Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Fantasy
Geplaatst:
17 augustus 2017, om 17:33 uur
Bekeken:
106 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
22 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"De Wolvenren - hst 1"


  

De schout werd gewekt door hevig gebonk op de deur. Een man in natte mantel en met flikkerende toorts stond in de deuropening. ‘Hij in dus eindelijk gestorven,’ zei de schout tegen de man. ‘Hoe weet u dat?’ vroeg de man verdwaasd. ‘Indien zijn toestand aan het verslechteren zou zijn geweest, zou je nu op de deur van een dokter hebben staan kloppen.’
‘Kan u komen?’ vroeg de man.
‘Zo?’ vroeg de schout. Hij droeg enkel zijn nachthemd.
‘Ik wacht wel even,’ zei de bezoeker en hij stapte het kleine verblijf van de schout binnen. Er stond een kleine tafel met een gedoofde kaars en een inktpotje en wat pennen. Op een plankje dat aan de muur hing stond een verzameling van kleine flesjes, elk met een andere inhoud. Tegen de ene lange muur stond een stoof en tegen de andere een bed en een kleerkast. Een wastafel was het enige andere meubel.
Voor een succesvol schout had hij weinig verdiend, dacht de nachtelijke gast.
De schout trok zijn nachtkleed uit en wierp het op zijn bed. Hij stond in zijn blote kont voor de kleerkast en haalde er een zwarte tuniek uit. Nadat hij die aan had deed hij ook de typische zwarte laarzen die bij het schoutenpak hoorde aan. Hij vouwde zijn handen tot schepjes en wierp water uit de emmer die voor de wastafel stond in zijn gezicht. Hij nam een regencape en sloeg de deur toe. Toen hij buitenkwam piste hij nog vlug tegen het huis van de buren en liet hij door de kronkelende straatjes van het tweede niveau van de stad naar het huis van de onfortuinlijke heer. De schout liep in de schijn van de toorts die de andere man voor hen hield. De regendruppels knetterden als ze in de vlam vielen. Tot tweemaal toe had de man de toorts opnieuw moeten aanmaken in een van de olielampen die op de hoeken van belangrijke straten hingen. Op een heldere nacht gaven de maan en de nachtzonnen voldoende licht, maar als de hemel betrok, werd het onmogelijk om zonder eigen lichtbron door de gevaarlijke steegjes te wandelen. Er vielen jaarlijks meer doden bij nachtelijke overvallen dan dat er mensen stierven van ziekte of honger.

   De bestemming van hun nachtelijke tocht bevond zich aan de zuidelijke kant van het tweede niveau van de hoofdstad. Aan de zuidkant van tweede niveau woonden de burgers die zich net geen villa op het bovenste niveau konden veroorloven. De burgerhuizen keken ook uit op de grote vlakte ten zuiden van de stad en genoten ook van de warme middagzon, maar lager slechts twintig voet hoger op de heuvel dan de luide markten, slachterijen en de hallen. De rest van het tweede niveau was een mengelmoes van kleine appartementstorens, ambachtszaken en etablissementen die ontspanning voor geest en lichaam boden. Iedereen die een beetje geld had woonde ergens op het tweede niveau. Het onderste niveau van de stad was gereserveerd voor de grotere industrieën en handelspleinen en alle vuile stielen. Ook de strategische gebouwen en voorraden die binnen de stadsmuren moesten blijven, stonden op het laagste niveau van de stad. De enige mensen die op dit niveau woonden, waren arbeidersgezinnen die geen woning konden betalen en in de productiehallen overnachten. De schout zag dat de straatjes breder werden wat er duidde dat ze in de betere buurt kwamen. Er brandde licht in een rijhuis dat wat verder in de bocht lag. In de andere huizen was het donker. ‘We zijn er,’ zei de man met de fakkel.         



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.