Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
25 november 2017, om 15:15 uur
Bekeken:
32 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Briefwisseling Dieuwke Bakker met Stedelijk Museum 1980"


BRIEFWISSELING 1980 VAN EEN HYPOCRIETE DIEUWKE BAKKER VAN GALERIE MOKUM MET DIRECTEUR STEDELIJK MUSEUM, AMSTERDAM

Fred van der Wal: Herfst 1969 sprak ik galerie eigenaresse Dieuwke Bakker en haar vennoot Mike Podulke over de gesprekken die zij voerden met Mr. E. de Wilde betreffende een tentoonstelling realisten in het Stedelijk Museum te Amsterdam. Een argument van het duo Podulke/Bakker dat zij het Stedelijk niet geschikt achten voor een expositie van doorgaans klein formaat werk waar de Galerie Mokum schilders in de jaren zestig in grossierden, omdat de zalen met het grote volume ongeschikt zouden zijn. Ik stelde het duo voor dat ze opteerden voor het prentenkabinet, halverwege de monumentale trap van het Stedelijk. Een ruimte uitermate geschikt vanwege het intieme karakter. De onderhandelingen sprongen af op het feit dat directeur de Wilde met zijn conservatoren de selectie voor de realisten tentoonstelling zouden maken, waartegen Podulke/Bakker protesteerden. 

Uiteraard liep het op niets uit, net zoals het aanbod van het Städtisches Musuem te Bonn in 1971 om de Galerie Mokum schilders een tentoonstelling te geven opzettelijk getropedeerd werd door Dieuwke Bakker. Ongetwijfeld door haar overweging dat de realistische schilders door de grote Duitse galeries zouden worden weg gekocht. De internationale kans die galerie Mokum eenmalig werd geboden zou nooit meer voor komen.

Een vergadering van de vereniging van kunsthistorici begin jaren zeventig waar de trend voor de volgende decennia werd vast gesteld zouden de realisten museaal niet aan bod komen. Gekozen werd voor conceptuele kunst, geometrische abstractie en expressionistische varianten door kunstenaars die terecht snel in het vergeetboek raakten.

In de jaren zestig, zeventig en tachtig liet Dieuwke Bakker en haar aanhang (o.a. scribent Henk Romijn Meijer) zich negatief uit over het Stedelijk Museum beleid. Merkwaardig is dan ook de door Dieuwke Bakker gevoerde correspondentie met het Stedelijk waarin zij bijna smeekt om een expositie van haar schilders in het Stedelijk:

MAATSTAF

[p. 103]

Mr E. de Wilde

Stedelijk Museum

Paulus Potterstraat

Amsterdam

19 mei 1980

Zeer geachte heer de Wilde,

Het blijkt onmogelijk u telefonisch te bereiken. Ik wilde een afspraak maken om de mogelijkheid van een tentoonstelling van nieuwe realisten in 1982 te bespreken. De aantrekkelijkheid voor het museum is het grote bezoekersaantal, zoals u bij de tentoonstelling van Willink hebt kunnen constateren en de kosten die wat u betreft nihil zijn, wat gezien uw klachten over het museumbudget ongetwijfeld welkom is. Gaarne verneem ik wanneer u mij kunt ontvangen om het geheel te bespreken.

Met vriendelijke groeten,

Hoogachtend,

Dieuwke Bakker

DATUMS

19 mei 1980

22 mei 1980

24 mei 1980

19 juni 1980

23 juni 1980

30 juni 1980

Mevrouw D. Bakker

Galerie Mokum O.Z. Voorburgwal 334

1012 GH Amsterdam

22 mei 1980

Zeer geachte Mevrouw Bakker,

In antwoord op Uw brief van 19 mei deel ik U mede, dat wij een groot bezoekersaantal zeker aantrekkelijk vinden maar toch niet als leidraad voor een tentoonstellingsbeleid aanvaarden. U heeft in het verleden vaak de indruk gewekt dat U van mening bent dat wij in het Stedelijk Museum niet ontvankelijk zijn voor schilderkunstige opvatingen die binnen de categorie van het realisme vallen. Dat is een misvatting. Een tentoonstelling van nieuwe realisten trekt ons evenmin aan als een tentoonstelling van nieuwe abstractie. Het gaat onzes inziens in de kunst niet om richtingen maar om kwaliteit en die is nu eenmaal niet aan richtingen gebonden. Ik denk dat een gesprek over een tentoonstelling zoals U voorstelt weinig zin zal kunnen hebben.

