Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Kerst
Geplaatst:
23 december 2017, om 00:34 uur
Bekeken:
351 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
34 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Kerstmis in Amerika"


PERSONAGES

  • Timmy de Wit, het hoofdpersonage en de verteller
  • Bobbie Connor, de oudere halfzus van Timmy
  • Annabelle de Wit, de geest van Timmy’s moeder
  • Robert Connor, een Amerikaanse senator en de vader van Timmy en Bobbie
  • Deacon, de hoofdbutler van Huize Connor

 

VERHAAL

Ik voelde mij erg verdrietig tijdens Kerstmis om drie redenen:

 

  1. Ik was ’s nachts tussen 25 en 26 december geboren
  2. Direct na de bevalling was mijn moeder gestorven
  3. Mijn vader woonde in Amerika en wist niet dat ik bestond

 

Natuurlijk was ik wel blij met de kerst- en verjaardagscadeautjes die ik van het weeshuis en de kinderen kreeg, maar het nam mijn verdriet nooit weg. Wat ik echter niet wist, was dat dit spoedig zou veranderen.

 

Een paar dagen voordat ik 13 zou worden, kwam er een 16-jarig meisje uit Amerika op bezoek bij het weeshuis. Zij bleek mijn oudere halfzus te zijn en heette Barbara Connor (ze werd liever Bobbie genoemd). Het hoofd van het weeshuis vond het ontzettend leuk voor mij en ikzelf dacht daar ook zo over. We stopten direct mijn spullen in een paar koffers en rolden die naar buiten, waar een grote limousine voor ons klaar stond.

 

Bobbie: “Zeg iedereen maar gedag, broertje. Ik zal wel op je wachten.”

 

Ik knikte, gaf de kinderen de hi-5 of een knuffel en schudde het weeshuis-hoofd netjes de hand.

 

Hoofd: “Een fijne reis toegewenst en het ga je goed.”

Timmy: “Bedankt, dat komt in orde.”

 

Ik stapte in de limousine, sloot de deur, deed de gordel om, zwaaide naar de rest en voelde hoe de limo wegreed. Tevreden ging ik tegen mijn zus aanliggen. Ze sloeg haar armen om mij heen en knuffelde mij liefdevol, terwijl we op weg gingen naar Schiphol Airport.

 

De volgende dag kwamen we aan bij een prachtig landschap op Long Island, wat iets meer dan een uurtje rijden was vanaf de J.F. Kennedy Luchthaven. Tot mijn grote blijdschap zag ik mijn vader, die ons opwachtte. Het was een deftige man, die gekleed was in een zwart-wit pak. Hij had een zwart-witte hoed bovenop zijn hoofd en had ook nog eens een monocle voor zijn linkeroog. Zijn kapsel, snor en baard waren al een beetje aan het vergrijzen. Ik vond dat echter niet erg, want ik was al blij genoeg met het feit dat ik een vader had. Ik had al van tevoren de Engelse taal geleerd, dus dat scheelde een hoop.

 

Bobbie: “Ben je er klaar voor om pappa te ontmoeten en Kerstmis met ons te vieren?”

Timmy: “Reken maar, grote zus. Dit is een enorme opluchting voor mij.”

 

Dat kon Bobbie natuurlijk maar al te goed begrijpen. Zodra de limousine stilstond, deed ik mijn gordel af, stapte uit en rende naar mijn vader, Senator Robert Connor, die mij glimlachend optilde en in het rond zwaaide.

 

Robert: “Hey, tijger. Eindelijk zie ik je voor het eerst en kunnen we elkaar beter leren kennen.”

Timmy: “Zo is het maar net, pap. Het is leuker om Kerstmis met de familie te vieren dan in je eentje.”

 

De huishoudsters, butlers en koks waren vereerd dat er een welopgevoede jongen in het gezin was gekomen. Ik stelde mij netjes voor, schudde hen rustig de hand en volgde de hoofdbutler, Deacon, naar een slaapkamer op de eerste verdieping, die meer op die van een koning leek, naar mijn idee.

 

Deacon: “Kijkt u eens aan, meester Timotheüs. Hier kunt u ’s nachts verblijven.”

Timmy: “Dat waardeer ik zeer, Deacon. Is het trouwens goed als ik de omgeving ga verkennen?”

