelf met haar kookkunsten. Desondanks was Era altijd slank gebleven. ‘Net als je vader.’ zei haar moeder altijd. ‘Er is maar weinig wat je van mij hebt geërfd.’ Even werd ze stevig omhelsd, met haar armen strak langs haar lijf gedrukt. ‘Sorry dat ik zo laat ben, moeder.’ zei ze terwijl ze zich los maakte van haar stevige omhelzing. ‘Het maakt niets uit kind. Ik ben blij dat je thuis bent. Heb je de medicijnen bij je? Era haalde een klein, bruin flesje uit haar schoudertas. ‘Dit zou moeten helpen zei de kruidenier in de stad.’ Era hielt het potje voor haar moeders neus. Haar moeder pakte het potje aan en liep naar de ruimte ernaast en zocht vervolgens naar wat schonen lappen in de ladekast. Na een lap te hebben gevonden deed ze een beetje van de inhoud uit het bruine flesje op de lap en liep naar de deur die het meest rechts was in de ruimte. Ze maakte vluchtig gebaar naar Era dat ze de deur open moest houden. Toen ze eenmaal naast het bed zat, wat midden in de ruimte stond, bond ze de lap om het hoofd van Mas die roerloos in het bed lag. Hij lag tot aan zijn kin onder een aantal lakens. In de hoek van de kamer stond een klein, rond tafeltje wat compleet gevuld was met kleine potjes, flesjes en bordjes. Haar moeder zetten het flesje bij de verzameling. De sprei die bovenop de lakens lag had Era ooit eens gemaakt. Maar ze had verwacht dat hij alleen van pas zou komen in de winter. Aangezien zijzelf en Mas als kind nooit ziek waren. Mas was wakker, maar niet geheel bij kennis. Wel herkende hij Era en glimlachte slapjes naar haar. Haar moeder trok de deken en de sprei terug en smeerde een beetje van de rest van de inhoud uit het flesjes over Mas zijn borstkas. ‘Hopelijk wordt je snel weer beter, broer.’ zei Era zo zacht dat ze het zelf bijna niet kon horen. Mas glimlachte weer, alsof hij haar wel had gehoord en viel weer terug in slaap. Era pakte een stoel uit de kamer ernaast en ging vlak bij hem zitten. Pakte zijn hand en kneep er zachtjes in. ‘Ik heb je te hard nodig’. Ze was uitgeput, merkte ze. Ze liet haar hoofd zacht op het bed rusten met zijn hand nog steeds in de hare en viel zelf ook inslaap. De gedachten van haar droom waren onrsutig. De beelden die zich probeerden te vormen waar wazig en onduidelijk. Alles was donker en ze kon amper iets zien. In haar eigen gedachten verloren, gehuld in duisternis. In haar droom sloot ze haar ogen en probeerde zichzelf wakker te krijgen. Een hartverscheurde krijs klonk en Era zwaaide ruw met haar arme om zich heen. De wirwar van haar eigen gedachten slokten haar op. Plots voelde ze een hand op haar schouder. Ze keek om, maar kon geen duidelijk onderscheid maken tussen de persoon waar de hand van was en de grote zwarte sluier die haar omringde. Ze besefte dat de hand niet haar gedachten waren en ze proberen zich te focussen op de hand. Langzaam maar zeker keerde haar gedachten terug naar de plek waar ze in slaap was gevallen. Het was haar moeder geweest. ‘Kom je? Ik heb soep en brood voor je gemaakt.’ Sprak ze zacht, zo dichtbij dat haar moeders lippen haar lange, bruine haar aanraakte. Ze schrok van de stem die ineens zo heel dichtbij had geklonken. Era wreef met haar handpalmen in haar ogen en stond op richting de kamer die als keuken diende. Even was er een vlaag van duizeligheid over haar heen gekomen terwijl ze opstond. Era zetten haar voeten wijdt uit elkaar en greep met een hand het voeteneind van het bed. Haar andere hand tegen haar voorhoofd gedrukt. Het was meer dan normale hoofdpijn geweest. Ze drukte het gevoel weg en probeerde er niet te veel over na te denken. Wat een rare droom was dat geweest. Het waren lange dagen geweest en haar fantasie had een loopje met haar genomen, nam ze zichzelf voor. Toen ze de deur voorzichtig open duuwden stond er op de tafel, die in het midden van de ruimte stond, een ijzere kom met daarin dampende soep en op een bord daarnaast lag een versgebakken brood. Era kreeg een glimlach op haar gezicht en was de duistere gedachten al bijna weer vergeten toen ze haar stoel dichter naar de tafel schoof. Alles in het kleine huis was voornamelijk van hout gemaakt wat het een warm en behachelijk gevoel gaf. Het dak was laag en was bedekt met een dikke laag strooi wat de warmte van de kleine potkachel in de hoek van de kamer goed binnen hield tijdens de koude winter dagen. Het bestek, de borden en de waskom, waren van ijzer, zoals het meeste gereedschap wat ze gebruikten. Alle kruiden en poedertjes waren verzameld in verschillende glazen potjes en stonden op kleur gesorteerd in een openkast die gemakkelijk te berijken was vanaf het fornuis. De potjes hadden geen namen, maar haar moeder wist altijd precies welke ze nodig had. Voor de kleine ramen van het huisje hingen geen gordijnen. ‘Daar zijn de ramen te klein voor.’ Had haar moeder gezegd. Era voelde zich ’s avonds altijd bekeken door de donkere buiten lucht en het maanlicht wat zo nu en dan naar binnen scheen. Het enige linnen dat ze in huis hadden waren kleding of lakens om jezelf mee te wassen of om als bedsprij te gebruiken. Era nam een grote hap van het stuk brood dat haar moeder voor haar had gesneden en bracht de lepel met soep naar haar mond. Haar moeder kon verrukkelijke kruidensoep maken. Als de beste vond Era. Ook al kwam die van haarzelf aardig in de buurt. ‘Hoe was het in de stad?’ Vroeg haar moeder nog met haar rug naar haar toegekeerd. ‘Goed.’ Antwoorde Era met een volle mond. ‘Druk, zeker voor deze tijd van het jaar.’ Voegde ze eraan toe toen ze het stuk brood had weggeslikt. Even wachtte ze of haar moeder zich om zou draaien, maar ze bleef met haar rug naar haar toe staan, met één hand in een grote pan roerend en met de andere door een boek bladerend dat naast het fornuis lag. ‘Er waren veel kooplieden van over de berggrenzen. Schijnbaar is de handel hier beter dan aan de andere kant van De Bergpas.’ Het laatste zei Era met een aarzeling. Haar moeder praatte nooit graag over de landen achter de bergen of andere landen die haar niet bekend waren. Op de een of andere manier ging bij Era altijd een reling over haar rug als ze dacht aan de landen die achter de Donkere Wouden lagen, Firinn noemde de mensen het uit de stad het. Wat waarheid zou betekenen. De naam alleen al zorgende ervoor dat ze allerlei rare gedachten kreeg over deze vreemde landen. Haar moeder was het niet altijd eens met de Gaelic benaming voor de Donkere Wouden. Era had zichzelf de talen geleerd die rondom de Nevel Vallei gesproken werden. De taal in de Nevel Vallei zelf was gemakkelijk voor haar, dit was eenmaal haar moedertaal. De tweede, Gaelic, leerde ze kennen toen ze voor het eerst met haar broer naar de stad Ceò was geweest. Ze had kooplieden vreemde klanken horen zeggen en had aan een van hun, zonder na te denken, gevraagd waar ze het over hadden. De mannen hadden haar verbaasd aangekeken en gelachen. Waarna een van de mannen, na wat in zijn zijtas te hebben gerommeld, haar een klein boekje had overhandigd. Het had een oud en versleten leren kaft. Het touwtje wat er om zat gewikkeld was zo dun dat het het bundeltje nauwelijks bij elkaar wist te houden. De man drukte het stevig in haar handen en hurkte bij haar neer. ‘Een wijs man heeft me dit ooit eens gegeven. Ik hoop dat het je net zoveel zal leren als dat het mij heeft gedaan.’ Waarna hij weer op stond en verder ging met zijn gesprek met de andere kooplieden. Era had de mannen nog even verbijsterd aan staan kijken en had toen het kleine boekje in haar eigen zijtas gestoken. Ze had haar moeder of Mas nooit verteld over het boekje en vooral niet de manier waarop ze het had gekregen. Haar moeder had het waarschijnlijk afgepakt en Mas had haar de les gelezen over hoe ze met vreemde om moest gaan. Zeker over mannen uit de grenslanden die vreemde talen spraken. Era was van jongs af aan al geïntresseerd geweest in de vreemde landen en talen die er gesproken werden. Haar moeder had het altijd afgekeurd. Era wist nooit goed waarom. Wel dacht ze dat het iets te maken had met haar vader. Er werd namelijk ook nooit over hem gesproken. Haar vader was net zo vreemd voor haar als de grenslanden. Terwijl ze in haar gedachten verzonken zat was haar moeder klaar met haar brouwsel en had een deel in een reisfles geschonken. Ook had ze een bad voor Era gemaakt in de grote teil in de ruimte naast de kamer waar zij en haar moeder sliepen. Het rook heerlijk naar verschillende kruiden. De geur van lavendel en rosemarijn vulde, samen met de stoom van het bad, de kleine ruimte. Over een stoel had ze een doek gelegd waar ze zich mee kon afdrogen en schone kleren die ze erna aan kon trekken. Era had niks van dit alles gemerkt en at gestaag haar brood en soep. Toen alles op was schoof ze het bord van zich af en ging achter over zitten. Langzaam met haar handen over haar buik wrijvend. ‘Ik kan er weer even tegenaan.’  Zei ze met een brede grijns. Wat was het heerlijk om thuis te zijn, bedacht ze zich terwijl haar moeder haar wenkten naar de ruimte te komen waar het warme water op haar wachten. Haar moeder sloot de deur achter zich toen ze de ruimte verliet. Het enige wat nu nog de ruimte verlichten was een olielamp die op een tafeltje in de hoek stond. In het kleine kamertje waren geen ramen. De stoom kon nergens anders heen dan omhoog en langs de kleine kieren van het dak naar buiten. Het was er heerlijk warm en Era liet haar kleren van zich afglijden en liet zich langzaam in het heerlijk warme water zakken. De geur van de kruiden kalmeerde haar en ze voelde al haar zorgen langzaam verdwijnen. 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.