Gegevens:

Categorie:
Geloof
Geplaatst:
20 oktober 2017, om 20:57 uur
Bekeken:
65 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
11 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Ben jij God, meneer?"


Lisa wilde net haar kledingboetiek openen, ze stond al met haar sleutel in de hand, toen ze de antiquair bezig zag in de etalage naast de hare, het middelste pand in een rij van negen kleine zaakjes die het kwijnende winkelrijtje vormde in de rustige en ouderwetse buurt ver uit het centrum. Ze keek naar wat er op de affiche stond die de antiquair bezig was vast te plakken aan de binnenkant van zijn winkelruit. Iets over een cultuurreis naar de passiespelen in Oberammergau. Het had waarschijnlijk iets te maken met de opzichtige touringcar die verderop geparkeerd stond op het vrijwel lege plein. Het woord cultuurreizen stond met grote sierlijke letters op de zijkant van het voertuig geschilderd.

   Een jong gezin, bestaande uit vader, moeder, een jongetje van ongeveer vijf en een iets ouder meisje, kwam uit de hoekwinkel, een bloemenzaakje annex kinderkledingwinkel met speelgoed voor kleintjes tot de leeftijd van tien of twaalf. Het werd gerund door een hardwerkende buitenlandse vrouw die er kinderkleding maakte waarmee ze een paar dagen in de week op diverse markten stond. Ze had het vaak over ‘kienderkliertjes’. Ook maakte ze op bestelling grafkransen en bossen bloemen in cellofaan verwikkeld die door een opgeschoten jongen in een bestelbusje bezorgd werden.

   Het groepje bleef eveneens voor de etalage van de antiquair staan. Om te kijken naar de manshoge poppen en de verrichtingen van de antiquair, een beer van een man met een enorme grijze haardos en baard. Hij was bezig de religieuze beelden te verplaatsen: een Josef en een Maria en een paar getonsureerde broeders in donkerbruine habijten. Er hingen ook priestergewaden en stola’s in de winkel.

   ‘Mama, is dat God?’ klonk het hoge jongensstemmetje van het knaapje. Het jochie stond met zijn voorhoofd tegen de etalage met een blik van ontzag te kijken naar de beelden en de forse grijze gedaante daarbinnen. Zijn ouders en zijn zusje reageerden niet op hem en hij stelde de vraag nogmaals: ‘Is die meneer God?’

   Even later kon hij zijn kindervraagje aan de God-gelijkende man zelf stellen want de antiquair kwam zijn winkel uit om te kijken of zijn affiche wel goed hing, of die wel genoeg op viel.

   ‘Ben jij God?’ vroeg het jongetje hem met een schel stemmetje.

   ‘Interessante spullen heeft u daar, meneer,’ haastte de vader zich te zeggen. ‘Hoe komt u daar zo aan, als ik u vragen mag.’

   ‘Mama, is die meneer God?’ vroeg het kind weer. Hij was bij zijn moeder komen staan, zich met zijn hand aan haar zomerjurk vastklampend.

   ‘Ik denk het niet, hoewel hij er wel een beetje zo uit ziet,’ zei de moeder zachtjes. Op haar gezicht stond te lezen dat ze hoopte dat haar antwoord een eind zou maken aan de reeks gênante vragen van haar zoontje. Ze legde haar hand op zijn smalle schouder en drukte het jochie tegen zich aan.

   Maar hij rukte zich los en ging naar de man toe. ‘Ben jij God?’ vroeg hij. De grote man keek vertederd op hem neer.

   ‘Jasper, hou nou eens op mensen lastig te vallen met je gekke vragen.’ De vader klonk bozig.

   De winkelier boog zich voorover en zei met diepe stem: ‘Nee, ik ben niet God? Hij bleef glimlachend in gebogen houding wachten om te zien wat kleine Jasper daarop te zeggen zou hebben.

   ‘Is hij daarbinnen? Is God daarbinnen?’ Jasper wees met zijn armpje naar de mysterieuze beelden.

   ‘Zullen we eens kijken of hij daarbinnen is? De man nam het kind bij de hand en richtte zich op. Met zijn andere hand maakte hij een uitnodigend en gebiedend kom-mee gebaar naar de rest van het gezelschap. De man die voor God werd gehouden straalde zo veel autoriteit uit dat iedereen hem automatisch volgde.

   Lisa ook. Ze stapte de winkel binnen en keek met net zulke verbaasde ogen naar de religieuze beelden. Het was de eerste keer dat ze in de zaak kwam van haar buurman en medewinkelier. Een winkel vol kerkbanken, tafels, heiligenbeelden, zilveren schalen, kandelabers. Maar ook veel boeken. De hele achterwand bestond uit kasten vol boeken. ‘Ga maar rondkijken, ga maar zoeken,’ zei de man met de resonerende stem tegen de kinderen.

   ‘Verkoopt u veel van dit soort spullen?’ vroeg de jonge vader.

   ‘Nauwelijks. Laatst nog wat aan een filmbedrijf die het een en ander nodig had als rekwisieten voor hun mise-en-scène, het was voor een film die zich afspeelt in de jaren vijftig van de vorige eeuw.’

   ‘Maar hoe kunt u daar dan van leven?’

   ‘Ik hoef er niet van te leven, ik wil zulke spullen nou eenmaal graag om me heen hebben, ergens een plekje hebben met de vertrouwde dingen uit mijn kindertijd en jeugd - het rijke roomse leven – hoewel ik vanaf m’n twintigste atheïst ben.’

   Dat was waar ook, de “kienderkliertjes”-mevrouw had Lisa al eens verteld dat de man, als eigenaar van het hele rijtje winkels, in de geprivilegieerde positie verkeerde dat hij zijn zaakje meer als hobby dan als een business kon beschouwen.

   ‘Bent u godsdienstig opgegroeid?’ vroeg de God-gelijkende man.

   ‘Wij niet,’ zei de man bedachtzaam knikkend. ‘Geloof, daar hebben we niks mee.’

   Het jongetje en het meisje zochten ondertussen achter alle meubelen naar God.

   ‘Hij is er niet, hè,’ riep de winkelier naar het tweetal opgewonden kinderen. ‘Jullie hebben overal gezocht en hem niet gevonden. Zo is het nou eenmaal, niks aan te doen.’

   De kinderen gingen voor vitrinekast staan en bekeken een indrukwekkende grauwwitte mijter en allerlei religieuze bric-a-brac. De antiquair opende de kast en zette het hoofdtooi op zijn grijze haardos. Een verschaalde wierooklucht walmde op.

   De moeder pakte haar mobieltje uit haar tas om een foto maken.

   ‘Wacht even, dan doe ik er dit nog bij aan.’ Hij trok een donkerrode kardinaalsmantel van een hanger en deed die over zijn schouders. Ook Jaspertje mocht iets over zijn kleding aan trekken: een zwart gewaad met kant, een gewezen overjurk van een of andere hulpbisschop. Het meisje deed ook mee aan de verkleedpartij, zij kreeg een veel te groot wit en lichtblauw Maria-jurkje over haar kledij aangetrokken en een paarse stola om haar heen gewikkeld. Pas toen kon de moeder vele foto’s maken.

   Het was een leuk feestje geworden. Jammer dat de echte God er niet bij kon zijn.  

 

  

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.