Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
14 januari 2018, om 20:15 uur
Bekeken:
138 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
28 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Hieronder een gesprek met de schrijver over de luwte "


Hier zal ik de directrice Mevroj Zwijnenburg en kunstenaar Karel Klots-bagger toch eens ernstig op pastorale wijze over onderhouden… Het was even stil rond Fred van der Wal. Een vreemde gewaarwording. Want bij deze rumoerige auteur/ kunstschilder past eerder opschudding, stennis, on-min en matschudding.

Rust roest en Rolling Stones Gather No Moss.

Maar zo lang duurde deze pas op de plaats ook weer niet. Hieronder een gesprek met de schrijver over de luwte en zijn nieuwste plannen: een auto-biografie. Met àlle namen, plaatsen en data. Een verantwoording.

Hij bevindt zich in een welstandsklasse die hem bevalt – een landhuis met veertien kamers in de Bourgogne voor de zomermaanden èn een woning met tien kamers vlak bij de Waddenzee- en daardoor zit onze internatio-nale kunstenaar ruim in de liefhebberijen, variërend van tochtjes met zijn robuuste electroscooter tot drie, vier maal per week beoefening van de fitness zodat hij een aardige stoot weg kan geven.

De rijkdommen werden vergaard vanachter het toetsenbord van een een-voudige Triump Gabriele schrijfmachine in de sixties die op afbetaling werd gekocht.

Degelijk fabrikaat, gelieerd aan de Adler, dus meer dan redelijke kwa-liteit: ‘Van zes hoog kun je hem naar beneden gooien, maar vanaf één hoog is hij kapot, maar vanaf drie hoog stuitert hij terug.’

Het tikken van een manuscript is ambachtelijk handwerk. Vergelijkbaar met de dagelijkse draai aan de slinger van de houten koffiemolen met geelkoperen opzetstuk, waarmee onze man als genie ’s morgens de dag begint.

Ouderwets? O ja? Hij wel.

Hij heeft computers, cd-spelers, videorecorders: “Die dingen gaan bij an-dere kunstenaars toch maar alleen kapot, doch niet bij hem. Een doorsnee kunstartiest kan best zonder, maar de fine fleur des artistes waar hij toe beha behoort niet!”

Anders ligt dat voor de metallic grijze Pugeot Tepee, waarvan Fred van der Wal een week na zijn vierenzestigste verjaardag het staal liefdevol be-klopt.

“De kleppen gaan nog steeds van klepperdeklep en de zuigers stampen dat het een lieve lust is”, meldt hij trots.

“Binnenkort ga ik hem inruilen voor het nieuwste model met 155 pk en een top van 300 km. Want snelheidsbeperkingen zijn goed voor de burger-man, daar doet deze man uit de Bourgogne niet aan”.

De auteur zelf wijst uitnodigend op de zitting van de fauteuil, rechts naast de bestuurder . Op de achterbank van het voertuig ligt zijn nieuwste boek “Over gereformeerde glimpiepers & ander ongerief’’, waarvan de inhoud onder meer verwijst naar maatschappelijke conventies die al lang door hem werden afgeschaft. Ook hij wil zijn als een wild stromende rivier die elke bedijking overspoelt en gierend op twee wielen door de bochten van het traject des levens scheurt, maar dan op zijn Fries, dus wél met behoud van sociale voorzieningen, uitkeringen en emomulementen: “Het is dan ook heel wat geworden in het leven van onze raskunstenaar. Elk standpunt is overwonnen. Niets is door onverschilligheid verloren gegaan”.

Voor hem, “eenling in het kunstenaars plantsoen”, bleven de staatssubsi-diepotten consequent gesloten. Verbeten, beledigd bijna zegt onze lone wolf: “Ik een werkbeurs van het Fonds? Meneer, wat denkt u wel. Ik ben die arrogante Rotterdamse fotograaf Rommert Boonstra niet! Bejjebela-zerd! Zie ik zo bleek? Ik heb altijd mijn eigen baan getrokken!”

Geruisloos zoeven we langs de OudeBildtdijk, totdat Fred van der Wal zijn auto bij café-restaurant De Zwarte Haan het niet al te ruim bemeten parkeerterrein op draait. Zijn voorkeur voor het soort etablissementen waar klassiek boeren- burger- en buitenluisfatsoen regeert, berust op de veilige wetenschap dat zich hier zelden het artiestenvolk uit de plaggen-hutten van de Nieuwe en Oudebildtdijk vertoont.

Daar staat tegenover dat het gemis aan kunstzinnige kunstnijverheids theekransjes onder dictaat van de breed uitgedijde Mevroj Kirsten Zwij-nenburg het aantal gratis verkrijgbare consumpties beperkt, zodat de om-streden auteur/kunstschilder zichtbaar geërgerd zélf een zakje Groene anti kanker thee met citroensmaak uit zijn binnenzak haalt en dat mag onder dompelen op eigen kosten in het opgediende glas met heet water.

“Hier zal ik de directrice Mevroj Zwijnenburg en kunstenaar Karel Klots-bagger eens ernstig over onder houden, dat gebrek aan service en die te-genwerking op artistiek gebied”, schalt zijn hese stem door het lege drank-lokaal.

“Zijn ze nou helemaal betoeterd om ’s middags avondthee te serveren zodat ik weer mijn eigen merk moet mee nemen? Voor je het weet ga je lawaaie door een ander merk!”

 

“Ik had toen al besloten, op te houden met schrijven en schilderen. Ik was totaal op het vak en zijn beoefenaren uitgekeken”, bekent de auteur van achter een ongenaakbare zonnebril.

“Schrijven is een cultuurfenomeen. Mijn culturele bloedgabbers uit The Silver Sixties in Amsterdam zijn dood en het kutturele klimaat is aller belabberdst op zijn zachtst uitgedrukt.

Nergens vlamt nog de humor die op straat ligt als vanouds op. De meeste boeken en schilderijen worden tegenwoordig niet meer geschreven, maar aan elkaar gebrejen als een zelf gebrouwen trui van een links draaiende melkzure bijstandsmoeder die er toch heel warmpjes bij zit.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.