Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
29 augustus 2017, om 14:06 uur
Bekeken:
38 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Tussen kunst en kritisch"


 

Louis, je doet me pijn!

Mijn gedachten gingen honderd kilometer per uur terwijl de auto stil stond langs de weg. Het viel me op hoe rustig mijn stem klonk in reactie op zijn houding; relaxed achterover geleund, met zijn armen over elkaar, alsof hij van het zonnetje genoot dat genadeloos op ons neer brandde. Al even genadeloos drukte hij met al zijn kracht zijn linkerknie tegen mijn rechterhand, die daarmee klem zat tussen zijn kracht en het dashboard. Alles in mij had verwacht dat hij na mijn opmerking geschrokken de druk op mijn hand zou verminderen maar niets was minder waar. Had hij het dan niet gehoord?

Loui-is, je doet me píjn!

Philo, houd daar mee op, zei hij met rustige nadruk en terwijl ik me verbijsterd afvroeg waar ik dan mee op zou kunnen houden, drong tot me door dat hij het dus niet erg vond, om mij pijn te doen, niet schrok van de gedachte maar hem zelfs prettig vond en zijn relaxte houding en de toenemende kracht die hij uitoefende op mijn middenhandsbeentjes was er een van een intens genieten van het moment

Louis! Je doet me pijn!

Nog steeds verhief ik mijn stem niet en op het moment dat ik me daar over verbaasde en Louis zijn “Philo houd daar mee op!” herhaalde, besefte ik dat dit kwam omdat mijn adem werd afgesneden door de pijn en ik op het punt stond mijn bewustzijn te verliezen. Mijn instinct nam rap mijn handelen over en zonder daar een gedachte aan besteed te hebben rukte ik mijn hand los en trok met mijn andere hand de sleutels uit het contact en vluchtte weg uit de auto.

Mijn rechterhand onder mijn linkeroksel geklemd stak ik de straat over en liep ik weg, in de tegenovergestelde richting als waarin de wagen stond. Lopen, lopen… de ontzetting en de pijn streden om de voorrang in mijn focus en golfden door mij heen. De wereld om me heen drong niet meer tot me door. De onmogelijkheid van mijn situatie werd me wel langzaam duidelijk. Ik liep in een stad die ik niet kende, in een land waarvan ik de taal niet sprak naar een doel dat ik niet had met niets anders dan de kleren aan mijn lijf en mijn autosleutels in mijn hand.

Mijn verstand en mijn hart gingen een dialoog aan. “Deze man is een manipulatieve sadist die de grens van fysiek geweld nu definitief is over gegaan en dat zal alleen maar erger worden. Kap er nu direct mee”, zei mijn verstand. “Maar ik geef zoveel om hem en het is zo fijn met hem” bracht mijn hart daar tegen in. Smalend vroeg mijn verstand wat er dan zo fijn was en toen stond mijn hart met een mond vol tanden. “Kap er nu direct mee”, dirigeerden de hersens weer maar het hart verschrompelde en stamelde, “maar wat zal hij dan wel niet doen?” Mijn verstand bracht daar tegen in “dat maakt niet uit, het belangrijkste is dat wij er samen voor zorgen zo veilig mogelijk te zijn”. Zo werden mijn hoofd en mijn hart eindelijk weer vriendjes, rechtte ik mijn rug, draaide mij om en begon aan de terugweg.

Overstekend, het leek haast symbolisch, een nieuwe weg nemend, liep ik weer richting de auto. Zijn woorden spookten door mijn hoofd “Philo je bent  geen onafhankelijk sterk meisje dat haar kwetsbare kant durft te laten zien, je bent een kwetsbaar meisje dat haar onafhankelijke sterke kant durft te laten zien”. Beseffend dat hij mij met deze woorden steeds had geprobeerd klein te houden besloot ik ze voorgoed van me af te schudden en mijzelf weer te vieren in al mijn onafhankelijke sterke glorie. De adrenaline deed zijn werk! Wat me op de heenweg niet was opgevallen, zag ik nu; de kaarsrechte weg liep geaccidenteerd en ik was over een helling gelopen. Ik kon de auto niet zien staan en Louis kon mij dus al een tijdje niet zien. Dat voelde enorm bevrijdend. Ik landde weer een beetje en mijn blik viel op twee vrouwen die in een deuropening op de drempel zaten te keuvelen. Ze een voorzichtig lachje toewerpend vroeg ik me af of zij mij op de heenweg ook al hadden gezien maar ik kon me met de beste wil van de wereld niet herinneren of zij toen ook al in die deur hadden gezeten. Met een krachtiger wordende tred oefende ik binnensmonds de woorden die ik zou gebruiken en toen de wagen weer in het zicht kwam kon ik haast niet geloven hoe keurig recht hij daar geparkeerd stond. The show must go on, ook al wordt je door de gehaktmolen gehaald. Keeping up appearences, maar waarvoor en voor wie? Het zojuist genomen besluit dat ik daar niet langer aan mee zou doen begon steeds beter te voelen. Zo lang mogelijk uit het zicht blijvend voelde ik me sterk toen ik weer bij mijn vierwieler terug was en instapte. Louis sloot zijn deur, draaide zijn achterwerk genoeglijk in de zitting en gaf met een langgerekt en vrolijk “zo-o-o” de indruk dat er niets was gebeurd en we een gezellig dagje uit waren.

Ik draaide mij naar hem toe en reageerde daarop met een “Louis, je bent al mijn grenzen over gegaan. Wat mij betreft is hier het eind definitief bereikt. Ik vertrek nu naar huis. Ik wil nu de honderd euro en de huissleutels en dan wil ik dat je uitstapt. Zie maar hoe je thuiskomt, neem maar een taxi of zo. Ik zou het op prijs stellen wanneer je me anderhalf uur de tijd geeft om in te kunnen pakken.” “Ik heb geen geld bij me”was het enige dat hij daarop te zeggen had dus kwam ik met een simpele oplossing “vertel me dan maar hoe ik naar een geldautomaat moet rijden”. “Dat doe ik niet” mokte hij toen en om verdere discussies uit te sluiten startte ik de wagen met een “zo ingewikkeld is dat niet, ik vind er zelf wel een”.

Een paar meter Avenue des Champs Elysées, een scherpe bocht naar links richting het centrum van Hirson, een paar meter Avenue de Verdun en precies op het moment dat ik me iets ontspande in de stilte tussen ons, greep Louis plotseling het stuur en zag ik de wagen naar de weghelft voor het tegemoetkomend verkeer rijden. Eerst probeerde ik nog bij te sturen maar hij hield het wiel in een ijzeren greep en er restte mij geen andere optie dan op de remmen te gaan staan. De wagen kwam dwars over de weg tot stilstand en voordat ik van de schrik kon bekomen hing Louis half over mij heen, graaide de sleutels uit het contact en fluisterde me verbeten toe “je kent me helemaal niet, je hebt geen flauw idee waartoe ik allemaal in staat ben…”. Ik hoorde mezelf tot mijn verbazing die stelling pareren met een even zacht uitgesproken “ik geloof dat ik je zojuist heb leren kennen”.

Terwijl ik mezelf die woorden hoorde zeggen besefte ik hoe waar ze waren en dat ik daar op dat moment het echte gezicht had gezien van de man die vrouwen geen naam geeft maar zelf zoveel namen heeft, Loek Lodewijk Thierry Ludo Lewey Louis Van Poeteren Visser La Fontaine… Het sprookje was uit, het masker was af.

Dit schrijvend denk ik aan de keer dat ik dat gezicht voor het eerst zag…

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.