Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
6 februari 2018, om 23:26 uur
Bekeken:
30 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Monografie 19-e eeuwse acteur Bigot (deel2)"


Reeds op 18 jarige leeftijd kreeg Anna Maria Elisabeth Berkman een aanstelling bij de Stadsschouwburg waar zij kleine rollen vertolkte. Haar vader vond het aan genaam dat zijn dochter het hof werd gemaakt door een vermogende jongeman. Zij wees hem echter af. De avond van de 3-e nov. 1861 gaf zij haar ja-woord aan Cornelis Bigot hetgeen gepaard ging met een kuise kus.

Hij kon goed opschieten met zijn schoonmoeder . Cornelis en Annette treden 31 jan. 1861 in het huwelijk nadat schouwburgdirekteur Tjasink de vader van Annette heeft gedwongen een akte van toestemming tot het voorgenomen huwelijk te tekenen in het bijzijn van een notaris. Mevrouw Berkman bleef tot haar dood ( 10 aug. 1872) wonen bij haar dochter en schoonzoon, terwijl Berkman 30 maart 1868 Nederland verliet en naar Berlijn vertrok waar hij 7 april 1871 overleed.

Andries Snoek (1766-1829) (afb. 14) was geboren te Rotterdam, waar hij met zijn zuster Helena, de directie van den schouwburg heeft gevoerd. Zij hadden daar zelfs al eens ‘Gijsbreght van Aemstel’ gespeeld. Na eenige jaren te hebben rond gereisd, werden Snoek en zijn troep zooals wij reeds eerder zagen, aan den Amsterdamschen Schouwburg verbonden.

Helena Snoeck-Snoek (1764-1807) was meer dan Wattier de Hollandsche vrouw in de rol van Badeloch. Het echt- vrouwelijke ‘zachte en teedere’ karakter van Von del’s figuur kwam door haar spel bijzonder goed tot zijn recht; zij speelde Badeloch zeer natuurlijk en menschelijk. Nog enkele dagen voor haar dood is zij als Badeloch opgetreden; haar laatste woorden op het tooneel waren: ‘Wij gaan en keer en nimmer weer’….

Een akteur als Bigot verdiende per jaar f 700,- en een aktrice met de status van zijn echtgenote f 600,-.

C.P.T. Bigot was tegen zijn zin ingedeeld bij de schutters, een voorloper van de algemene militaire dienstplicht en goed gekeurd ondanks zijn voorwenden van lichamelijke zwakte. Elk keer als er ”geschutterd” moest worden bleef Bigot af wezig en elke keer werd hij weer beboet met f 7,-. Hij verklaarde tegenover de kapitein van de schutterij dat hij na elk toneelstuk in elkaar zakte na afloop en toen de kapitein dat een maal kwam kontroleren zakte Bigot inderdaad na de voorstelling in elkaar op dusdanige wijze dat de kapitein het wel moest zien.

Bigot wordt op een avond voor de voorstelling bedreigd met arrestatie door de provoost-geweldige (een agent) die tevens tamboer was in het orkest van de Stadsschouwburg, waar op de direkteur snel f 7,- betaalt. Na afloop wordt Bigot opgebracht door de provoost naar de gevangenis gebracht. De echtgenote overreedt de provoost om hm los te laten. De provoost wordt de volgende dag als tamboer ontslagen.

In 1869 gingen Bigot en zijn vrouw op aanraden van Eduard Bamberg naar Rotterdam, waar zij voor het eerst optreden bij het gezelschap onder direktie van Bouwmeester en Co. Als het anti katholieke stuk ”De Non van Krakau” wordt opgevoerd komt het publiek in opstand en dreigt mevrouw Bigot te vermoorden.

( Volgens de Willem van Leer biografie. De ”De Bouwmeesters Biografie” van Simon Koster vermeldt echter op pag. 123 dat de ordeverstoring niet veel om het lijf heeft. Wij kunnen hier dus wederom spreken van een tiepiese Bigot overdrij ving, wellicht een karakter eigenschap der francofielen. De ongewenste publiciteit rondom het toneelstuk was zo nadelig voor de gang van zaken dat de schouwburg in de tuin van Doon – zie afbeelding- kort daarop gesloten werd en Louis Bouw meester de directie moest neerleggen ) Zij ontvluchtten door de achterdeur. Het gezelschap reist veel, de recettes zijn matig.

In 1869 vertrekken de Bigots uit geld nood uit Amsterdam naar Rotterdam maar ook daar is de toestand uiterst zorgelijk.

Sept. 1871 breken betere tijden aan. Men bracht de wintermaanden door in Den Haag en gedurende het zomerseizoen worden voorstellingen gegeven in Amsterdam in de theaters van Grader en Clous, waar mevrouw Bigot van tijd tot tijd ook weer optrad. C.P.T. Bigot woonde in de nabijheid van het theater. In het toneel stuk ”Hilarion” speelt hij een travestie rol als Italiaanse dame.

Na af loop wil een Engelse veekoopman deze dame ontmoeten.

De kellner, die het verzoek tot nadere kennismaking moet overbrengen zegt; ” The lady has just gone, sir! ” wetende dat Bigot in travestie op trad. Tot 1882 blijft Bigot aan de Stadsschouwburg verbonden. 1 sept. 1882 engageert A. van Lier hem aan het Grand Théâtre als regisseur voor het blij- en zangspel. Bigot ontvangt vele huldeblijken en geschenken van Van Lier bij verschillende gelegenheden zo ook op 1 dec. 1885 bij het zilveren jubileum van Bigot.

Na van Lier’s overlijden bleef Bigot nog tot sept. ’88 aan het ge zelschap verbonden. 1 sept. 1888 aanvaardt Bigot met de heren Marie M. Kreukniet en J.D. Blaaser de leiding van het gezelschap. Kreukniet, Blaaser en Bigot waren er in geslaagd een aantal jonge krachten (o.a. Esther de Boer-Van Rijk) te verzamelen en onder hun leiding te verenigen tot een uitmuntend geheel. De leden van het gezelschap (de Salon des Variétés) waren ”Sociétaires” d.w.z. zij ontving en boven het bedrag van hun salaris een aandeel in de winst van de vereniging en waren dus medevennoten.

Gedurende het seizoen 1889/1890 woont de elite van het kunstlievend Amsterdams publiek de voorstellingen bij na klinkende recensies in de toonaangevende toneelbladen.

Van het toneelgezelschap geeft een gedeelte voorstellingen in de Amstel-straat, een ander in het Paleis voor Volksvlijt ( zie reproduktie foto), ter-wijl een derde groep de provincie bereist. Het ballet personeel alleen al bestaat uit 16 dames en 8 heren., o.l.v. de balletmeester E. Witt.

Bigot vertaalde en bewerkte 110 toneelstukken. Voor de volledige lijst van zijn toneelwerken verwijs ik naar pag. 49 van de C.P.T. biografie van Willem van Leer.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.