Deacon: “Zolang u maar voor het diner terug bent en uw schoenen veegt, alvorens het huis te betreden. En voor ik het vergeet, het uitpakken van uw spullen is de eerste prioriteit. Als u dat nou eerst eens even doet, dan kunt u daarna doen wat u maar wilt.”

 

Ik knikte, ruimde mijn spullen netjes op, sloot mijn laptop aan op de stroomvoorziening en verbond die met het internet. Toen ging ik naar buiten en liep door verschillende straten. Via mijn telefoon maakte ik erg veel foto’s, die rechtstreeks werden opgeslagen op mijn laptop. Er waren heel veel mensen, die ik vriendelijk begroette. Zij glimlachten terug en dachten: ‘Wat is hij beleefd, zeg! Van wie zou hij dat nou hebben meegekregen?

 

Ongeveer een half uur voor het diner kwam ik thuis. Ik veegde mijn schoenen goed af aan de mat, klopte die uit en hing mijn jas, handschoenen, sjaal en muts aan de kapstok, waaronder ik mijn schoenen zette. Daarna liep ik naar de eetkamer en rook de heerlijke geur van pannenkoeken met roomboter en keukenstroop. Zodra we aan de tafel zaten, begonnen we te eten als keurige lieden.

 

Robert: “Hoe is het tot dusver met jou in Nederland gegaan, jongen?”

Timmy: “Nou, een goede vriend van mij kreeg een studiebeurs, terwijl ik ook in aanmerking kwam, maar omdat ik nu hier ben, heb ik hem gevraagd om de mijne aan een ander te geven, zodat ik hier naar school kan gaan.”

Bobbie: “Een wijs besluit, broertje. Omdat pap de huidige senator zit, moet dat geen probleem zijn.”

 

Mijn vader knikte en schreef het meteen op, om te voorkomen dat hij het zou vergeten. De pannenkoeken waren erg lekker, maar het toetje (verse aardbeien met slagroom en poedersuiker) was zo heerlijk, dat het er bij mij als een bom insloeg. Iedereen moest daar ontzettend om lachen, want ze wisten al een klein beetje hoe Nederlandse spreekwoorden en gezegdes gingen en wat die allemaal betekenden. Daarna ruimden we gezamenlijk de eettafel af, zoals mij was aangeleerd in het weeshuis, en deed ik voor deze keer ook de hele afwas. Op een afstand keek iedereen toe hoe ik dat deed. Omdat ik natuurlijk niet wist waar alles moest staan, namen de huishoudsters al het droge aan en legden die op de juiste plaatsen, terwijl ik het water en sop met een vaatdoek wegnam.

 

Robert: “Je weet wel hoe je de boel schoon moet houden, jongen.”

Timmy: “Ach ja, toen ik in het weeshuis woonde, moesten we elke woensdagmiddag, zodra we van school thuis kwamen en hadden geluncht, samen de klusjes doen. De meesten van de kinderen wilden dit absoluut niet, maar ik adviseerde hen toen om het te proberen.”

Bobbie: “En laat me raden; ze deden alles precies zoals het moest?”

Timmy: “Recht op z’n kop getikt, grote zus.”

 

Die nacht, toen iedereen al lag te slapen, lag ik in bed met mijn ogen wagenwijd open. Ik kon maar niet in slaap komen, omdat ik nog een beetje wennen moest aan twee dingen:

 

  1. Ik had eindelijk een vader en een zus
  2. Mijn tijd als wees was eindelijk voorbij

 

Plotseling verscheen er een verblindend wit licht en uit de wandspiegel verscheen de geest van mijn bloedeigen moeder, Annabelle de Wit, met wie ik al vele jaren lang in contact was gebleven, in het geheim. Ik kon als enige haar stem goed horen, maar er zeker van te zijn dat niemand wakker werd, maakte ik gebruik van gebarentaal.

 

Timmy: “Hoi mam.”

Annabelle: “Dag schat.”

 

Ze kwam naast me zitten, hield mij tegen haar aan en streelde mij zachtjes door mijn haar.

 

Annabelle: “Fijn om te zien dat je bij jouw vader en zus bent.”

Timmy: “Inderdaad. Ik kan het alleen nauwelijks geloven.”

Annabelle: “Nou, geloof mij maar dat jou dit echt is overkomen, want als Barbara je niet had gevonden, dan lag je nu niet hier in deze grote slaapkamer.”

