Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Kinder
Geplaatst:
1 november 2017, om 21:09 uur
Bekeken:
28 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Stinky komt in de moeminvallei wonen"


 

Sniff zat in de Zuidelijke slaapkamer met zijn knopenverzameling. Het regende al de hele ochtend en het zag er niet naar uit dat het droog zou worden. Perfect weer om eens goed te gaan zitten met al je knopen om je heen. Pappa en Mammamoem waren weer in bed gekropen. “Het is zo heerlijk slapen terwijl de regen tegen het zolderraam tikt”, had Mammamoem gezegd. En waar de anderen uithingen wist Sniff niet. Het deed er ook niet toe, want hij had grotere problemen aan zijn hoofd. Moest die niet echt grote maar ook niet echt kleine maar wel duidelijk rode knoop nu bij de grote rode knopen of bij de kleine rode? Of zou hij een nieuwe stapel maken van `niet kleine maar ook niet grote rode`? Maar als dit dan de enige zou zijn die daarbij hoorde, dan zou het zielig zijn. Dat kon niet. Hij wilde net beslissen de knoop nog maar even over te slaan en verder te gaan met een makkelijke kleine gele, toen hij iets Heel Erg Viezigs rook.

 

`Snif, snif` deed zijn neusje. Hij heette niet voor niets Sniff! Hm, het rook een beetje als zweetsokken gecombineerd met natte hond en een oude muffe handdoek. Maar dan viezer. `Wat zou dat nou kunnen zijn?` vroeg Sniff zich af. Want je kunt een heleboel van de moemen zeggen maar niet dat ze vieze stinkende dingen laten rondslingeren in hun huis. Hij vergat de knopen en besloot op onderzoek uit te gaan. Eerst liep hij snuffelend de kamer rond, maar daar kwam de geur niet vandaan. Toen hij de deur naar de gang opendeed rook hij het (helaas) sterker. Het leek wel uit de Noordelijke slaapkamer te komen. Snuffelend liep hij in die richting.

 

“Wat doe jij nou?”, vroeg Moemin, heel verbaasd.

“Ruik je het niet?”, zei Sniff. “Er is hier iets in huis dat heel erg stinkt!” Moemin stak zijn neus in de lucht en rook eens flink. Bah! Nu rook hij het ook.

“Wat denk je dat het is, Sniff?”, vroeg hij. Want Sniff was de beste als het om geurtjes ging.

“Geen idee”, zei Sniff. “Daarom doe ik een onderzoek.” Hij probeerde een beetje gewichtig te praten, zodat hij klonk als de Snork. Dan leek het belangrijker.

“Oooo, mag ik meedoen?” vroeg Moemin.

“Natuurlijk, maar ik ben de baas. We gaan nu de Noordelijke slaapkamer in!”

 

Ook daar roken ze de vieze lucht, maar ze kwamen er niet achter wat het was. De geur leek ook zwakker te worden. Nu leek het meer alsof het uit de woonkamer kwam.

“Misschien is het niet een iets dat zo stinkt, maar een iemand”, zei Sniff. “Een stinkend iemand die hier door het huis rondloopt.” Dat klonk best eng, dus hij was blij dat hij Moemin bij zich had.

“Dat kan, maar wie dan?” vroeg Moemin zich af. “Pappa en Mamma liggen te slapen, dus die zijn het niet. Het Snorkmeisje is op bezoek bij de Fillijonken. De bisamrat heeft zich weer eens teruggetrokken in de grot en van Snork kan ik het me niet voorstellen.”

“Kleine Mie dan?” opperde Sniff. Die was klein genoeg om ongezien door het huis te sluipen. En stout genoeg om het stinkend te doen.

 

Maar Kleine Mie lag te slapen tussen de bolletjes wol van Mammamoem en werd heel boos toen ze hoorde dat Sniff en Moemin dachten dat ze stinkend door het huis liep. “Wat denken jullie wel!” brieste ze boos. “Bovendien ruik ik helemaal niet grijs, maar eerder geel of oranje.”

“Grijs??” Moemin snapte het niet. “Hoe kan iets nu grijs ruiken?”

“Nou, dit vieze ruikt buitengewoon grijs, als je het mij vraagt. En nu ga ik weer slapen.” Kleine Mie draaide zich om tussen de bollen en weigerde nog iets te zeggen over grijs ruikende zaken. Het werd steeds raadselachtiger.

 

Sniff en Moemin liepen nog steeds zoekend en snuffelend door het huis – de geur leek zich nu via de keuken naar de veranda te verplaatsen – toen ze Tofsel tegen kwamen. Die had een goed idee. “Schrijf opsel in een boekseltje waar de geursel was en niet was”, zei ze in het rare taaltje dat Tofsel en Wifsel praten, maar dat iedereen ondertussen aardig verstond.

“Goed ideesel!” zei Moemin tegen haar en rende naar boven om een opschrijfboekje te halen. Hij merkte dat de stank boven niet meer te ruiken was en beneden wel. Dat schreef hij meteen op. En ook de namen van degenen die het niet konden zijn. Tofsel hoorde daar ook bij. `Ik denk dat zij een beetje roze met wat lichtgroen ruikt` zei hij tegen Sniff. “Of is dat heel raar?” Maar Sniff antwoordde niet. Hij was druk bezig de hele kelder af te snuffelen, omdat hij verwachtte dat de geur zich nu daar zou ophouden. Maar nee, hij rook het nu juist helemaal niet meer! “Ik denk dat het naar buiten is gegaan”, zei hij peinzend. Dat was aan de ene kant fijn, want nu rook het in huis niet meer zo vies. Maar aan de andere kant maakte dat het zoeken naar wie er toch zo stonk lastiger, want buiten regende het nog steeds. En door de regen rook je niks.

