Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
28 december 2017, om 16:09 uur
Bekeken:
62 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
13 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

" Haatbaarden met reutelende tabakspijpen"


Ik ontmoette de zwaar bebaarde en behaarde Henk in 1976 voor het eerst tijdens een conferentie van christelijke kunstenaars op de boerderij in Zwiggelte van de brave tekenleraar Jan van Loon, eveneens vrijgemaakt gereformeerd op art. 31 et als Henk.

Zelf had ik een American Crew Haircut, gemillimeterd. Het viel slecht on-der die griffermeerde artistiekelingen die stuk voor stuk er uit zagen als Charlton Heston in de rol van Mozes in de rolprent “De Tien Geboden”. Lang haar mocht plotseling onder de gereformeerde glimpiepers en einde-loze discussies werden gevoerd of de LP van Bob Dylan uit 1961 met door amateuristisch getokkel op een akoestische gitaar begeleide protest-liedjes stijl Woody Guthrie nu wel of niet beluisterd mocht worden met onbezwaard hart voor het Aangezicht des Heeren.

Een bont gezelschap jonge mensen, haatbaarden met reutelende tabaks-pijpen vol zoet geurende toffeetabak verzameld op houten banken en stoelen in een grasveld was het eerste dat mij bij aankomst op viel.

Het waren over het algemeen tekenleraren en leraressen in opleiding en helemaal geen kunstenaars.

Ze waren op religieuze gronden tegen subsidie aan kunstenaars en fel tegen de BKR regeling, want een gegarandeerd inkomen was alleen weg gelegd voor tekenleraren en de rest moest honger lijden, dant hadden ze gelezen in boekjes over de Grote Heilige Van Het Eeuwig Bloedende Oor Vincent van Gogh.

Ik zat in 1976 nog maar twee maanden per jaar in de BKR tot de maand september toen het helemaal op hield omdat ik op een gegeven ogenblik zo veel verdiende dat het niet meer nodig was.

Een andere jongeman, die na de conferentie niet lang meer zou leven, trok ook van de BKR.

Hij en ik waren in het gezelschap outcasts, minder dan varkens, verzeker-de een vrijgemaakt gereformeerde grafisch ontwerper mij.

Ik zei verontwaardigd dat ik de volgende ochtend meteen terug naar Am-sterdam zou gaan.

Het conflict werd door Hans van Seventer bijgelegd en omwille van mijn dochters van 7 en 5 jaar die gefascineerd waren door een in de wei gestal-de Shetlander Pony.

Zo besloot ik tegen mijn zin te blijven.

Ik heb mij altijd goed kunnen aanpassen en de week met enige moeite uit gezeten.

De conferentie duurde gelukkig maar een week.

Interessante urenlange referaten over of de kunstenaar nou wel of niet in het Bijbels licht moest schilderen en of de Heere Heere het wel goed vond dat er geschilderd werd of moesten we allemaal verbandjes aan leggen bij Framboesia patiënten ergens in Afrika.

Niet ter zake doende probleemstellingen kwamen op tafel.

Discussiestof te over tussen de onder christelijke schuldcomplexen gebukt gaande aanwezigen.

Ik verveelde mij er voornamelijk.

De hooggeleerde Prof. H.R. Rookmaaker-U raadt het al, vrijgemaakt gere-formeerd- keek mijn map met fotos in van mijn werk.

Hij moest het op geloofsgronden af wijzen.

Later hoorde ik van de op Jorn gepromoveerde Dr. Graham Birtwistle van de VU dat Rookmaaker nog nooit zo negatief over een kunstenaar had gesproken als over mij.

Ik vond het een aanbeveling.

Toch nam ik nog deel aan een groepstentoonstelling met realisten aan de VU met John Verberk, Rein Pol, Eja Siepman van de Berg en nog iemand die al lang vergeten is.

Vanwege mijn “technische kwaliteiten” mocht ik ondanks de bezwaren van meneer de Professor deel nemen, maar onder voorbehoud, met mate en langs lijnen van geleidelijkheid.

Mijn werk werd ergens achteraf gehangen alsof het er niet bij hoorde.

De expositie werd geen succes in 1976.

Ik werd zonder verdere toelichting verder uitgesloten van tentoonstelling-en van de groep realisten die rond drs. Hans van Seventer en de teken-leraar Jan van Loon werd geformeerd en exposeerde niet met hen omdat ik het Enige Ware Gereformeerde Geloof niet had.

In die tijd was ik per vergissing lid van de EO, een omroep die in streng griffermeerde kringen toen nog heel slecht viel.

Henk Helmantel nam lang deel aan de groep realisten die zich “De Zwig-gelter Groep” noemde, totdat drs. Hans van Seventer er het bijltje bij neer gooide, zijn eenmansuitgeverij verkocht en het licht had gezien om een film over de glad vergeten griffermeerde broeders Klaas en Mees Toxo-peüs te gaan maken, stijl gereformeerde mensenredders van beroep met keiharde kalvinistische klauwen, die de reddingsboot door elke golf bij windkracht 16 deed klieven, maar nu geheel glad vergeten.

De film zou nooit van de grond komen.

Het zou een familiefilm moeten worden in Disneystijl. Er mochten in de rolprent geen vrouwen voor komen want het waren alleen stoege gerefor-meerden die in het leven van alledag de kar en de boot trokken. Een man-nenfilm door mannen voor mannen. Het COC zou e blij mee geweest zijn. Altijd al gedacht dat die van Seventer een halve homo was.

Ik moet de eerste familie nog tegen komen die interesse heeft in de glad vergeten gereformeerde gebroeders Toxopeüs.

Van uit Londen werd een zoveelste rangse gereformeerde Amerikaanse kunst historicus, drs. Paul Clowney ingevlogen om lessen film productie aan Hans van Seventer te geven. Niet dat de afgestudeerde kunsthisto-ricus daar verstand van had, maar dat verhoogde de frisheid en origina-liteit van zijn visie, meende zijn geloofsgenoten. Amateurisme troef, hier verkoopt men toverballen.

Gebrainstormd door de filmers in spe werd er in de luxueus verbouwde boerderij van Clowney, die gehuwd is met een schatrijke Engelse adelijke dame.

Ze wonen niet ver van mij vandaan in de Bourgogne, maar wilden “uit principe” niets met mij te maken hebben, want ze waren fundamentalis-tische gristenen.

Op gereformeerde geloofsgronden zijn wij er nog steeds niet welkom.

Een leerling van de tekenlerarenopleiding te Leeuwarden met een mate-loze bewondering voor Henk Helmantel penseelde diens werk moeizaam na met het penseel tussen de tanden.

Jan, heette hij, een jongen van Drentse afkomt met een knauwerig accent in zijn praten.

Gefascineerd door de grote omzet van Henk ging Jan zo vaak mogelijk naar de kunstboerderij van Helmantel.

Eén keer heeft hij uren buiten moeten wachten, want toen hij aanbelde deelde de vrouw des huizes hem op fluistertoon mee dat Jan niet binnen kon komen, want Meester Henk was aan het glaceren en dan moest het absoluut stil zijn in huis.

Onderdanige Jan wachtte op een houten bankje in de tuin waar de Meester des avonds zelf wel eens zijn ruim bemeten kunstenaarsreet neer vleidde. Het voelde goed.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.