Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Maatschappij
Geplaatst:
8 februari 2018, om 14:50 uur
Bekeken:
306 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
71 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Arend"


Zijn naam is Arend. Arend is inmiddels al drie jaar dakloos. Toch heeft hij het niet zwaar. In Amsterdam geven mensen, vooral toeristen, best veel geld aan daklozen. Zo kan hij elke avond naar de opvang en geniet hij overdag van een shagje in de Amsterdamse zon. Hij kijkt graag naar de voorbijgangers, maar toch is hij wel een beetje jaloers op de mensen die langs lopen. Vaak zijn het zakenlui, of mensen die voor hun plezier in het centrum rondlopen.
Wanneer Arend ’s ochtends zijn ogen open doet, doet zijn rug pijn van het harde matras. De bedden in de opvang zijn niet slecht, ze zijn een stuk beter dan zijn oude bank bij de gracht. Toch mist hij het bankje af en toe. Hij kwam daar meer bekenden tegen en had vaker een praatje met lotgenoten. Hier in de opvang heeft hij vooral gesprekken met hulpverleners. Hij gaat op de rand van het bed zitten en wrijft in zijn ogen. De opvang is nu een betere optie, bedenkt hij zich. Het is veel te koud om buiten te slapen. Bovendien heeft hij zijn goede slaapzak aan een vriend gegeven voor de winter, omdat Arend in de opvang terecht kon. Hij loopt naar de wasbak die in zijn kleine kamertje aan de muur vast zit. Hij draait de koudwaterkraan open en gooit het ijskoude water over zijn gezicht heen. Hij kijkt naar zijn handen. Ze zijn oud geworden. Hier en daar een plekje eelt en een hoop dikke aderen. Waarschijnlijk van het veel buiten zijn, komt in hem op. Hij kijkt naar zijn gezicht in de spiegel. De man die hij vroeger was, is er niet meer. Hij had zijn leven op orde. Een huis, een vrouw en een baan. Maar toen de crisis kwam verloor hij alles. Eerst zijn werk bij de fabriek, toen zijn huis en als laatste ook nog zijn vrouw. Hij dronk teveel, vond ze. Dat was ook zo, maar dat wilde hij op dat moment niet onder ogen zien. Door de mensen in de opvang is hij nu volledig van de alcohol af.
Hij gaat aangekleed en met al zijn spullen ingepakt naar het ontbijt. Het laatste wat de opvang voor hem kan doen; daarna moet hij de straat weer op. Hij smeert zijn witte boterham. Jam, iets wat hij al jaren eet. Vroeger maakte zijn vrouw altijd twee boterhammen met aardbeienjam voor hem bij het ontbijt. Dat vond hij zo fijn aan haar, dat ze zo goed voor hem zorgde. Ze deed het met plezier. Hij mist haar nog elke dag.
Eenmaal klaar bij het ontbijt loopt hij de straat weer op. Hij besluit dit keer in het warme ochtendzonnetje naar de Dam te gaan. Daar is het in de ochtend nog rustig, dus valt hij niemand lastig. Hij ziet bij zijn aankomst dat er al wel veel politie op de been is. Hij wil liever geen problemen vandaag, dus hij knikt vriendelijk naar hen. Sloffend loopt hij naar de hoek van de Nieuwendijk en de Dam. Hij stopt zijn handen in zijn blauwe regenjas en leunt achterover tegen het winkelpand van Swarofski. Om sierraden gaf zijn vrouw nooit veel. Ze had liever bloemen. Arend had haar graag bloemen gegeven vandaag.
Zijn gouden, warrige haren staan overeind. Hij geeft al een tijd niet zoveel meer om zijn uiterlijk. Hij heeft zich al een tijd niet meer geschoren en begint een beetje een baard en snor te krijgen. Dat vindt hij niet erg, het staat hem enigszins wel. Zijn vrouw vond gezichtsbeharing maar niks.
Hij staat een tijdje om zich heen te kijken wanneer een tweetal agenten zijn richting op komen. Ze geven hem een hand en vragen hoe het met hem gaat. Hij beantwoord vriendelijk dat het wel oké gaat. “Het gaat, geen sores vandaag met dat geteisem”, zegt hij lachend. Hij doelt op de groep daklozen die hem wel eens lastig vallen. Hij had ze al een tijd niet meer gezien. “Ik gaat zo maar es wat te kanen halen bij de Febo”, voegt hij er nog aan toe. Hiermee hebben de agenten genoeg gehoord en ze wensen hem een fijne dag verder. Arend loopt naar de andere hoek van de straat terwijl hij een baal shag uit zijn jas haalt. Hij leunt tegen het pand van de H&M en draait op zijn gemak een shagje. Hij ziet twee meiden op een bankje zitten tegenover hem. Ze zijn druk bezig op hun telefoon. Arend heeft geen telefoon, hij hoeft er ook geen. De technologie van tegenwoordig is aan hem voorbij gegaan. Anderen vinden het irritant dat hij niet bereikbaar is, maar hij vind het prettig. Wanneer hij langzaam aan zijn peukje zuigt gaan zijn gedachten weer terug naar vroeger. Toen hadden ze nog geen mobiele telefoons. Wanneer je iemand nodig had ging je bij hem of haar langs, of je kwam elkaar tegen in het café op de hoek. Hij weet nog goed dat hij op een dag dat café binnen liep en dat zij daar zat. Ze zat op een hoge kruk aan de bar, haar haren opgestoken en felroze lippenstift op. Hij weet dat nog, omdat die lippenstift diezelfde avond op zijn overhemd terecht was gekomen. Hij kocht een drankje voor haar en ze raakten aan de praat. Ze had prachtige blauwe ogen. Van die ogen waar je uren naar kon kijken en er dan nog geen genoeg van zou hebben. Er loopt altijd weer een rilling over zijn rug wanneer hij aan haar ogen denkt. Hij zou er alles voor geven om nog één keer in die prachtige blauwe kijkers te staren.
Hij gooit zijn peuk op de grond en stampt hem uit. Hij heeft honger. Dan maar naar de Febo, denkt hij. Afgezien van het feit dat hij de groep daklozen al een tijd niet meer gezien heeft, is hij toch erg voorzichtig wanneer hij twee euro vijftig uit zijn binnenzak haalt. Hij besluit eerst naar de ICI Paris te lopen en te doen alsof hij iets weg wilt gooien. Vervolgens stopt hij de munten in zijn mond en loopt op zijn hoede terug naar de Febo. Grillburgers, dat zijn zijn favoriet. Hij stopt één munt van twee euro en één van vijftig cent in de muur en trekt aan het hendeltje. De geur van gebraden vlees komt hem tegemoet en zijn maag knort. Misschien dat vandaag toch nog niet zo’n slechte dag wordt.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.