Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Kinder
Geplaatst:
11 november 2017, om 18:48 uur
Bekeken:
23 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Snorkmeisje en de kikker"


Het snorkmeisje had de hele ochtend met de dochters van de Filijonk op de grote zolder van hun huis gespeeld. Daar lagen massa`s oude jurken en andere spullen waar ze zich eindeloos in konden verkleden. Ze beeldden zich dan in dat ze rijke dames waren, of misschien zelfs wel prinsessen. Maar de dochters moesten `s middags met hun moeder op bezoek bij een jarige tante en daarom dwaalde het snorkmeisje in haar eentje wat weemoedig door het bos. Met haar hoofd zat ze nog helemaal in het spel – ze was de prinses van Zirkandia geweest!. Daardoor lette ze niet erg op en stapte bijna op een kikker die midden op het pad zat.

 

Iedereen weet dat sommige kikkers betoverde prinsen zijn die je met een kus op de snuit terugverandert naar hun normale ik. Het snorkmeisje slaakte een kreetje van verrukking! Een kikker, en wat voor een! Ze zag duidelijk dat het diertje een blonde vlek op zijn kop had. Dat was natuurlijk eigenlijk zijn kroon. En daarbij was het een erg knappe kikker, met een prachtig groen en glanzend vel. Bepaald geen examplaar waarvan er honderden in de vijver achterin de Moeminvallei zaten. En die `s avonds een groot kabaal konden maken. Nee, daar deed deze kikker niet aan, dat zag je zo. Het was een betoverde prins!

 

Opgetogen keek het Snorkmeisje hem aan. De kikker keek rustig terug en was helemaal niet bang. Nog een teken dat het eigenlijk een prins was! “Wees maar niet bang hoor, lieve kikker”, zei ze. “Ik ga je oppakken en dan geef ik je een kus op je neus en dan is alles weer goed.” De kikker leek nu afkeurend te kijken, had ze soms u moeten zeggen? Hij deed een paar hopjes naar achteren. “Nee, nee, niet weggaan! Ik zal u terugtoveren!”, riep het Snorkmeisje. Snel pakte ze het dier op. Het spartelde een beetje tegen, maar was gelukkig niet glibberig. Anders had ze hem misschien laten vallen. Dat zou een ramp zijn geweest.

 

“Ik ga u op deze boomstronk zetten, niet wegspringen, goed?” Voorzichtig zette ze de kikker op de stronk. Hij keek niet meer afkeurend, maar had meer een `het zal allemaal wel` houding. Vond hij haar misschien niet goed genoeg? Het snorkmeisje was natuurlijk geen echte prinses, en al helemaal niet van Zirkandia. Misschien wilde hij wel helemaal niet door haar gered worden.

“Ik ben dan wel geen prinses – al deed ik vanochtend nog alsof – ”, zei het snorkmeisje, “maar als u wilt wachten tot er een echte voorbij komt, dan kan ik u maar beter in de vijver gooien!”

Dat leek de kikker heel eng te vinden, want hij keek haar angstig aan (dat wil zeggen, met nog grotere ogen dan een kikker normaal al heeft) en hij liet een zielig kwaakje horen.

 

“Wees maar niet bang” riep het Snorkmeisje snel. “Ik ga u nergens in gooien. Maar ik ga u nu wel zoenen.”

En dat deed ze, midden op zijn snuit. Een prima zoen vond ze zelf, maar er gebeurde niks.

“Niet huilen hoor, ik deed het vast fout”, zei ze, en ze kuste de kikker nog een keer. Nu ietsje langer. Er gebeurde weer niks.

“Misschien zijn we op de verkeerde plek en moet ik je zoenen waar je betoverd bent?”

Maar de kikker kon natuurlijk niet vertellen waar dat was. Het snorkmeisje probeerde alle speciale plekjes te bedenken die de moominvallei had – achter de waterval, bij de glazen bol van Moominpappa, de geheime grot en daar waar de meeste vuurvliegjes dansten op warme zomeravonden – maar moest ze dan de kikker daar overal naar toe slepen? En wat als zij nu eens niet goed was? Wat als ze een echte prinses zou moeten zijn? Ze begon bijna te huilen.

