Gegevens:

Categorie:
Fantasy
Geplaatst:
21 februari 2018, om 10:02 uur
Bekeken:
265 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
60 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Snehulienka"


Snehulienka

Het is al weer een paar jaar geleden, dat ik haar voor het laatst zag, maar mijn herinnering aan haar en vooral ons afscheid zal voor de rest van mijn leven in mijn hoofd blijven hangen. Ik zal u vertellen waarom.

Ik kreeg in die tijd op de rechtbank van N. te horen, dat ik was veroordeeld, naast een fikse geldboete,  tot 60 uur taakstraf wegens , laten we zeggen een soort vermogensdelict. Ik zal u de details besparen, misschien kom ik hier later nog op terug.

Op de vraag van de rechter, wat mijn reactie op dit vonnis was, vroeg ik of ik een suggestie mocht doen om deze taakstraf in te vullen. Ik vertelde, dat ik in mijn studententijd mijn schamele studiebeurs had aangevuld met werk als inlezer bij  een uitgeverij voor blinden. Ik werd daar geroemd om het timbre van mijn stem, articulatie en  ‘stemmetjes’. “

Daarom stelde ik voor om mijn taakstraf in te vullen met het voorlezen bij slechtziende  bejaarden. Ik had dit al van tevoren bedacht omdat ik een dergelijk vonnis wel kon verwachten. Ik hoopte, dat deze voorleespraktijk mij enigszins mogelijkheden zou bieden om de opgelegde geldboete terug te verdienen . Ik had al vaker gehoord hoe makkelijk de waardevolle spulletjes van onze oudere medemens een prooi kunnen worden  van hun omgeving. De oudjes hebben nauwelijks nog besef van hun waardevolle spullen, sieraden en cash, die zij dus ook niet snel zullen missen…

Mijn voorstel werd enthousiast onthaald. De rechter meende in mijn stem en mijn voorstel een oprechte spijt te herkennen en was blij met mijn initiatief. Ik kreeg een maand de tijd om met concrete plannen te komen. Ik schreef de volgende dag alle mij bekende opvangpunten van senioren aan en wachtte op reactie. Ik had een stroom van respons verwacht, maar dat viel tegen. De oogst bleef beperkt tot twee reacties. Een heer van 82, woonachtig in “De Avondzon” in het centrum van N. en een dame van 76 in het particuliere “Huize Hubertus” , een beetje achteraf gelegen in de bossen rond N.

Ik ging kennismaken met de heer Sanders. Het was een norsige heerschap,misschien vanwege zijn werkzaam bestaan als gemeentelijk ambtenaar. Hij was met een voor ambtenaren verrassende voortvarendheid te werk gegaan en had al een stapeltje voorleesvoer klaarliggen. Ik kon meteen aan de slag. Hij was nog dermate helder van geest, dat hier voor mij niets te halen was. Ik zal niet verder over hem uitweiden.

Mevrouw Lovec was een complexer geval. “Huize Hubertus” ligt diep verscholen in een van de laatste oerbossen, die ons land nog telt . Het statige pand is waarschijnlijk ooit een soort jachtpaleisje  geweest van een vermogende familie. Het huisvestte nu een achttal, naar ik aannam, vermogende oudjes, die zich deze luxe konden permitteren. Een veelbelovend adres voor mij dus.

Mevrouw Lovec was afkomstig uit een oud adellijk Slowaaks geslacht, zo werd mij medegedeeld.  Hoe en waarom ze in dit land terecht was gekomen kon niemand mij vertellen.  Toen ik werd binnengelaten in haar appartement zat ze aan een kaptafel haar lange haren te kammen. Je ziet niet vaak oudere dames met lang haar. Ik heb nooit goed begrepen, waarom vrouwen rond de vijftig massaal de haarlengte minimaal halveren. Zo niet mevrouw Lovec. Haar lange, met grijs doorschoten haar viel tot halverwege haar rug. Ze zette het vast met een paar sierlijke klemmen en begroette mij met een elegante reserve. Ze was mooi oud geworden, zoals dat heet. Ze had zeker niet de rimpels van een 76-jarige .