 

Ik grinnikte een klein beetje toen ze dat zei, want ze had wel een heel goed punt. Na hooguit 5 minuutjes samen te hebben gekletst, werd het tijd om te gaan slapen. Mijn moeder legde de dekens over mij heen, drukte zachtjes een kus op mijn voorhoofd, wenste mij goedenacht en verdween weer in het niets.

 

De volgende dag stapte ik, met een vrolijk gezicht, uit bed.

 

Timmy: “Na zo’n 12 jaar is zal ik eindelijk een fijne Kerstmis en een leuke verjaardag kunnen vieren. Misschien dat pappa en Bobbie daar ook zo over denken.”

 

En inderdaad, toen ik mijzelf gedoucht, afgedroogd en aangekleed had, betrad ik de woonkamer en…

 

Iedereen: “GEFELICITEERD!”

 

Helemaal stralend van geluk kreeg ik van Bobbie en van de huishoudsters een knuffel/zoen, waarop mijn vader, de obers en de koks mij de handen schudden of een schouderklop gaven. Toen ging ik aan de eettafel zitten.

 

Robert: “Heb je er een beetje zin in, jongen?”

Timmy: “Reken maar van yes, pap. Dit is tot dusver het leukste moment van mijn leven.”

Bobbie: “Fijn om dat te horen, broertje.”

 

Na het ontbijt poetste ik keurig mijn tanden, kwam terug in de woonkamer en ging meteen zitten aan de eettafel, die inmiddels helemaal schoon was, zodat ik mijn verjaardagscadeautjes kon uitpakken. Het waren o.a.:

 

  • warme kleren voor tijdens de koude dagen
  • 3 muziekalbums van mijn favoriete artiest(en)/band(s)
  • een akoestische gitaar met begeleidings-cd en oefenboek

 

Van al deze cadeau’s werd ik zo ontzettend blij, dat het voelde alsof ik opnieuw geboren was.

 

Timmy: “Dit is gewoon te mooi voor woorden. Hartelijk bedankt.”

Robert: “Geen probleem, jongen. We willen zoveel mogelijk van de verloren tijd met jou inhalen.”

Bobbie: “Zo is het maar net, want ook al ben je al jaren familie van ons, we kennen je nog maar net.”

 

De hele gedag werd mijn verjaardag uitbundig gevierd. De 2 broers en 3 zussen van mijn vader waren ook even op bezoek gekomen, gevolgd door vrienden en vriendinnen van Bobbie. Het was hartstikke gezellig met al deze verschillende mensen onder 1 dak, maar het werd zelfs nog leuker toen de enige echte Kerstman en al zijn elfjes langs kwamen. Van hen kreeg ik o.a. kerstkoekjes, mandarijntjes en warme chocolademelk.

 

Timmy: “U weet wel hoe u iemand blij moet maken, Kerstman.”

Kerstman: “Ho-ho-ho! Fijn om dat van je te horen, Timmy.”

 

Daarna gingen de elfjes en ik naar buiten om een grote sneeuwpop te maken. Mijn vader had ons al van tevoren een hoed en pijp gegeven, om het plaatje af te maken. Toen we klaar waren, gingen we op de tuinbank zitten om ons kunstwerk te bekijken. De elfjes klapten toen in hun handen, wat ervoor zorgde dat de sneeuwpop ineens tot leven kwam en ons, met zijn zware basstem, vriendelijk begroette.

 

Sneeuwpop: “Aangenaam kennis te maken, jongelui.”

 

Ik stond glimlachend op en schudde hem netjes de hand. Vanuit het raam zagen Bobbie, mijn vader, Deacon, de Kerstman en de anderen het allemaal gebeuren.

 

Bobbie: “Timmy heeft echt de tijd van zijn leven. Nu hoeft hij niet eens meer te rouwen om zijn moeder.”

Robert: “Je hebt groot gelijk, Bobbie. Dat heeft je broertje wel verdiend.”

 

Daar was de rest het helemaal mee eens. Plotseling rinkelde de mobiele telefoon van mijn vader. Hij nam die op en hoorde een zware stem, die nogal duister en boosaardig klonk.

 

Stem: “Zorg ervoor dat je onmiddellijk van die jongen afkomt, anders legt hij het loodje.

 

Meteen werd er opgehangen. Mijn vader keek Bobbie geschrokken aan.