 

“Laten we het maar opgeven”, zei Moemin. “Ik denk dat iemand hier in huis is geweest, om te schuilen voor de regen, maar dat die iemand nu weer is weggegaan”.

“Maar het regent nog steeds. Waarom zou ...” begon Sniff.

“Kom mee!” riep Moemin en viel hem in de rede. “Ik snap het!”

Sniff snapte er niks van, maar rende achter Moemin aan.

“Kijk!” riep Moemin en hij wees naar de paraplubak. “De paraplu van Pappa ontbreekt. Nu is alles duidelijk.” Maar Sniff snapte er nog steeds niks van. Hij kon dan wel erg goed ruiken, maar heel erg slim was hij niet.

“Het moet zo gegaan zijn”, legde Moemin uit. “Iemand liep buiten in de regen. Die iemand is hier naar binnen gegaan om te schuilen. Misschien dat hij door de regen zo stinkt, dan is het een hond, of misschien stinkt hij altijd wel zo, dat hoop ik niet. Hij liep hier zo`n beetje door het huis en stuitte op de paraplu`s, besloot er eentje te lenen (niet zo netjes, zonder te vragen) en is weer naar buiten gegaan.”

“Maar waar is hij nu dan?” vroeg Sniff.

“Tja, dat weet ik niet. En ik weet ook niet wie het is. Een nieuw iemand ben ik bang. En helaas stinkt hij.”, zei Moem. Hij zag Sniff erg teleurgesteld en ook een beetje bangig keek. Daarom zei hij: “Weet je wat, we pakken de paraplu van Mamma en gaan naar het strandhuisje. Daar stinkt het zeker weten niet.”

 

Samen liepen ze naar het strandhuisje. Het is heel gezellig om daar te zijn als het regent omdat het heel klein is. Je hoort de regen dan overal, wat een fijn geluid is. Maar toen ze de deur open deden roken ze het meteen. Ze deinsden bijna achteruit vanwege de stank! Wie of wat de stinkerd ook was, het zat in het strandhuisje! Bwaaah!

Moemin was het helemaal zat. “Kom tevoorschijn! Vieze stinkerd en papapludief!” riep hij, terwijl hij zijn eigen paraplu als een zwaard voor zich uit hield.

Uit de kast waar de moemen hun badpakken en handdoeken bewaarden, keek een harig bruin-grijs en heel erg stinkend wezentje om het hoekje van de deur. “Help!” zei het. En ook “De paraplu heb ik alleen maar geleend hoor, ik doe niets.” En snel deed het de deur van de kast weer dicht.

“Behalve heel erg stinken dan”, bromde Sniff zachtjes. Maar het harige wezen hoorde het toch en begon zachtjes te huilen.

“Ssst”, zei Moemin. “Nu heb je het bang gemaakt.”

“Maar het stinkt toch?!” zei Sniff verontwaardigd.

“Maar daar kan ik niks aan doen!” zei het wezen, dat de kastdeur weer had opengedaan. “ `Jij bent stinkend geboren` zei mijn moeder altijd.” Dat zei hij een beetje trots.

 

“En als je nou in bad gaat, met heel veel zeep?” vroeg Moemin.

“Dan stink ik nog steeds”, zei het beestje.

“Parfum dan?” stelde Sniff voor.

“Stinken!”

“Een heel flesje misschien, of twee?”

“Stinken, stinken, stinken, niks helpt!”

 

Oei. Dit was ernstig, besloot Moemin. En het zat in de kast bovenop de handdoeken van Pappa en Mamma. Hij moest iets doen.

 

“Hoor eens, eh”, hoe moest hij het stinkende wezen noemen?

“Stinky!” suggereerde Sniff.

“Hoor eens, Stinky. Dat is natuurlijk heel vervelend, maar dit is ons badhuis en hier kun je niet blijven”, zei Moemin ferm. “Alles stinkt hier nu.” En dat was zo. Het was werkelijk heel erg en Moemin vroeg zich af of ze de lucht ooit nog wel uit de handdoeken, waar Stinky een nestje van gemaakt had, zouden kunnen krijgen.

“Maar ik dacht dat hier niemand woonde”, zei Stinky.

“Nu ja, nu niet”, zei Moemin. “Maar we logeren hier soms.”

“En in de winter woont Too-Ticky hier. Met haar onzichtbare muizen”, vulde Sniff aan.

 

Het was duidelijk dat Stinky hier niet kon blijven. Maar waar moest hij dan heen? Buiten regende het nog steeds. En Stinky zei olijk: “En je moet me niet de regen insturen hoor, dan ga ik alleen maar erger stinken.”

“Aha! “, dacht Moemin en hij kreeg een ingeving. Stinky moest dus vooral niet in het water wonen, maar wat dacht je van erachter! De grot achter de waterval.

“Pak je paraplu, Stinky”, zei hij. “We gaan naar je nieuwe huis!” Stinky deed braaf wat hem gezegd werd (later kwamen ze erachter dat hij dat meestal juist niet deed...) en hij liep met Moemin en Sniff mee naar de waterval. Daarachter was een knusse, kleine grot waar hij perfect kon wonen!

 

Nu hoefde Moemin alleen nog maar aan zijn vader en moeder uit te leggen waarom er een stinkende Stinky achter de waterval woonde, maar dat kon later wel. Want het regende nog steeds.

 

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.