Hoogachtend,

E. de Wilde

directeur

24 mei 1980

Zeer geachte heer de Wilde,

 Dat het een misvatting zou zijn dat m.i. het Stedelijk Museum niet ontvankelijk is voor realistische kunst blijkt op geen enkele wijze uit uw brief. U stelt dat kwaliteit de leidraad is en stelt tegelijk dat een gesprek over een tentoonstelling realisten weinig zin zal kunnen hebben. M.a.w. dat u al bij voorbaat uitsluit dat de nieuwe realisten kwaliteit zouden bezitten en dit terwijl u nooit en dan ook nooit in Mokum komt en dus geen enkel oordeel alleen een vooroordeel hierover hebben kunt.

Het is beschamend voor Nederland, voor het publiek, voor de democratie en voor de Nederlandse kunstenaars dat één man het geld dat de gemeenschap betaalt aan zijn eigen stokpaardjes over wat hij kunst vindt mag uitgeven en niet eens bereid is een vrijwel gratis tentoonstelling waar een groot publiek in geïnteresseerd is zelfs maar te overwegen of minimaal te bekijken wat er nu eigenlijk aangeboden wordt. (En wij maar aankijken tegen 10 jaar kleurvakken in de mooiste zaal boven de trap, tegen de hoopjes aardappelen enz. enz. die voor veel geld in het museum tentoon worden gesteld.) Enfin, in hoeverre de gemeente in staat is ruimte in het museum voor de realisten te creëren weet ik niet, doch zal mij daarover wel gaan informeren.

Hoogachtend,

Dieuwke Bakker

19 juni 1980

Zeer geachte Mevrouw Bakker,

Het spijt mij dat U mijn brief van 22 mei jl. zo slecht heeft gelezen.

Toen ik schreef: ‘Een tentoonstelling van nieuwe realisten trekt ons evenmin aan als een tentoonstelling van nieuwe abstractie. Het gaat onzes inziens in de kunst niet om richtingen maar om kwaliteit en die is nu eenmaal niet aan richtingen gebonden’, had ik mogen verwachten dat U daaruit de conclusie zou hebben getrokken dat een ‘realistische’ kunstenaar ons evenzeer kan interesseren als een ‘abstracte’ kunstenaar.

Uw conclusie, dat wij bij voorbaat uitsluiten dat realisten kwaliteit zouden bezitten, vindt derhalve geen enkele grond in mijn brief en nog minder in ons tentoonstellings- en aankoopbeleid. Al het fraais dat U ten beste geeft ten aanzien van mij persoonlijk, de gemeenschap, het publiek en de democratie berust met andere woorden op een misverstand Uwerzijds.

 

Hoogachtend,

E. de Wilde

directeur

23 juni 1980

Zeer geachte heer de Wilde,

Uw brief van 22 mei jl. heb ik uitstekend gelezen. Na uw uiteenzetting dat het u niet om richtingen maar om kwaliteit zou gaan stelt u ‘Ik denk dat een gesprek over een tentoonstelling zoals u voorstelt weinig zin zal kunnen hebben’.

In deze volgorde is dat een kwaliteitsoordeel zonder dat u wat u werd aangeboden zelfs maar wilde bekijken. Er is ook helemaal niemand, die uw brief gelezen heeft, die er iets anders uit begrepen heeft. Aangezien u echter weer stelt dat het een misverstand mijnerzijds is wil ik dat graag accepteren en alsnog komen overleggen over mogelijkheden voor de realisten die noch in uw aankoops- noch in uw tentoonstellingsbeleid ooit aan bod komen.

Een uitnodiging om te bespreken wat er mogelijk zou kunnen zijn dan ook gaarne tegemoet ziend. Met vriendelijke groeten,

Hoogachtend,

Dieuwke Bakker

30 juni 1980

Zeer geachte Mevrouw Bakker,

 

Naar aanleiding van Uw brief van 23 juni 11. vraag ik mij af of U werkelijk van mening bent dat mijn medewerkers en ik ons geen mening hebben gevormd over de kunstenaars die U in Uw galerie presenteert.

Een tentoonstellingsprogramma van een museum als het Stedelijk, dient te worden samengesteld uit de zeer brede en gevarieerde mogelijkheden die de situatie in de kunst biedt. Daarin hebben mijn medewerkers en ik onze keuze van kunstenaars voorlopig bepaald. Wellicht ten overvloede herhaal ik dat deze keuze niets van doen heeft met de z.g. richtingen in de schilderkunst.

Ik vrees daarom, dat onze briefwisseling of een eventueel gesprek - waartoe U tot nu toe geen aanleiding heeft gegeven - niet tot enig concreet resultaat zal kunnen leiden.

 Hoogachtend,

E. de Wilde

directeur

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.