 

Bobbie: “Wat is er aan de hand, pap? Wie was dat en wat wilde diegene van je?”

Robert: “Wie dat ook mag zijn; hij wilde dat ik me van Timmy ontdoe, anders zou hij hem ombrengen.”

Deacon: “Meneer, daar moet u vooral niet op ingaan. Meester Timotheüs woont hier nog maar sinds gisteren en als hij nu al moet vertrekken en nooit meer terug kan komen, dan stort zijn hele wereld in elkaar.”

Bobbie: “Hij heeft gelijk, pap. Het is nota bene Kerstmis en zijn verjaardag zit daarbij inbegrepen, dus we laten dit absoluut niet in de weg zitten en we zeggen ook niets tegen hem.”

 

De Kerstman, die het hier ook mee eens was, had meteen een magische beschermlaag over het gehele landgoed getoverd, zodat niemand het doelwit van een mogelijke aanslag zou worden, zelfs ik niet. Rond diner-tijd kwam ik weer binnen, waarop we allemaal aan tafel gingen zitten. De Kerstvrouw, die inmiddels ook al was gekomen, had een heerlijke kerstmaaltijd klaargezet; alcoholvrije appelcider, gebakken aardappelen met groente, krokante kalkoen met warme honingsaus en vruchtenijs met warme tuttifrutti. Natuurlijk smaakte dit alles perfect, precies zoals we hadden gedacht. Nauwelijks waren we klaar met eten, of ik hoorde een klein gepiep in mijn hoofd, met daaropvolgend dezelfde duistere en boosaardige stem, die mijn vader had opgebeld.

 

Stem: “Je hebt tot middernacht de tijd, Hollander, om te vertrekken en nooit meer terug te komen, anders zal jij het loodje leggen, precies zoals ik al tegen die ellendige senator zei, toen jij in de voortuin speelde.

 

Dit vond ik natuurlijk totaal niet kunnen en met een woedende en luide stem antwoordde ik terug, waar iedereen nogal van moest schrikken.

 

Timmy: “Wie u ook bent en wat u ook zegt, ik ga nooit en te nimmer weg bij mijn familie. Als u denkt dat u mij zomaar bang kunt maken met uw dreigementen, dan bent u aan het verkeerde adres.“

 

Iedereen begreep hieruit dat ik niet zomaar met mij laat sollen, dus haalden ze opgelucht adem. De Kerstvrouw, die niet alleen goed kon koken, bakken en braden, maar ook ontzettend slim was, legde meteen haar handen op mijn beide schouders en keek me kalmerend aan.

 

Kerstvrouw: “Je bent goed opgekomen voor jezelf, liefje. Je moeder zou trots op je zijn geweest.”

Timmy: “Oh nou eh, hartelijk bedankt, mevrouw.”

 

Een half uur later, nadat de afwas gedaan was en ik nog even buiten ging spelen met de elfjes en de sneeuwpop, hadden de anderen, in gebarentaal, een gesprek omtrent mijn veiligheid.

 

Bobbie: “We hebben gevaarlijke tegenstanders, die ons voortdurend bespieden. Dit huis zit vast vol microfoons en camera’s, als je het mij vraagt. Zo weten die schurken nu ook wat hier allemaal afspeelt.”

Deacon: “Laten we die dingen gaan zoeken en per direct vernietigen.”

 

Na een half uur hadden ze de boosdoeners gevonden en kapotgeslagen. Degenen die ons al die tijd bespioneerd hadden, konden hieruit opmaken dat zij niets meer konden waarnemen.

 

Hoofd: “Zodra zij slapen, gaan we het huis in en schieten die jongen neer. We moeten alleen wel geluiddempers op onze pistolen hebben. Duidelijk?”

 

De handlangers knikten en gingen de boel direct voorbereiden. Timmy had echter alles gehoord via een speciale scanner, die hij had gekregen van zijn ene oom (die werkzaam was bij de overheid).

 

Rond 10 uur waren de bezoekers naar huis, terwijl de Kerstman, de Kerstvrouw, de elfjes en de sneeuwpop naar de Noordpool terugkeerden. Ik zat echter in onze schuilkelder, samen met mijn vader, mijn halfzus, Deacon, de butlers, alle huishoudsters en de chefkok.

 

Timmy: “Die schurken zullen flink op hun neuzen kijken.

