Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
21 maart 2018, om 12:09 uur
Bekeken:
67 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
18 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Dat was dus een financieel alter-ego, die baan..."


Dat was dus een financieel alter-ego, die baan in het antiquariaat…?

Mijn familie was fel tegen mijn keuze voor een artistieke invulling van mijn bestaan, zoals zoveel families waar alleen De Telegraaf wordt gelezen en de AVRO bode. Een alter-ego was die baan in dat antiquariaat niet. Ik bedoel: au fond was ik wel van mening dat een schilder of een schrijver eigenlijk alleen moet schilderen of schrijven, dat hij dan veel meer tijd kan vrij maken om zijn werk uit te bouw en en vooral de kwaliteit er van kan verbeteren . Maar ik heb toen begrepen dat als je in Nederland wilt zeggen, schilderen of schrijven wat je werkelijk denkt of vindt, dan pleeg je economies of letterlijk zelf moord. Dat kan niet, hè! Dat staan de collegaatjes en de kunstbonzen niet toe, want als er een categorie is in Nederland die tegen vrije meningsuiting is dan zijn het wel die voorbeeldige kunstzinnige vrij gevochten modieuslinkse Kollegaatjes. Links zo lang het in hun eigen belang is!

Die baan in het antiquariaat heeft geduurd van sept. 1966- okt. 1967. Heel kort dus. Van okt. 1967 tot juni 1968 kwam ik net rond van mijn werk, maar het was nette armoede. Toen was ik vijfentwintig jaar oud. Toch kon ik een enkele keer wel eens uit eten gaan, naar een filmhuis of naar de schouwburg gaan met de aantrekkelijke Cato. Zo heb ik die film van Antonioni met haar zomer 1967 gezien. Blow Up, daar was ik heel erg van onder de indruk, niet wetende dat het script geënt was op de loopbaan van de Londense fotograaf Bailey. In Blow Up heeft de hoofdpersoon een atelier met een telefoon en een entresol. Ik zorgde er wel voor binnen een paar jaar ook een atelier met een entresol en telefoon te hebben. Ik heb die film wel zes of zeven keer gezien. Het viel me op hoe simpel en gedateerd de vergrotingsapparatuur van de fotograaf was. Het swingende Londen uit die film leek erg op Amsterdam in de silver sixties. Even overzichtelijk en onschuldig. Neo romantiek. Het was een spannende tijd waarin van alles kon gebeuren wat niet voorspelbaar was. Daar houd ik van. Nog steeds. Ik daag U uit…

Er zijn in Nederland mensen die van schrijven of schilderen kunnen leven, maar het hangt er van af wat voor schrijver of schilder je bent. Als je op een agressieve manier schrijft of schildert, kun je op die manier niet blijven doorschrijven zonder dat ‘t grote consequenties heeft. Je moet allerlei dingen doen, kranten en tijd schriften aflopen, zaniken; mag ik alstublieft voor vier tientjes alsjeblieft een stukkie in de krant schrijven of wil je alsjeblieft een interview met mij maken, zoals de graficus Simon Boulanger lange tijd heeft rond gezeurd in allerlei kroegen, de liep beroemde schrijvers na, zoals Cees Noo teboom die dat erg hinderlijk vond. Nou, dat ligt mij helemaal niet, daar heb ik mij altijd te goed voor gevoeld om beroemde mensen hun reet te likken. En als je dan bij zo’n redactie binnen komt ben je nog nergens. Dan worden er achter je rug om nog stukken uit geschrapt of je woorden verdraaid door journalisten, je moet soebatten om het gepliceerd te krijgen, dat heb ik zelf ervaren; enfin, een enorme hoop ellende, kommer en kwel. Sommige mensen kunnen dat met een opgeruimd ge moed verdragen dat omwille van de lieve vrede of ze vinden het fijn door onbekende vernederd te worden, maar ik niet en ik betreur geen ogenblik dat ik niet van schrijven of schilderen hoef te leven, want ik zou niet weten waar ik aan toe was. Ik bedoel: ik zou een heel andere schrijver/schilder moeten zijn; dan kon ik niet schilderen en schrijven zoals ik nú schilder en schrijf, dan zou ik me net zo op moeten stellen als de doorsnee gesubsdieerde kunstartiest. Een bepaald soort stroperige christendemocratiese diplomatie van de mizame glimlach bezitten die je de gave geeft om met iedereen mee te lullen en een instelling van naar boven likken en naar onderen trappen, gepaard gaande met heel wat ellebogenwerk, nou, ik dank de hemel dat ik die gave niet heb en nooit zal verwerven.

Hoe schildert/schrijft U nu?

Er is geen vaste methode voor. Ik vind dat je niet zoals sommige artiesten op inspiratie moet gaan zitten wachten, dan komt er nooit wat van terecht. Als je een boek maakt, moet je er iedere dag twee of drie pagina’s aan schrijven, zin of geen zin. Als het niet goed uitvalt, verscheur het dan desnoods, maar schrijf.

Schrijf liever drie slechte pagina’s, die je later verscheurt, dan niks. Als je niets schrijft, is het eind zoek. Ik geloof ook niet aan Writers Block. Ook niet aan Photographers Block waar een olijke collega aan zegt te lijden omdat het zo interessant staat. Ik denk dat zelfs zijn goed willende wederhelft daar niet in trapt. Het is koketteren met een cliché. En voor beeldende kunst geldt hetzelfde. Ik heb wel veel te veel afleiding gehad. Ik heb wel zestig dingen tegelijk op stapel staan en dat is niet goed. Ik vind ‘t zelfs principieel heel fout, maar het is nu eenmaal zo gebeurd en ik hoop het komende jaren de rust te hebben om de dingen allemaal eens systematisch af te werken en eindelijk bij een uitgeverij te gaan publiceren alhoewel ik niets wil overhaasten. Ik heb materiaal genoeg voor enkele bundels en een catalogus van mijn surrealistiese werken tussen 1964 en 1984. Dat heb ik vroeger altijd gedaan, een ding tegelijk doen, maar dat is de laatste jaren er gewoon uit gesleten. Het is een kwestie van af maken. Ik zie nu bij mezelf dat ik een hoop dingen heb liggen die niet helemaal af zijn, niet helemaal goed zijn of half afgemaakt hetzij voor verbetering vatbaar zijn. Verhalen ook, daar blijfik aan verbeteren.

Ik stuurde de echtgenote van de directeur van Continental Christian Art & Artists regelmatig, soms heel immorele verhalen op, die ik niet eens aan mijn echtgenote liet lezen. Dan moet ik op een bepaald ogenblik echt orde op zaken gaan stellen, anders kom ik er niet meer uit. Het artistieke plantsoen bestaat gedeeltelijk uit fata morganas en is hier en daar gebouwd op drijfzand. De bewoners, die androgiene kweeperen hebben koppen die op een kruising lijken tussen pit bulls en piranhas en onverstaanbare, huskyachtige stemmen. Ik vraag mij eigenlijk af wat U hier heen drijft.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.