Nee, ze was niet echt slechtziend, maar haar gevoelige ogen gingen snel tranen bij het lezen, zo legde ze mij uit in een grappig taaltje met veel oeschen en ajsen. Ze  hield niet van literaire zwaargewichtigheden over complex gevoelsleven, angsten en trauma’s als gevolg van godsdienstconflicten met dominante vaders. Nee, mooie verhalen en sproken, dat was haar wens.  Het leven was al zwaar genoeg.  

Ik legde haar uit, wat de bedoeling was. Ik zou tien keer komen en haar steeds twee verhalen voorlezen, die zij mocht kiezen uit de bundels, die ik zou meebrengen. Nee, dat hoefde niet. Het maakte haar niet uit. Ze was als kind al dol geweest op voorlezen. “Voorlezen maakt alles echter. Het verhaal krijgt een ziel en gaat leven”, was haar redenatie.

Ik meldde mij de week daarna met een roman van Sandor Marai, een van oorsprong Slowaaks schrijver uit de vorige eeuw. Ik had lang gezocht naar schrijfsels uit haar geboorteland en was blij, dat ik haar kon voorlezen uit werk van een landgenoot. Mijn keus was gevallen op  ‘De gravin van Parma’ , een broeierige roman, die in 1940 het daglicht zag. Het verhaal gaat over Don Juan, die na zijn ontsnapping uit het gevang, zijn oude leventje weer oppakt met alle gevolgen van dien. Ik zou elke sessie één hoofdstuk lezen en daarna, als toegift, een sprookje. Het eerste sprookje was er een uit ‘1001 nacht’ : ‘Prins Kamar Alzaman en Boedoer’.  Tussen de twee verhalen een kleine pauze met een kopje thee.

Ik deed erg mijn  best om mijn stem zo aangenaam mogelijk te laten klinken en had aan mevrouw Lovec een dankbaar luisteraar. Ze luisterde intens met gesloten ogen naar de ietwat smeuïge verhalen. Toen ze haar ogen opende meende ik daar iets minder moeheid in te zien.

Tijdens het lezen kon ik het niet laten om mijn ogen stiekem de kamer te laten ronddwalen. Op haar kaptafel stond een houten kistje met exotisch snijwerk. Ongetwijfeld haar juwelenkistje…

De tweede sessie bestond uit hoofdstuk twee van de ‘Gravin van Parma’ en weer een 1001-nachter: ‘De dief van Bagdad’.  Toen ze weer bijkwam uit haar luisterroes keek ze me vragend aan.  “Volgend keer  ‘Snehulienka’ ? “ .  Ik had geen idee, waar ze het over had, maar beloofde haar plechtig om de volgende keer ‘Snehulienka’ voor te lezen. Natuurlijk, ik had er wel wat voor over om bij deze dame in het gevlei te komen. Thuis kwam ik erachter, dat ze Sneeuwwitje bedoelde, het sprookje van de broertjes Grimm.

Mijn derde bezoek aan mevrouw Lovec was anders dan de eerste twee. Toen ik na ‘De gravin’ aan het sprookje van Grimm begon opende ze haar ogen. Ze luisterde met haar blik strak op mij gericht. Toen ik het sprookjesboek dichtklapte zag ik , dat er een traan over haar wang liep. Dacht ze aan haar jeugd in Slowakije, het geluk of verdriet, de Duitsers of  daarna de Russen ?  Ik deed of ik niets zag en nam afscheid. “Volgend keer weer ‘Snehulienka’ ?”

“Weet u dat zeker ? Ik ken nog een heleboel andere mooie sprookjes “ , zei ik verbaasd.

 “Nee, Snehulienka, astublief “

Hoe kon ik haar dat weigeren. De week daarna, ik kwam altijd op vrijdag, las ik voor de tweede keer Sneeuwwitje. Ook nu weer luisterde ze intens met open ogen en weer zag ik de emotie , die dit verhaal bij haar opriep.  Ze kon er geen genoeg van krijgen, graag volgende week wéér.

