Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
10 september 2017, om 20:55 uur
Bekeken:
13 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"als ik een gereformeerde een hand geef tel ik na afloop toch..."


ALS IK EEN GEREFORMEERDE EEN HAND GEEF TEL IK NA AFLOOP ALTIJD EVEN MIJN KLOTEN NA…”

“Volgens de gesubsideerde collegaatjes ben ik een man zonder brains en ballen, maar als ik een gereformeerde een hand geef tel ik na afloop toch even mijn kloten na!”

 Armoede is de laatste veertig cent uit de voering van je versleten jasjes halen om een half brood te kunnen kopen en weten dat je darna niets meer hebt als beginnend kunstenaar zonder relaties om te overleven in de hel van de mid zestiger jaren die Amsterdam centrum heette.

Dat gelul van Simon Vinkenoog van “Amsterdam Magiese Stad” dat werd geslikt door meisjes die lerares handwerken wilden worden aan akademie De Schans en elke avond in Eylders zaten om zich door een corps student te laten opneuken (effe bij de buurman me batterijen opladen) , maar als je geen poen had was Amsterdam helemaal niet zo magisch.

Ik ben er in 1967 en 1968 half verhongerd.

Sartre zegt;de hel dat is de ander... En ik zeg: de hel dat ben je zelf met je kop onder lijn elf.

Voor drie kwart van de wereldbevolking is het leven nu al een hel. Filosoferen daar over heeft geen zin.

Je moet er iets aan doen of je mond houden. Ik doe er niets aan omdat ik op mijn centen moet letten.

Na 1976 heb ik nooit meer verdiend dan twintigduizend gulden per jaar en daar moest ik dan stad en land voor afreizen.

De meeste mensen die ik ken hebben honger noch armoede meegemaakt. Ze hebben in hun jonge jaren van een studiebeurs of ruime kunstbeurs geleefd en denken dat dat armoede is.

Armoede is de laatste veertig cent uit de voering van je versleten jasjes halen om een half brood te kopen (zoals ik moest doen in 1967 en 1968) en zeker weten dat je morgen niet te vreten hebt omdat je geld op is.

 Uit eigen ervaring?

 Toen ik in mei 1966 voor het kunstenaarschap koos zetten mijn opvoe-ders mij op straat. lk had nog net een rijksdaalder over om de trein naar Amsterdam te pakken. Via een advocaat (Mr. Moes) kreeg ik weken later mijn kleding, boeken en een paar meubelen terug. Een bed en een oud buro, wat kleding, een paar boeken en een tiental LP’s. lk ben door mijn opvoeders behandeld als een jood in oorlogs tijd.

Ik kwam laatst een ex-vriendin uit de jaren 60 (Mila Hauser) tegen, die zei: in die tijd had je nog geen gulden voor een zak patates.

Zo was het ook.

Als ik bezoek keeg had ik mijn laatste vier dubbeltjes over om hem of haar een kop koffie te geven in de kroeg.

Dat wordt je niet in dank af genomen.

Ik heb die zogenaamde vrienden uit het kunstenaarsplantsoen in Amster-dam leren kennen als parasieten en uitvreters, die achteraf me de meest smerige streken leverden.

Ze worden er voor gestraft: Sjouk heeft vier hart in farcten en een hersen-bloeding achter de kiezen, een ander heeft kanker en er is een meneer die me dwars zat aan aids overleden.

Galeriehoudster Dieuwke Bakker verongelukte op een autoweg. Een andere galeriehouder, meneer Johan, die enkele werken van mij kocht en vervolgens luidkeels verkondigde dat hij mijn werk nooit in zijn galerie zou exposeren omdat het zo slecht was.

Net als die EO producer Hans van Seventer, die hetzelfde flikte, maar die kun je het niet kwalijk nemen, want die is stijl gereformeerd en door die club christenen wordt je altijd besodemieterd. Als ik een gereformeerde een hand geef tel ik na afloop altijd mijn kloten even na; je weet maar nooit!

 U liep galerie openingen in Amsterdam af om aan drank en eten te komen?

 Er waren een dertigtal galeries in Amsterdam. ledere avond was wel er-gens iets te doen. Het was een kwestie van overleven om goede relaties met de galerie wereld in die tijd te onderhouden.

Toch viel ik per maand nog 2 kilo af.

Ik liep per dag 11 uur naar Mila’s kantoor om een paar boter hammen uit de kantine mee te kunnen eten. Als ik weer thuis was had ik weer honger. Waar ik kwam pikte ik een sinaasappel van de fruitschaal om genoeg vita-mine C binnen te krijgen.

Ik was niet achterlijk; ik wist dat dit van vitaal belang was. Als ik dat aan een subsidiekunstenaar vertel vind hij dat prachtig, omdat zo iemand zich eigenlijk diep schaamt voor zijn staatsgesubsidieerde, risicoloze bestaantje.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.