Bobbie: “Gelijk heb je, broertje. Het is maar goed dat je die scanner hebt gekregen van oom Jack.

Robert: “Zo is het. Nu verder stil zijn, anders horen ze ons nog.

 

Toen hoorden we het deurslot open gaan en klonken er vele voetstappen.

 

Handlanger 1: “De slaapkamer van die jongen is op de eerste verdieping aan de rechterkant.

Handlanger 2: “Hoe weet je dat zo zeker?

Handlanger 1: “Simpel, ik ben een voormalig butler van dit huis, tot ik het bestaan van die jongen ontdekte en ik toen werd ontslagen. Wel is het erg aardig van de senator dat hij me nog een vette cheque meegaf om een eigen huis te kopen, maar dat een buitenstaander mijn plaats hier zou inpikken, dat kon ik niet toestaan.

Baas: “Des te meer redenen om die jongen om te brengen.

 

Eenmaal boven gekomen, slopen ze mijn slaapkamer binnen, laadden elk hun pistolen met vele kogels en zetten de geluiddempers erop. Toen was het grote moment daar. Ze richtten de wapens op het bed en schoten die gauw leeg. Daarna zagen ze een flinke donkere gloed, waardoor het leek alsof dat mijn bloed was. De boeven knikten tevreden en liepen naar beneden. Echter, zodra ze eenmaal middenin de hal stonden, ging ineens het licht aan en kwam ik tevoorschijn vanuit de keuken, met een brede glimlach op mijn gezicht, waar ze van schrokken.

 

Timmy: “Dat zagen jullie niet aankomen, haha. Ik ving jullie gesprek op met een speciale overheidsscanner, die ik van mijn oom gekregen heb. Daarom hebben we meteen voorbereidingen getroffen. Oh ja, en dat goedje, wat jullie zagen stromen, was geen bloed, maar vloeibare verf. Ik had vele zakjes daarvan in een stoffen pop gedaan en die toen in mijn bed gelegd, waardoor jullie dachten dat jullie mij hadden neergeschoten.”

 

Hierop greep de boevenbaas woedend naar zijn mes, maar de geest van mijn moeder, die ook meegeholpen had, verscheen meteen uit het niets en sloeg het uit zijn hand. Net als zijn handlangers begon hij opeens te beven van angst, want ze hadden nog nooit een echte geest gezien. Intimiderend keek ze hen aan.

 

Annabelle: “Dus jullie dachten mijn zoon om zeep te kunnen helpen!? Mooi niet dus!”

 

De boeven durfden niets meer te beginnen en hielden zich toen maar kost. Even later werden zij door de politie weggebracht, terwijl een heleboel schoonmakers van de overheid mijn kamer weer netjes maakte. De verf werd opgelost en ook kreeg mijn bed een nieuw matras, een nieuw kussen en een paar nieuwe dekens. We bedankten hen hartelijk, waarop ze het huis weer verlieten. Toen gaf de geest van mijn moeder mij nog eventjes een warme knuffel en een nachtzoen, waarna ze mijn vader en Bobbie de hand schudde en weer in het niets verdween.

 

Timmy: “Dat zit er gelukkig weer op, zeg.”

Robert: “Inderdaad. Nu gaan we maar gauw naar bed, zodat we in de ochtend gezellig Kerstmis kunnen vieren.”

Bobbie: “En denk erom, broertje, dat je tot 10:00 uur uitslaapt.”

 

Ik knikte en ging gauw naar mijn slaapkamer.

 

De volgende ochtend werd ik om de afgesproken tijd wakker. Ik was helemaal uitgerust en rekte mij eens lekker uit. Ik stuurde via WhatsApp een berichtje naar iedereen in Nederland. Zij waren maar wat blij dat het goed was gekomen en dat de boeven in de gevangenis zaten. Toen ging ik mezelf wassen en aankleden, waarna ik naar de woonkamer ging voor het kerstontbijt. We kletsten elkaar de oren van het lijf, terwijl we samen genoten van het lekkere eten en drinken.

 

Robert: “En hoe hebben je vrienden in Nederland gereageerd op dit alles?”

Timmy: “Ze waren opgelucht dat we er goed vanaf kwamen en vonden het erg leuk dat we mijn moeder en ook de Kerstman, de Kerstvrouw, de elfjes en de levende sneeuwpop over de vloer hadden.”

