Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Kinder
Geplaatst:
26 oktober 2017, om 17:31 uur
Bekeken:
29 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
12 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Een spannend avontuur (een verhaal over de moomins)"


Een spannend avontuur

 

De winter in de Moeminvallei was bijna voorbij. De kachel was nu bijna leeg. Voor de winter begon en voor ze aan hun winterslaap begonnen, hadden ze hem helemaal gevuld met langzaam brandend hout. De hele winter had hij zachtjes gebrand terwijl de bewoners van het moeminhuis erom heen lagen te slapen, opgerold in warme dekens. En dat was maar goed ook! Het was een erg koude winter geweest en het had flink gesneeuwd. Zonder dat ze het wisten was het hele moeminhuis onder een pak sneeuw verdwenen. Wie naar buiten had willen gaan, had dat alleen nog maar kunnen doen door het bovenste raampje op zolder.

 

Maar nu begon de lente. De meeste sneeuw was gesmolten en de kachel ging uit. Moemin werd meteen wakker en rekte zich eens uit. Naast hem zag hij hoe het Snorkmeisje ook wakker was geworden en flink gaapte. Snel keek hij de andere kant op, want hij wist dat het Snorkmeisje gapen en andere onelegante dingen liever deed zonder dat iemand het zag. Hij groette Pappa en Mammamoem die ook nog wat slaperig keken. Alleen het diertje Sniff sliep nog, die werd altijd pas een week later wakker. Daarom lag hij ook in een hoekje, zodat hij ongestoord nog wat langer kon slapen.

 

Maar Moemin niet, hij wilde naar buiten, op avontuur. “Wie gaat er mee, het eerste avontuur van het jaar beleven?” riep hij. De beide Snorken en Kleine Mie waren op slag klaarwakker.

“Wat gaan we doen?”, vroeg het Snorkmeisje.

“Dat weet ik nog niet, maar ik beloof je dat het spannend wordt”, zei Moemin.

Snel pakten ze wat knäckebröd (want verse boterhammen waren er nog niet) en ze deden ook een paar flessen limonade in een mand. Want ze wilden meteen vertrekken. Ze zeiden Pappa en Mammamoem goedendag – “wacht maar niet op ons voor het avondeten!” riep Moemin nog – en renden ervandoor.

 

Ze botsen vrijwel meteen tegen mevrouw Fillijonk en haar drie dochters op.

“Kunnen jullie niet uitkijken!” riep de Fillijonk verschrikt.

“Excuses, mevrouw”, zei Moemin netjes, “maar we zijn op avontuur!” In hele moeminvallei kwamen ze wezentjes tegen die net als zij net uit hun winterslaap kwamen. Ze moesten voortdurend even stoppen voor kleine gesprekjes: “Heeft u lekker geslapen?” vroegen ze dan. En dan zei de hemuul, homs of bisamrat: “Heel goed, jongelui, en jullie?” Het begon ze al snel te vervelen en spannend was het ook al niet.

“Ik denk dat we ons avontuur wellicht beter elders kunnen zoeken”, zei de Snork plechtig. (Maar zo praat hij nu eenmaal.)

“Zou het geen geweldige mop zijn als we geen avontuur kunnen vinden, maar dagenlang blijven zoeken en dan raakt ons eten op en gaan we allemaal dood!” Dat riep natuurlijk Kleine Mie, want die roept altijd van die rare dingen. “Dan komen we in de krant hoor!”

 

“Ik denk,” zei Moemin en hij sprak nu ook een beetje plechtig, “ik denk dat we het donkere bos in moeten gaan.”

“Maar daar gaan we nooit naar toe!” riep het Snorkmeisje geschrokken.

“Dat is alleen omdat Sniff er dan bij is. Dat is zo`n bangerd! Kom op, we gaan.” En Moemin rende ervandoor, met Snork en Kleine Mie achter zich aan. Het Snorkmeisje aarzelde even, besloot toen dat ze toch echt geen bangerd was en begon ook te rennen.

 

Al snel waren ze bij het donkere bos. Eigenlijk was het maar een hoekje van een groot woud, maar omdat het zo donker was (en best wel eng), noemden ze het `Het Donkere Bos` alsof het een apart bos was. Allevier stonden ze ervoor. Niemand ging er nog in. `Nou,` zei Moemin, ´zullen we dan maar?´ Voorzichtig en een beetje sluipend gingen ze de duisternis in.

 

´En nu?´ vroeg Kleine Mie na een klein stukje. ´Waar is nu het avontuur?´

´Het avontuur komt straks, eerst gaan we verstoppertje spelen´, zei Moem. ´En jij moet hem zijn!´

Voordat Kleine Mie kon protesteren, renden de andere drie weg om zich te verstoppen. Het Snorkmeisje bleef in de buurt van Moemin, omdat ze het eigenlijk toch een beetje te spannend vond. Moemin deed natuurlijk alsof hij niks in de gaten had. Hij bood haar zelfs een perfect verstopplekje aan: een leeg konijnenholletje waarvan je de ingang bijna niet zag. Maar waar zou hij zich dan eens verstoppen? Die boom was te dun om achter te gaan staan, van die andere boom hingen de takken niet laag genoeg. Net voordat Kleine Mie riep ´ik kom, wie niet weg is, is gezien!´ kroop hij achter een rots. Geen erg goed plekje, vond hij.

