Gegevens:

Categorie:
Horror
Geplaatst:
15 november 2017, om 09:23 uur
Bekeken:
13 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Fijne Fiona"


De eigenares van het ouderwets statige huis waar de vier studenten op de bovenverdieping hun kamers hadden, was een kinderlijk-ogende blonde vrouw van ongeveer dertig. Ze bewoonde de hele benedenverdieping en beschikte over een grote achtertuin waar haar twee hondjes speelden. Een vrouw met goudblonde vlechten die zowat tot haar billen reikten. Soms had ze daar vlinderachtige strikjes in vervlochten. Fiona heette ze, maar de cynische zolderkamerhuurder Jaap noemde haar altijd Fijne Fiona.

   ‘Zeker omdat ze er zo verfijnd en verheven uit ziet,’ veronderstelde Hans, toen hij als eerstejaars zijn intrek nam in een ruime kamer op de eerste etage.

   ‘Wat nou verheven! Ze poept en piest als ieder ander,’ bromde ouderejaars Jaap die de zolderruimte tot zijn beschikking had.

   De studenten zagen haar nauwelijks. Men kwam nooit op de begane grond of in de tuin achter het huis. Boven hadden ze hun eigen keukentje, douche en wc. Soms kwamen ze haar bij de voordeur tegen als ze uit ging of thuiskwam met haar poezelige hondjes in de met kunstbloemen versierde fietsmand aan het stuur. Ze had dan haar eeuwige gelukzalige glimlach op haar gelaat. Waar ze met die mormeltjes heen ging of geweest was wist niemand – eigenlijk interesseerde dat ook niemand.

   Fijne feeërieke Fiona. Jaap op zolder was weinig complimenteus over haar. Hij minachtte gevoelsmensen die zich afkeerden van de harde realiteit.

   ‘”Humankind cannot bear very much reality”, citeerde Hans, die Engels studeerde, de modernistische dichter T. S. Eliot.

   Jaap vertelde de anderen hoe Fiona, die bijna nooit iets zei tegen de bovenwoners, hem met haar ijle stem onderaan de trap had gevraagd of hij geschikte namen kon bedenken voor de twee puppies, een donker en een licht van kleur, die ze net had opgehaald. Het moesten exotische, liefst buitenlands klinkende namen zijn die bij de twee lieve beestjes pasten.

   ‘Italiaans? Spaans?’ vroeg Jaap.

   ‘Ja, ja, zoiets.’ Ze kreeg al gauw weer die afwezige blik in de ogen, ze scheen haar gedachten er nooit helemaal bij te hebben als je met haar probeerde te praten.

   ‘Nou… eh… dit donkere beestje met z’n lieve boevensnuitje zou ik Diablo noemen als ik jou was…,’ zei Jaap.

   ‘Ja, ja… Diablo… en die andere, met dat lieve blanke snuitje, welke liefklinkende buitenlandse naam zou je haar geven, denk je?’

   ‘Dit lichtkleurige beestje zou ik… even denken… een mooie naam…eh… ik zou haar Fellatio noemen, een mooie, liefelijke naam.’

   ‘Goed, Diablo en Fellatio – ja, die namen, die zijn mooi.’ Daar was ze blij mee, haar gezicht straalde.

   En zo hadden haar lieve hondjes hun bijzondere namen gekregen.

   ‘Maar kende ze de betekenis van die woorden dan niet?’ vroeg Hans verbaasd.

   ‘In het geheel niet. Dat malle mens is in haar kindertijd blijven steken, is nooit veel met mensen omgegaan, heeft nooit boeken gelezen behalve sprookjesboeken. Een zichzelf onwetend houdend, naïef gevoelsmens.’

   De anderen schudden hun hoofd over zoveel onbegrijpelijke onnozelheid van Fiona.

   ‘Soms hoor je haar onder het balkon bij de achterdeur haar hondjes in de tuin roepen, Diablo! Fellatio! als ze hun hondenbakjes gevuld heeft in de keuken. Ik weet niet wat de buren ervan denken als ze het horen.’