Ik werd enerzijds geraakt door haar beleving van dit verhaal, maar tevens begon het mij ook een beetje de keel uit te hangen om steeds hetzelfde riedeltje te moeten afdraaien. Ik besloot, om het voor mij wat interessanter te maken en binnen het verhaal wat te gaan improviseren. Ik was benieuwd of mevrouw Lovec mijn aanpassingen zou opmerken,  dan wel waarderen. Mijn improvisatie begon bij het personage van de jager.  Dat ze elkaar al van jongs af aan kenden, samen gespeeld hadden, ja  zelfs gezoend !  Mevrouw Lovec reageerde niet zichtbaar op mijn voorleesvrijheden, maar was na afloop minstens zo geëmotioneerd.  Natuurlijk volgende week weer, ze hoefde het al niet meer te vragen. Het zou een organisch verhaal gaan worden, wie weet zelfs een feuilleton !

Ik werd in de volgende sessies steeds uitbundiger in mijn fantasie over de scenes van de jager en het prinsesje. Ik verzon een vrijpartij  in het bos, een spannende jacht op het hartvervangende hert, de gezamenlijke zoektocht naar een opvangadres voor de prinses.

En mevrouw Lovec luisterde aandachtiger dan ooit. Aan haar reactie na afloop zou ik denken, dat ze genoot van mijn toegevoegde fantasietjes. Ik zag geen tranen meer, maar een flauwe glimlach om haar mond. Ze had het spel door en genoot ervan. Het maakte haar jonger, meisjesachtiger. Ik had al lang geen oog meer voor haar juwelenkistje. Ook ik zag uit naar een volgende versie van Snehulienka.

Het was tijdens de zesde groeiversie van ‘onze’ Sneeuwwitje, dat ze zich in zekere zin met de inhoud ging bemoeien. Ze vroeg me het mes te beschrijven, waarmee de jager het hertenhart uitsneed. Ik dacht een seconde na.   “Het was een gekromde Moorse dolk met een gestaald lemmet en een gevest van ebbenhout met inlegwerk van goud en ivoor. En, o ja, boven op het gevest een joekel van een robijn”. Ze knikte goedkeurend. Zo’n mes moest het wel geweest zijn…  

In de zevende versie bleek, dat de bosamourette met de jager niet zonder gevolgen was. Sneeuwwitje was zwanger. Ik ging nu wel ver en was dan ook heel benieuwd naar haar reactie. Ze bleef afwachtend luisteren. Ik moest nu wel grof inbreken in de verhaallijn van de Grimms:  “De dwergen waren heel behulpzaam tijdens haar zwangerschap en ze assisteerden perfect tijdens de uiteindelijke bevalling, want dwergen zijn handige kereltjes. Maar misschien zaten er ook wel vrouwtjesdwergen tussen .  Er werd een meisje geboren.  Ze kreeg de naam Diana, naar de godin van de jacht. Ze was immers verwekt door een jager”!

Hier hield ik het voor deze sessie bij. Ik had mevrouw Lovec nog nooit zo zien stralen.

De week daarna zou ik alweer voor het laatst komen. Met ‘De gravin van Parma’ waren we inmiddels klaar en daarom kon ik mij volledig focussen op een spetterend slot van Snehulienka en haar dochter. Ik zou Sneeuwitje definitief ontdoen van haar Disney-image. Het zou een stoere tante worden, een soort Grimmsiaanse Jeanne d-Arc, die met een zevenkoppig dwergenleger verhaal zou gaan halen bij de boze koningin. Ik verheugde er mij al op.

Echter,  er zou geen heldhaftig slot komen, het zou een open eind blijven. Want toen ik mij die vrijdag daarop meldde bij de receptie van het tehuis, kreeg ik te horen, dat mevrouw Lovec de dag ervoor plotseling was opgehaald door een ver familielid om haar terug te brengen naar Slowakije, de moederschoot van haar familie.

Ze had nog wel iets voor mij achtergelaten. Vanonder de balie werd mij een kistje aangereikt, dat ik meteen herkende als het juwelenkistje van de kaptafel. Wow, ik was verbluft. Voorzichtig nam ik het ‘afscheidscadeau’ aan en opende het deksel. De inhoud trof mij als een mokerslag . Ik herkende meteen mijn eigen fantasie: een  Moorse dolk met een gevest van ebbenhout met inlegwerk van goud en ivoor. Het enige, dat ontbrak was de robijn… 

Er lag een klein briefje bij: 

“Bedankt voor al die mooie Snehulienka’s” 

 

 

 

 

 

 

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.