 

 

“Snorkmeisje! Wat is er aan de hand?” Dat was Moomin die over het pad kwam aanlopen. Hij zag direct dat er iets heel ergs was, want het snorkmeisje was helemaal grijs. (Snorken verschieten van kleur als ze blij of droevig zijn. Van dat laatste worden ze grijs.) Nu werd het snorkmeisje rood om de neus, want ze schaamde zich een beetje. Wat als het een heel gewone kikker was en zij belachelijk omdat ze geloofde in betoverde prinsen die met een zoen weer normaal werden? Maar Moomin geloofde haar meteen toen ze vertelde wat ze aan het doen was.

“Het is geen gewone kikker”, zei hij, “die hebben geen gele vlek op hun kop.”

“Dat is zijn kroon”, zei het snorkmeisje snel.

“Nee, dat denk ik niet”, zei Moomin peinzend, “ik denk dat deze kikker eigenlijk blond haar heeft en een Homs is.”

“Luister,” zei hij, toen hij zag hoe verbaasd het Snorkmeisje keek.

“Vanochtend toen jij bij de Filijonken was, kwam mevrouw Homs langs. Haar jongste zoon is al een paar dagen zoek en ze maakte zich een beetje zorgen. En zijn vriendjes hadden hem voor het laatst gezien toen ze verstoppertje speelden bij het Moominhuis.”

“Dus nu denk jij...” zei het Snorkmeisje.

“Precies! Net als toen ik me in de hoed had verstopt en veranderde in een griezel!” riep Moomin uit.

 

Nu hoefden ze alleen nog maar de Hoed van de Tovenaar te vinden, de kikker erin te zetten en hij zou weer een gewoon Homsjongetje worden! Met de kikker die nu vrolijk kwaakte in haar armen rende het Snorkmeisje met Moomin naar huis.

“Waar is de hoed van de tovenaar?” riepen ze buiten adem tegen de eerste die ze tegenkwamen.

Helaas was dat de bisamrat die niets meer met die hoed te maken wilde hebben sinds hij er zijn

kunstgebit in had gelegd.

“De hoed? Zoeken jullie die?” vroeg Moominmamma die net voorbij liep.

“Ja, snel! We denken dat deze kikker de vermiste homszoon is!”

“In de kelder, lieverds.”, riep Moominmamma.

Snel renden ze naar de kelder, waar de hoed inderdaad stond!

 

De kikker sprong er zelf in en nu moesten ze wachten.

“Hoe lang zou het duren voor hij weer een Homs is?” vroeg het Snorkmeisje. “Hoe lang heb jij je in de hoed verstopt?”

Oei, dat wist Moomin niet meer zo goed. “Maar met een kleine Homs gaat het vast snel!”

Terwijl ze zaten te wachten kwamen niet alleen Mammamoem en mevrouw Homs de kelder in, maar ook Pappamoem, Sniff, de Snork, Tofsel en Wifsel, alle buren van de Homsen en nog een heleboel andere diertjes en zelfs de bisamrat. Iedereen had ondertussen gehoord van de homs die in de hoed was gekropen en in een kikker was veranderd. En iedereen wilde met eigen ogen zien hoe hij weer terug veranderde.

Gelukkig duurde het niet erg lang. Iedereen keek ademloos toe hoe de kikker groter werd, hoe zijn ogen krompen en de gele vlek weer een pluk warrig haar werd tot er een kleine Homs voor hun neuzen stond.

 

Die avond was er een groot feest in de Moominvallei om de terugkeer van de jongste Homs te vieren. Snuisterik speelde zijn nieuwste liedje “Wat word jij in de hoed?” en iedereen danste en was vrolijk. Maar Moomin zag dat het Snorkmeisje wat achteraf zat en niet meedeed.

“Ze is natuurlijk bedroefd omdat de kikker maar een Homs was en geen prins”, dacht hij.

Hij stapte parmantig – hij probeerde te doen alsof hij een prins was – naar haar toe en zei officieel: “Schone prinses, mag ik deze dans van u?”

Het Snorkmeisje werd op slag zonnig geel en toen wist Moomin dat dit avontuur ook voor haar een goed einde had.  

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.