Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
12 september 2017, om 19:22 uur
Bekeken:
55 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
16 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"En toen ik die winterdag begin februari 1966 had gedebuteerd..."


En toen ik die winterdag begin februari 1966 had gedebuteerd in kunst-centrum De Ark te Haarlem ben ik natuurlijk gelijk dol enthousiast met opgestoken armen en open gulp in een roze, strakke broek vol liefde en mijn Paisley Pattern overhemd opengeknoopt tot op de navel het kunstzinnige artiesten plantsoen in gewandeld om op gouden muilen de wederzijdse kennismaking te vergemakkelijk.

Vol verwachting klopte mijn hart. Want daar zou het te vinden zijn.

Wat? De tolerantie, het wederzijds respect, de hulpvaardigheid en weettikveel wat nog meer wel niet.

Nou, dat was het dan.

Dàt viel me even tegen! Luitjes met een teveel aan soul en een te weinig aan body! De griezel liep je over de grazzel! Weken ongewassen, ook dat nog en de guitaar tot diep in de zwetende, ongeschoren oksel en maar die liedjes nazeuren van Bob Dylan dat het antwoord in de wind ligt.

Toch al een en al geneuzel.

Om te beginnen; door wat een rare en enge tiepes werd dat plantsoen be-volkt. Ze roken uit hun kleren. Ongewassen vette haren waar van alles in hing. En van die verstikkende, verbrande dennenbomengeur van de Afghaanse of vettige Rooie Libanon moest ik ook niet veel hebben, daar kreeg ik het al van op mijn longen, nog voor mijn half geopende harts-tochtelijk bevende lippen het mond filter van een stick had nat gemaakt, dus dat werd ook al niets.

De langharige, mooie Aletta v.d. M. te R. heeft met haar volle cups mij in 1966 toen in de wereld van de soft drugs geïntroduceerd, maar het was ge-woon mijn wereld niet helemaal. Het waren me een mafkezen, niet te kort!

Ik werd er behoorlijk aanminnig van en ook wat slaperig, maar vooral bloedgeil.

“Van de frisse!” zei ik dan en sloeg haar tuchtig op haar billen dan schoot de stick vanzelf uit haar aangename mondje. Daar snakken de hippe vrouwtjes naar. De zinsverrukkende combi van pijn en seks.

Billenkoek! In die dagen moet mijn SM hang up zijn ontwaakt en ook dat dragen van dameslingerie, dus prefereerde ik al snel de eroties dominante vrouw en man, dus dat is nooit meer over gegaan! Een koninkrijk voor een Meesteres dus.

De kenner weet waar ik op doel.

Ik ben toen maar jarenlang karate gaan doen tot 1997, om eens flink uit te delen, daar ga je gezond van denken.

Mijn relatie tot de vaderlandse kunst, in het bijzonder ‘t realisme, is mi-niem.

Ik onderhoud alleen geen contact meer met de Peetmoeder van het realis-me, de eens zo prettig uitziende, niet al te intelligente, blonde Janna van Zon, die volgens haar eigen zeggen lang niet dom is, net als ik dus als genie en menigeen beweert dat zij een heel persoonlijke, sympatieke schrijfstijl heeft.

Daarom waarderen wij elkaar ook zo op afstand, want wat heeft licht met donker en warm met koud te maken.

En dat zal ik niet zo gauw zeggen in kunstenaarsland, want van compli-menten kan de kachel niet roken.

Toch zal ik de ander nooit om niet met emoties bespatten en besmeuren. Er moet een reden voor zijn.

En verder onderhoud ik met personen uit het realistiese veld in de kunst geen relatie, zeker geen intieme met al die ziektes tegenwoordig.

Ik ben trouwens- en dat vind ik toch wel heel belangrijk- geen modern beeldend kunstenaar- maar een kunstschilder die in een eeuwenoude traditie staat.

Het ambacht dus. En dat behoort tot een geheel ander tiepe. Want je kunt toch zonder gerede twijfel stellen dat de Moderne Beeldende Kunst tot stand komt om louter therapeutiese redenen. Kijk maar naar de resultaten die in het museum of de galeries hangen, dan denk je toch al gauw; ziek zijn beter worden, om met dokter van Swol te spreken. De twintigste eeuw is in de kunsthistorie een betreurenswaardig terminaal ziektegeval. Maar een oplossing : Ausradieren. 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.