   Fiona deed iets artistiekerigs, wisten ze. Alle aquarellen die beneden in de gang hingen had zij zelf gemaakt. Tientallen waterverfschilderijen ter grootte van een schaakbord, voorstellend de sprookjeswereld waarin zij leefde. Landschapjes, weilanden met bloemen die er net zo kunstmatig uitzagen als de plastic bloemen waarmee ze haar fietsmand en fietsstuur had versierd. Een lichtblauwe klaproos hier, een paarse of goudkleurige tulp daar. Maar ook feeën en kabouters en andere sprookjesfiguren figureerden in haar werkjes. En veel fantasiedieren: poezen met vleugels, eenhoorns, veulentjes die een lier bespeelden, of ganzen met een dwarsfluit. Schelpen en zeesterren in een weiland, dennenbomen vol rozen, kastanjebomen waaruit trossen druiven hingen. En alles in lichte snoepjespapier kleuren: paars, blauw, geel, groen, oranje. Ze schreef er ook mierzoete gedichtjes bij.

   Ze was op het idee gekomen om haar rijmpjes met illustraties in boekvorm uit te geven in eigen beheer maar ze moest nog een geschikte naam zien te vinden voor haar uitgeverijtje. Ze wilde de boekjes met kerstmis aan haar rijke familieleden cadeau doen. Aan ooms en tantes - ouders had ze niet meer, die hadden haar een half fortuin en het ouderlijk huis na gelaten. Nogmaals werd Jaap geraadpleegd toen die juist door de voordeur binnenkwam en zij bij haar versierde fiets in de gang naast de trap stond. Kon hij een passende naam voor haar uitgeverijtje verzinnen waaronder ze in de toekomst haar gedichtjes en kleurafdrukken van haar aquarellen door een drukkerij zou laten vervaardigen?

   Jaap dacht diep na. ‘Iets deftigs? Een Latijnse naam?’

   ‘Ja, ja, dat zou mooi wezen.’

   ‘Uitgeverij Perineum,’ stelde hij voor na enig nadenken.

   ‘Ja, ja, dat klinkt heel mooi.’

   ‘Het is een woord voor een intiem, gevoelig plekje. Ik schrijf het wel voor je op.’

   ‘Ja, ja, uitstekend.’ Ze glimlachte dankbaar toen ze het papiertje met het neergekrabbelde Latijnse woord in ontvangst nam en vervolgens met haar fiets naar buiten liep langs de deur die hij voor haar geopend hield.

   Hans keek de ouderejaars achterdochtig aan toen hij dit aan de anderen in de keuken boven vertelde. ‘Wat betekent dat Latijnse woord?’ vroeg hij. ‘Ik ken het woord niet, hoewel ik Latijn gehad heb op school.’ Vooral wat Latijnse uitdrukkingen betreft moest je op je hoede zijn bij Jaap. Had hij laatst niet op de kamer van de rechtenstudent naast de zijne diens handgeschreven lijstje met juridische uitdrukkingen bekeken en toen zijn pen gepakt en  “Falsus in uno, falsus in omnibus” veranderd in “Fallus in uno, fallus in omnibus”?

   ‘Wat is dat, Perineum? Het klinkt best indrukwekkend, zoiets als een gedeelte van een villa van een welgestelde Romein uit de oudheid, zoals Atrium, Triclinium, Tablium… heb ik allemaal eens geleerd. Maar niet Perineum.’

   Jaap gaf geen antwoord, hij grijnsde zijn scheve grijns.

   ‘Potjeslatijn zeker.’ Hans pakte zijn iPad en typte het woord in. ‘Tjeesus…’ Hij keek de ouderejaars geschrokken aan. ‘Wat als ze, of een van haar ooms of tantes, erachter komt wat dat Latijnse woord betekent, dat ze beseft dat ze zwaar door jou in de maling genomen is?’

   ‘Dan ben ik hier allang niet meer,’ zei Jaap. ‘Ik was toch al van plan volgende week mijn zolderkamer op te zeggen.’

   ‘Tjeesus,’ herhaalde Hans hoofdschuddend. ‘Dat wordt dan wel een heel wrede schok voor haar, zoiets kun je haar toch niet aandoen, man!’

   Jaap ging met zijn koffiemok naar boven, naar zijn zolderkamer. ‘Volgende week ben ik hier weg, jongens. Dan heeft ze nu dus precies zeven dagen de tijd om erachter te komen waar dat gevoelige, intieme plekje zich bevindt, namelijk tussen iemands scrotum en anus, c.q. tussen de vulva en anus. Zou best eens goed voor dat mens kunnen zijn, dat ze uit haar lieve kleine meisjeswereld geschokt raakt en met haar neus op de wrede werkelijkheid wordt gedrukt,’ zei hij schamper.    

  

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.