Bobbie: “Dus ze geloofden het direct, neem ik aan.”

Timmy: “Reken maar. Ik had met hen afgesproken om nooit te liegen, dus konden ze ook aan mijn tekst zien dat ik dit alles ook echt meende. Zelfs de foto’s overtuigden hen.”

Deacon: “Goed om dat te weten, meester Timotheüs. Wat denkt u vandaag verder te gaan doen?”

Timmy: “Oh, ik ga de locale Kerstmarkt bezoeken en zelfs meedoen met het Kerst-kinderkoor.”

 

Dat vond iedereen een ontzettend leuk idee. Eenmaal op de markt aangekomen, kochten we verschillende leuke hebbedingetjes en lekkernijen. Daarna ging ik naar het podium toe, waar het koor al op mij stond te wachten. Ik deed wat zangoefeningen en stemde mijn gitaar goed. Toen dat klaar was, gingen we klaarstaan. Het publiek zat al keurig op hun stoelen, terwijl de burgemeester het podium opliep en hen toesprak.

 

Burgemeester: “En dan nu, dames en heren, jongens en meisjes, is hier een jongen uit Nederland, die er gisteren in slaagde, met de hulp van de geest van zijn moeder, om een aantal lokale boeven op te laten pakken… de zoon van onze geliefde senator Robert Connor… de enige echte Timmy de Wit!”

 

Iedereen applaudisseerde, terwijl ik glimlachend voor de microfoonstandaard ging staan en mijn keel schraapte. Toen pakte ik mijn gitaar en begon “Silent Night” te spelen en te zingen, terwijl The Snowflakes, de Kerst-band, mij daarbij begeleidde. Het kinderkoor neuriede mee, terwijl ze ook de oohs en aahs deden. Wat we echter totaal niet hadden zien aankomen, was dat de Kerstelfjes, door gebruik te maken van hun toverkrachten, 4 lieve kleine eekhoorntjes hadden voorzien van mooie zuivere zangkwaliteiten. Die 4 diertjes kenden het liedje heel goed en verzorgden de achtergrondzang. Iedereen keek verwonderd toe en luisterde aandachtig. Zo schattig en bijzonder vonden ze dit moment. Nadat het liedje afgelopen was, kregen we een staande ovatie. De 4 eekhoorntjes, die op mijn schouders zaten, zwaaiden naar het publiek. Vanaf een afstand keek de geest van mijn moeder toe, met een stralende glimlach op haar gezicht.

 

Annabelle: “Mijn lieve kleine jongen is eindelijk 13, maar mijn taak zit er nog niet op. Dat voel ik gewoon.

 

Plotseling verscheen God voor haar ogen. Hij dacht er blijkbaar ook zo over.

 

God: “Vanaf nu ben je weer een levende vrouw, maar je zult je engelenkracht niet kwijtraken. Zo kan jij je zoon tegen allerlei soorten gevaar beschermen.”

Annabelle: “Bedankt, mijnheer. Timmy zal het ontzettend fijn vinden om mij weer te kunnen aanraken.”

 

En inderdaad, nadat de kerstmarkt afgelopen was en we allemaal weer naar huis gingen, zag ik een enorm fel en wit licht, dat ervoor zorgde dat mijn moeder weer tot leven kwam. Ik kon mijn ogen gewoon niet geloven. Mijn hart klopte in mijn keel en ik wilde lachen en huilen tegelijk. Voordat we het wisten, rende ik naar haar toe, met de armen uitgestrekt, hopend dat dit geen droom was. Zodra mijn moeder eenmaal haar armen om mij heen had geslagen, wist ik het meteen; ik had mijn moeder weer terug. Iedereen keek verwonderd toe.

 

Robert: “Ongelofelijk, zeg. Dat mijn ex weer leeft.”

Bobbie: “Ach, het is beter zo, pap. Nu heeft Timmy haar weer terug.”

 

Blij dat dit avontuur goed was afgelopen, voegden mijn moeder en ik ons bij de rest, waarop we in de limousine van mijn vader stapten en naar huis reden. Ik was eindelijk gelukkiger dan ooit tevoren. Nooit en te nimmer zou ik weer een verdrietige verjaardag of Kerstmis hebben, want nu had ik een plek gevonden, waar ik me echt thuis kon voelen, en mijn familie maakte voorgoed deel uit van mijn leven.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.