 

Kleine Mie vond hem als eerste. Maar naar het Snorkmeisje moest ze heel lang zoeken! Daarna moest Moemin hem zijn. Langzaam begon hij tot tien te tellen, maar hij was pas bij vier toen hij een ijselijke gil hoorde. Dat was het Snorkmeisje! Op slag hield Moemin op met tellen. Het Snorkmeisje was in nood. Hij moest haar redden. De gil was van rechts gekomen – dieper het bos in. Maar Moemin stoof er dapper op af. Hij zag de Snork ook rennen, dus ging hij nog sneller. Hij moest als eerste bij haar zijn! Daar gilde ze nog een keer.

 

Tegelijk kwamen ze bij het Snorkmeisje aan. Nou ja, misschien was Moemin net iets eerder. Ze stond, grijs van schrik, te trillen op het paadje. `Ogen,` zei ze met een piepstemmetje, ´heel erg veel ogen!´

´Nou zeg, moet je daarom zo gillen?´ zei haar broer. ´Dat zijn toch gewoon de ogen van de kleine kruipdiertjes in de struiken. Muizen en zo.´

´Maar deze ogen zijn rood!´ gilde het Snorkmeisje. ´Ik wilde me onder de struiken verstoppen. En daar keken ze me aan. Rode ogen, heel erg veel!´

 

Dat veranderde de zaak. Voor zover ze wisten hadden muizen en andere kleine beestjes geen rode ogen. Zelfs Kleine Mie had niks te zeggen. `Ik ga het onderzoeken!` riep Moemin dapper. (Iets dapperder dan hij zich voelde, eerlijk gezegd.) ´Durf je dat echt?´ vroeg het Snorkmeisje. En toen durfde Moemin het echt. De Snork gaf hem zijn zakmes, als wapen, want je wist maar nooit, en Moemin kroop de struiken in.

 

Geen ogen te zien. Hij kroop iets verder, nog steeds geen ogen. ´Ik zie geen ogen!´ riep hij naar de anderen, die angstig op het paadje stonden te wachten. ´Wat?´, riep de Snork terug. ´Hij ziet geen hand voor ogen! Hij is stekeblind geworden!´ gniffelde Kleine Mie en snel kroop zij ook de struiken in, want zonder iets te zien rondkruipen leek haar wel spannend. En daar zag Moemin het. Iets verder onder de struiken glom iets roods. Iets roods, dat ook best groot was. Hij omklemde het zakmes en riep ´Kssst!´, maar het rode bewoog niet. Voorzichtig en pootje voor pootje kroop Moemin verder. Het was een steen! Een hele grote rode steen. Hij lag daar zachtjes te glinsteren in het donker. ´Wat mooi!´ zei Moemin tegen zichzelf. Want nu hij het goed kon zien, zag hij dat het een heel erg mooie steen was. Helemaal niet eng.

 

Voorzichtig pakte hij de steen op en kroop ermee terug, de bosjes uit. Dat duurde best lang, want hij moest ook nog het zakmes vasthouden, en de beide Snorken stonden daar maar te wachten. Ze werden steeds angstiger, want Kleine Mie had verklaard dat ze Moemin niet had gezien en dat ze vreesde voor zijn leven. Ze drentelden heen en weer onder het slaken van kreten als: ´Waar blijft ie nou!´ en ´Dit is een te spannend avontuur!´ Maar daar verscheen dan eindelijk Moemin. Trots kwam hij onder de struiken vandaan met de grote rode steen voor zijn buik. Hij stapte op het Snorkmeisje af en gaf hem aan haar. ´Ooooo´, riep ze bewonderend. ´Is ie echt voor mij?´

´Natuurlijk´, zei Moemin, ´Jij hebt hem gevonden.´

´Dus daardoor waren de ogen rood. Door het schijnsel van die steen´, zei de Snork.

Dat verklaarde alles en meteen was het niet eng meer. (Wie zich nu afvraagt waarom Moemin geen ogen zag: de kleine diertjes die bij die ogen hoorden, waren zo geschrokken van het Snorkmeisje dat ze allemaal verdwenen waren.)

 

´Zullen we naar huis gaan?´ zei Moemin. Hij had ondertussen wel zin in lekkere warme koffie en misschien had Mamma wel brood gebakken. Dat was veel lekkerder dan oud knackebröd. Moe van het avontuur en blij met de vondst van de prachtige mooie steen liepen ze terug naar de moeminvallei. ´Ik hoor een mondharmonica!´ riep Moemin plotseling. Snel rende hij naar de brug. Want hij kende maar 1 plekje in de vallei waar Snuisterik na de winter op zijn mondharmonica zou zitten spelen. Daar zat zijn beste vriend! En die had vast nog meer avonturen beleefd terwijl Moemin lag te slapen! (Maar dat is voor een ander verhaal.)

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.