Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
15 december 2017, om 08:21 uur
Bekeken:
105 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
54 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

" Jaren lang heb ik het bewaard..."


Tussen 1972 en 1978 werkte ik in het atelier aan de tweede Nassaustraat 8 in de Staatsliedenbuurt te Amsterdam waar een groot, grauw negentiende eeuws schoolgebouw door de gemeente beschikbaar was gesteld als atelier complex .

De kunstenaars vielen uit een in twee groepen, de ene helft drogeerde zichzelve met injectie spuiten of hasjsigaretjes, pep of LSD en de andere helft zat aan de alcohol en liep de hele dag lallend door de gangen, omdat ze uit boeken van de Beat Writers hadden begrepen dat in New York ook elke kunstartiest constant lazerus was. Twee atelier gebruikers vielen niet onder de categorie drugs- of alcohol addicts en dat waren Mareike G . , een keurig, blozend Fries meisje haar stevige benen in wollen maillots gehuld, op het hoofd een Eskimo ijsmuts en onze Fred van der Wal, die zich onopvallend gedroegen onder de los geslagen artiesten.

Een oudere kunstenaar aan het einde van de gang waar ik mijn atelier had was Hans Engelman, een door gebrek aan succes verbitterde tekenleraar, die ‘s middags om twee uur op zijn atelier kwam en om vijf uur weer weg ging, op weg naar de befaamde P kroeg in de Run straat om zich vol te la-ten gieten.

Ik ben één keer met Hans tegen mijn zin mee geweest naar het donkerbruine, armoedige etablissement waar half kunstzinnig Amsterdam die van de contraprestatie trok zich regelmatig als kwartaalzuipers vol gooiden als de uitkering net binnen was.

Eén van de kroegtijgers waar Hans regelmatig aanspraak van had in 1976 was de illustrator Willem van Malsen, die zijn eigen grenzen niet in het oog hield wat alcohol gebruik betrof . Na een aantal meters pils werd van Malsen meestal sentimenteel en huilerig. Ik zag hoe hij luid schreiend Hans Engelman om de hals viel met de woorden : “Jij bent mijn gees-telijke en artistieke vader !”

Ik keek het beschamende tafereeltje van de stomdronken Malsen die om de hals van Hans hing minzaam glimlachend aan en nam snel afscheid van Hans en Willem. Ik had toen ook al een hekel aan dronken mensen.

De volgende dag klopte ik aan bij het atelier van Hans, die niet vergat te vermelden dat hij een paar dagen geleden nog op het atelier van Malsen was geweest en gnuivend mede deelde dat deze met de punt van zijn penseel tussen zijn tanden Magritte zat na te schilderen. Er lag op zijn werktafel een opengeslagen catalogus van deze Belgische surrealist.

Hans liet mij een donkerrood bakelieten pillen doosje zien met wat rooie Libanon er in . Of ik het wilde hebben, vroeg hij mij.

Malsen had het doosje gekocht op de vlooienmarkt in Parijs en bewaarde daar zijn hasj in. Hij was zo dronken dat hij het vergeten was mee te nemen. Jaren lang heb ik het bewaard, de hasj opgerookt, maar bij de zoveelste verhuizing het doosje kwijt geraakt.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.